ABRAHAM,
DER GELOOVIGEN VADER.
Heb. 11.
Door het geloove heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izaäk geofferd, en hij, die de belofte ontvangen hadde, heeft zijnen eenig geboren zone geofferd.
IZAÄK,
DE BELOOFDE.
Heb. 11.
Door het geloove van dingen, die komen zouden, zegende Izaäk zijn zonen Jacob en Esau.
JACOB,
DE WORSTELAAR.
Gen. 32.
Gij en zult niet meer Jacob heeten, maar Israël; want gij hebt met God en met menschen gekampt, ende hebt boven gelegen.
JOZEF,
DER JONGELINGEN SPIEGEL.
Heb. 11.
Door het geloove meldde Jozef, als hij sterf, van den uitgang der kinderen Israëls, ende gebood van zijne gebeenten.
MOZES,
DE WETGEVER.
Heb. 11.
Door het geloove weigerde Mozes, als hij groot geworden was, een zone der dochter Farao genaamd te zijn: verkiezende liever met Gods volk kwaad te lijden, dan tijdlijke nuttigheid der zonden te gebruiken.
AÄRON,
DER PRIESTEREN ZONNE.
Eccles. 45.
Hij heeft Aäron, zijnen broeder, uit denzelven geslachte Levi ook verhoogd, ende hem gelijk uitverkoren; hij maakte een eeuwig verbond met hem; ende gaf hem het priesterdom in den volke.
FINEAS,
DE PRIESTERLIJKE HELD.
Eccles. 45.
Fineas, de zone van Eleazar, was de derde in zulke eere: die ijverde in de vreeze Gods: ende doen het volk afviel, stond hij trouwelijk vast en koen, en verzoende Israël.
CALEB,
DE STANDVASTIGE.
Eccles. 46.
De Heere behield Caleb bij lijfs krachten, tot in zijn ouderdom, dat hij optoog op het gebergte in het land, ende zijn zaad bezat het erve.
JOZUA,
DE LEIDSMAN.
Eccles. 46.
Jezus Nave was een held in den strijd, ende een profeet na Mozes, die daar groote overwinning hadde voor de uitverkorene Gods, als zijn name mede brengt, ende wreekte ze aan de vijanden, van de welke zij aangegrepen werden, opdat Israël zijn erve krege.
GEDEON,
DE HELD.
Judic. 6.
Hem verscheen den Engel des Heeren, ende sprak tot hem: de Heere met u, gij strijdbaar held!
Vers. 14.
Gaat henen in deze uwe kracht: gij zult Israël verlossen uit der Midianieten handen: ziet, ik hebbe u gezonden.
SAMSON,
DE STERKE.
Jud. 14.
Doen kwam hem een jonge brullende leeuw tegen, ende de geest des Heeren werd veerdig over hem, en hij verscheurde hem gelijk als men een boksken van malkanderen scheurt, ende en hadde doch gansch niet in zijner hand.
SAMUEL,
DE PROFETISCHE RECHTER.
Eccles. 46.
Samuël, de profeet des Heeren, van zijnen God geliefd, richtede een koninkrijk aan, en zalfde vorsten over zijn volk.