WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 14: XIV.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

XIV.

Ik wandelde langs den weg, ik weet niet waarom, toen de middag voorbij was en bamboestengels ritselden in den wind.

De liggende schaduwen omklemden met uitgestrekte armen de voeten van het vliedende licht.

De „Koëls” waren zingensmoede.

Ik wandelde langs den weg, ik weet niet waarom.

De hut aan de waterkant wordt beschaduwd door een ooverhangende boom.

Iemand was er beezig met haar werk, en in een hoek maakten haar ringen muziek.

Ik stond voor deeze hut, ik weet niet waarom.

De smalle kronkelweg kruist meenig mostertveld en meenig mango-bosch.

Hij gaat voorbij den dorpstempel en voorbij de markt aan de rivier-kade.

Ik hield stil bij deeze hut, ik weet niet waarom.

Jaren geleeden was het een winderige dag in Maart, het lente-gerucht was droomerig en mango-bloesems vielen op het stof.

Het kabbelend water sprong op en lekte de koperen kan die op de landings-treeden stond.

Ik denk aan die winderige dag in Maart, ik weet niet waarom.

De schaduwen donkeren en het vee keert naar zijn stallen.

Op de eenzame weiden is het licht graauw, en de dorpelingen wachten aan den oever op de veerboot.

Ik keer langsaam terug op mijn schreeden—ik weet niet waarom.