WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 16: XVI.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

XVI.

Handen houden handen vast en oogen verwijlen aan oogen; zoo begint het verhaal onzer harten.

Het is de maanlichte Maart-nacht; de zoete geur van henna is in de lucht; mijn fluit ligt vergeeten op den grond en de bloemenkrans is onvoltooid.

Deeze liefde tusschen jou en mij is eenvoudig als een lied.

Je saffraankleurige sluyer maakt mijn oogen dronken.

De jasmijn-krans, die je voor mij vlocht, doet mijn hart tintelen als vleierij.

Het is een spel van geeven en terughouden, van oopenbaren en weer verbergen; wat glimlachjes, een weinig schuchterheid, en enkele zoete, vergeefsche worstelingen.

Deeze liefde tusschen jou en mij is eenvoudig als een lied.

Geen geheimenis verder dan het heeden, geen streeven naar het onmoogelijke, geen schaduw achter de bekooring, geen reiken in de diepten van duisternis.

Deeze liefde tusschen jou en mij is eenvoudig als een lied.

Wij dwalen niet van uit alle woorden tot het eeuwig stille; we strekken onze handen niet uit in het leedig, naar dingen verder dan alle hoop.

Het volstaat dat wij geeven en krijgen.

We verpletteren de vreugde niet tot het uiterste, om er de wijn van smart uit te persen.

Deeze liefde tusschen jou en mij is eenvoudig als een lied.