WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 18: XVIII.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

XVIII.

Als de twee zusters water gaan halen, dan glimlachen ze, als ze op deeze plek koomen.

Ze moeten ’t bespeuren, dat iemand achter de boomen staat, als ze gaan om water te halen.

De twee zusters fluisteren tot elkaar, als ze deeze plek voorbij gaan.

Ze moeten het geheim geraden hebben, van dien iemand, die achter de boomen staat als zij water gaan halen.

Haar kruiken wankelen op eens en morsen water als ze op deeze plaats koomen.

Ze moeten ’t gemerkt hebben, dat iemands hart klopt, die achter de boomen staat, als zij water gaan halen.

De twee zusters oogen naar elkaar, als zij op deeze plek koomen, en zij glimlachen.

Er is een lach in hun snel-stappende voeten, die verwarring brengt in de ziel van iemand, die achter de boomen staat, altijd als ze water gaan halen.