WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 20: XX.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

XX.

Dag aan dag komt hij, en gaat weer heen.

Ga, mijn vriend, en geef hem een bloem uit mijn haar.

Als hij vraagt wie haar zond, zeg hem dan mijn naam niet, bid ik je—want hij komt maar, en gaat weer heen.

Hij zit op het stof onder den boom.

Spreid hem daar een zitplaats met bloemen en bladen, mijn vriend.

Zijn oogen zijn droef, en zij brengen droefheid in mijn hart.

Hij zegt niet wat er in hem omgaat; hij komt maar, en gaat weer heen.