WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 21: XXI.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

XXI.

Waarom verkoos hij aan mijn deur te koomen, de zwervende jongeling, bij het aanbreeken van den dag?

Bij het thuiskomen en het uitgaan ga ik hem vóór, en mijn blik wordt getrokken door zijn gelaat.

Ik weet niet of ik hem zal aanspreeken, of zwijgen. Waarom verkoos hij aan mijn deur te koomen?

Donker zijn de bewolkte nachten in Juli; zacht-blaauw is de heemel in den herfst; de lentedagen zijn onrustig door de Zuidewind.

En telkenmale weeft hij zijn liederen met nieuwe wijzen.

Ik keer mij af van mijn werk en mijn oogen vullen zich met den neevel. Waarom verkoos hij aan mijn deur te koomen?