WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 27: XXVII.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

XXVII.

„Vertrouw op Liefde, ook als ze smarten brengt. Sluit uw hart niet toe.”

„Ach, maar uw woorden zijn duister, mijn vriend, ik kan ze niet verstaan.”

„Het hart is er alleen om weg te schenken met een traan en een lied, mijn liefste!”

„Ach maar uw woorden zijn duister, mijn vriend, ik kan ze niet verstaan.”

„Vermaak is vluchtig als een daauwdrop, het sterft als het lacht. Maar smart is sterk en blijvend. Laat smartelijke liefde blijven waken in uw oogen.”

„Ach maar uw woorden zijn duister, mijn vriend, ik kan ze niet verstaan.”

„De lotos bloeit oopen voor den blik der Zon, en verliest al wat ze heeft. Ze wilde niet in knop blijven in den eeuwigen winterneevel.”

„Ach maar uw woorden zijn duister, mijn vriend, ik kan ze niet verstaan.”