WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 29: XXIX.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

XXIX.

Spreek tot mij, Liefste! Zeg mij in woorden wat je zong.

De nacht is donker. De sterren zijn in wolken verlooren. De wind zucht door de bladeren.

Ik zal mijn haar los maken. Mijn blaauwe kleed zal mij omwikkelen als de nacht. Ik zal je hoofd aan mijn boezem klemmen, en dan in het zoete alleen-zijn murmelen tot je hart. Ik zal mijn oogen sluiten en luisteren. Ik zal je niet in ’t gelaat zien.

Als je woorden ten einde zijn, zullen wij stil en zwijgend zitten. De boomen alleen zullen fluisteren in ’t donker.

De nacht zal verbleeken. De dag zal aanbreeken. We zullen in elkaars oogen zien en dan verschillende weegen gaan.

Spreek tot mij Liefste! Zeg mij in woorden wat je zong.