WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 3: III.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

III.

Des morgens wierp ik mijn net uit in de zee.

Uit de donkere diepte haalde ik dingen op van wonderlijk aanzien en vreemde schoonheid. Sommigen glansden als een glimlach, sommigen blonken als tranen, en anderen bloosden als de wangen eener bruid.

Toen ik huiswaarts keerde met mijn dagelijksche vracht, zat mijn lief in den hof en trok ijdelijk de bladen uit een bloem.

Ik weifelde een oogenblik, legde toen aan haar voeten alles wat ik opgehaald had, en wachtte zwijgend.

Zij oogde er naar, en zeide:

„Wat voor zonderlinge dingen zijn dat? Ik weet niet waarvoor zij dienen.”

Ik boog beschaamd mijn hoofd en dacht: „ik heb er niet voor gevochten, ik kocht ze niet op de markt, dat zijn geen waardige geschenken voor haar.”

En den heelen nacht dóór wierp ik hen één voor één op straat.

Des morgens kwamen reizigers; zij raapten hen op en droegen hen naar verre landen.