WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 48: XLVIII.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

XLVIII.

Bevrijd mij van de banden uwer lieftalligheid, mijn Lief! Nu niet meer van deezen wijn van kussen.

Deeze wolk van zware wierook benaauwt mijn hart.

Oopen de deuren, laat het morgenlicht binnen.

Ik ben in u verlooren, verwikkeld in de plooyen uwer liefkoozingen.

Bevrijd mij van uw ban, en geef mij de mannelijkheid weer, om u mijn vrij hart te bieden.