WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 5: V.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

V.

Ik ben rusteloos. Mij dorst naar verre dingen.

Mijn ziel gaat uit in verlangen om het kleed aan te raken van de scheemerige verte.

O groot Génerzijds! O dringende roep van uw pijpen.

Ik vergeet, ik vergeet telkens weer, dat ik geen vleugels heb, dat ik voor eeuwig aan deeze plek gebonden ben.

Ik ben greetig en waaksaam, een vreemdeling in een vreemd land.

Uw Adem bereikt mij en fluistert een onmoogelijke verwachting.

Uw spraak wordt door mijn hart gekend als zijn eigene.

O Gij die verre te zoeken zijt, o de dringende roep van uw pijpen.

Ik vergeet, ik vergeet telkens weer, dat ik den weg niet ken, dat ik het gevleugelde paard niet heb.

Ik ben lusteloos, ik ben een zwerver van harte.

In den zonnigen neevel van de kwijnende uuren, welk van uw machtige vizioenen neemt vorm aan in het blaauw des heemels?

O verst verwijderd Eind, o dringende roep van uw pijpen.

Ik vergeet, ik vergeet telkens weer, dat de poorten ooveral geslooten zijn, in het huis waar ik eenzaam woon.