WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 55: LV.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

LV.

Het was middag toen je wegging.

Fel stond de zon aan den heemel.

Ik had mijn werk gedaan en zat alleen op mijn balkon toen je wegging.

Grillige windstooten voeren ziftend door de geuren van veele verre landerijen.

De duiven koerden onophoudelijk in de schaduw, en een bij verdwaalde in mijn kamer, en zoemde het nieuws van veele verre landerijen.

Het dorp sliep in de middaghette. De weg lag verlaten.

In plotselinge vlagen rees en verstierf het geruis der bladen.

Ik zag op naar den heemel, en weefde in het blaauw de letters van een bekende naam, terwijl het dorp sliep in de middaghette.

Ik had vergeeten mijn haar te vlechten. De kwijnende koelte speelde er mee op mijn wang.

De rivier lag rimpeloos onder de schaduw-oever.

De luye witte wolkjes bewoogen niet.

Ik had vergeeten mijn haar te vlechten.

Het was middag toen je wegging.

Het stof van den weg was heet en de akkers lagen te hijgen.

De duiven koerden in het digte gebladerte.

Ik was alleen op mijn balkon, toen je weg ging.