WeRead Powered by ReaderPub
De Hoovenier cover

De Hoovenier

Chapter 59: LIX.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of lyrical-dramatic poems and dialogues that dwell on longing, love, memory, and the tension between inward desire and everyday duty. Intimate scenes set in gardens, rooms, and along roads use images of flowers, birds, lamps, and travel to evoke yearning, renunciation, and the passage of time. Speakers vary from attendants and solitary poets to lovers, shifting between tenderness, regret, and contemplative solitude. Recurring motifs of gardens and cages contrast freedom and constraint, while small domestic rituals and gestures disclose unspoken affection, loss, and the persistent ache of separation.

LIX.

O vrouw, gij zijt niet enkel het maaksel van God, maar ook van menschen; zij kleeden u voortduurend met schoonheid van hun harten.

Dichters weeven voor u een webbe met draden van gouden verbeelding; schilders geeven steeds nieuwe onsterfelijkheid aan uw vorm.

De zee geeft zijn paerlen, de mijnen hun goud, de zoomertuinen hun bloemen, om u te bekleeden, te bedekken, en kostelijker te maken.

De begeerte der menschenharten heeft zijn glans oover uwe jeugd gespreid.

Gij zijt half vrouw, half droom.