WeRead Powered by ReaderPub
De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders cover

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

Chapter 125: XIV.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

This work presents the legendary tales of Uilenspiegel and Lamme Goedzak, two characters who embody the spirit of the Flemish people during a tumultuous period in history. Through a blend of humor and adventure, the narrative explores themes of resistance against oppression, the celebration of folk culture, and the joys and struggles of everyday life. The characters navigate various challenges, showcasing their wit and resilience. The text is rich with vivid imagery and is interspersed with songs and folklore, reflecting the cultural heritage of Flanders. The storytelling style combines elements of prose and poetry, creating a lively and engaging reading experience.

XIV.

Het was het einde van Wijnmaand. Geld ontbrak aan den prins; zijne soldaten hadden honger. Zij morden; de prins marcheerde naar Frankrijk en bood den hertog ’t gevecht aan, maar deze weigerde het.

Uit Quesnoy-le-Comte vertrokken om naar het land van Kamerijk te gaan, ontmoette hij tien compagnieën Duitschers, acht vendels Spanjaards en drie kornetten ruiterij, aangevoerd door don Ruffele Henricis, zoon des hertogen, die te midden van het gevecht in het Spaansch riep:

—Slaat dood! Slaat dood! Geen kwartier! Leve de Paus!

Don Henricis met zijne mannen, tegenover de compagnie busschutters, waarbij Uilenspiegel tiendenier was, wierp zich op hen.

Uilenspiegel zeide tot den bentserjant:

—De tong van dien beul ga ik in tweeën snijden!

—Snij maar op, zei de serjant.

En met een goed gerichten kogel, verplette Uilenspiegel tong en kaken van don Ruffele Henricis, zoon van den hertog.

Uilenspiegel schoot ook den zoon van den markies Delmares van zijn peerd.

De acht vendels en de drie kornetten werden verslagen.

Na die zegepraal zocht Uilenspiegel naar Lamme, in het kamp en in ’t ronde, maar hij vond hem niet.

—Laas! sprak hij, hij is weg, mijn vriend Lamme, mijn dikke vriend. In het vuur van den strijd zal hij het gewicht van zijn buik vergeten en de Spaansche vluchtelingen achternagezet hebben. Buiten adem, zal hij op den weg gevallen zijn als een zak. En zij zullen hem opgeraapt hebben, om er losgeld van te trekken; losgeld voor kerstenspek. Vriend Lamme, waar zijt gij toch, waar zijt gij, mijn arme, vette vriend?

Uilenspiegel zocht hem overal, en, hem niet vindend, was hij treurig gestemd.