WeRead Powered by ReaderPub
De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders cover

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

Chapter 19: XV.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

This work presents the legendary tales of Uilenspiegel and Lamme Goedzak, two characters who embody the spirit of the Flemish people during a tumultuous period in history. Through a blend of humor and adventure, the narrative explores themes of resistance against oppression, the celebration of folk culture, and the joys and struggles of everyday life. The characters navigate various challenges, showcasing their wit and resilience. The text is rich with vivid imagery and is interspersed with songs and folklore, reflecting the cultural heritage of Flanders. The storytelling style combines elements of prose and poetry, creating a lively and engaging reading experience.

XV.

Onder haren gordel droeg Soetkin het kenmerk van een nieuwe bevruchting; ook Katelijne was zwanger, maar zij dorst heur huis niet verlaten.

Soetkin ging haar bezoeken.

—Ach! sprak zij jammerend, wat ga ik aanvangen met de ongelukkige vrucht van mijn lichaam? Moet ik het wichtje versmachten? Ik zou het besterven! Maar zoo ik een kind heb zonder getrouwd te zijn, zullen de serjanten mij pakken. Ik zal, als een ontuchtige deerne, twintig gulden moeten betalen, en op de groote markt gegeeseld worden.

Om haar te troosten, sprak Soetkin heur eenige zoete woorden toe. Bezorgd en nadenkend keerde zij huiswaarts. Op een morgen sprak zij tot Klaas:

—Zoudt ge mij slaan, Klaas, als ik u twee kindjes schonk in stee van maar één?

—Dat weet ik niet, antwoordde Klaas.

—Maar, sprak Soetkin, als het tweede kindje niet uit mijn lichaam kwam en, gelijk dat van Katelijne, verwekt was door een onbekende, door den duivel misschien?

—De duivel, antwoordde Klaas, verwekt wel vuur en dood en rook, maar geen kinderen. Het kind van Katelijne zal ik als het onze aanzien.

—Zoudt gij dat? vroeg zij.

—Gelijk ik u zeg, hernam Klaas.

Soetkin ging die goede mare aan Katelijne kondschappen en uiterst gelukkig en opgetogen riep deze uit:

—De goede man heeft gesproken voor ’t heil van mijn lichaam. God zal hem zegenen, en ook de duivel, sprak zij huiverd, als ’t een duivel is, die U verwekte, arm schaapje, dat in mijn boezem leeft.

Soetkin bracht een zoon en Katelijne eene dochter ter wereld. Beiden werden ten doop gebracht als zoon en dochter van Klaas. De knaap werd Hans genoemd, maar bleef niet in leven; het meisje werd Nele geheeten en groeide flink op.

Aan vier bekers dronk zij levenssap: aan de borsten van Soetkin en aan die van Katelijne. En een zoete strijd ontstond tusschen de twee vrouwen, om de kleine de borst te mogen geven. Maar tot haar groot leed, moest Katelijne heure melk laten verdrogen, want men hadde heur gevraagd van waar die kwam, zonder dat zij moeder was.

Als Nele gespeend was, nam Katelijne heure dochter bij zich en liet haar niet eerder naar Soetkin gaan, dan nadat zij heur „moeder” genoemd had.

En de buren zeiden, dat het schoon was van Katelijne, die have en goed bezat, het kind op te voeden, want Soetkin en Klaas leefden veelal in kommer en armoe.