WeRead Powered by ReaderPub
De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders cover

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

Chapter 5: I.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

This work presents the legendary tales of Uilenspiegel and Lamme Goedzak, two characters who embody the spirit of the Flemish people during a tumultuous period in history. Through a blend of humor and adventure, the narrative explores themes of resistance against oppression, the celebration of folk culture, and the joys and struggles of everyday life. The characters navigate various challenges, showcasing their wit and resilience. The text is rich with vivid imagery and is interspersed with songs and folklore, reflecting the cultural heritage of Flanders. The storytelling style combines elements of prose and poetry, creating a lively and engaging reading experience.

Eerste Boek.

I.

In meimaand, als de hagedoorn in bloei stond, werd te Damme, in Vlaanderenland, Uilenspiegel, de zoon van Klaas geboren.

Terwijl Katelijne, de vroedvrouw, hem in warme doeken bakerde, bezag ze zijn hoofd en riep ze blijde uit:

—Hij is met den helm geboren!

Maar weldra jammerend, met den vinger een zwart stipje op den schouder van den boorling toonend:

—Laas! schreide zij, dat is het zwarte merk van den vinger des duivels!

—Heer Satan is vandaag vroeg opgestaan, antwoordde Klaas, dat hij alreeds den tijd vond om mijn zoon te teekenen?

—Satan sliep nog niet, zei Katelijne, want luister, nu eerst kraait Kanteklaar de hennen wakker.

En zij gaf het kind over aan Klaas en ging naar buiten.

De dageraad verdreef nu het nachtelijk duister, de zwaluwen vlogen kwetterend rakelings over de weide, en de zon kleurde vuurrood de kimme.

Klaas deed het venster open en sprak tot Uilenspiegel:

—Kind met den helm, zie, daar is moeder de Zon, die Vlaanderenland komt groeten. Bezie haar als uwe kijkers zullen open zijn; verkeert gij later ooit in twijfel, weet gij niet wat te doen om goed te doen, ga dan om raad bij de Zonne; zij is warm en helder: wees zoo goed als zij warm, zoo eerlijk als zij helder is.

—Klaas, mijn man, zei Soetkin, ge spreekt tot een doove; kom en drink, mijn jongen.

En de moeder stak den boorling hare schoone, blanke borsten toe.

De voorzegging van Katelijne. (Blz. 1).