WeRead Powered by ReaderPub
De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders cover

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

Chapter 68: LXIV.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

This work presents the legendary tales of Uilenspiegel and Lamme Goedzak, two characters who embody the spirit of the Flemish people during a tumultuous period in history. Through a blend of humor and adventure, the narrative explores themes of resistance against oppression, the celebration of folk culture, and the joys and struggles of everyday life. The characters navigate various challenges, showcasing their wit and resilience. The text is rich with vivid imagery and is interspersed with songs and folklore, reflecting the cultural heritage of Flanders. The storytelling style combines elements of prose and poetry, creating a lively and engaging reading experience.

LXIV.

Als Uilenspiegel den wagenmaker verlaten had, verhuurde hij zich, op de terugreis naar Vlaanderen, als leerknaap bij eenen schoenmaker, die liever aan zijne deur stond, dan met zijne else op den stoel zat.

Uilenspiegel, die hem voor de honderdste maal zag opstaan, vroeg hoe hij de overleeren moest snijden.

—Snijdt er, sprak de baas, voor groote en middelmatig voeten, opdat zij passen aan al wie groot of klein vee drijft.

—Zoo zal geschieden, baas, antwoordde Uilenspiegel.

Als de schoenmaker weg was, sneed Uilenspiegel overleeren die alleen goed waren voor merriën, ezelinnen, veerzen, zeugen en ooien.

Als de baas terug in zijn werkhuis kwam en zijn leder versneden zag, riep hij uit:

—Wat steekt gij daar uit?

—Wat gij mij gezegd hebt, was ’t antwoord van Uilenspiegel.

—Ik heb u gezegd, hernam de baas, schoenen te snijden die passen aan allen die ossen, varkens en schapen drijven, en nu snijdt gij schoenen voor die beesten.

Uilenspiegel antwoordde:

—Baas, in dit seizoen waarin alle beesten minneziek zijn, wie anders dan de zeug, de ezelin, de veers en de ooie mennen den beer, den ezel, den stier en den ram?

Hij maakte zich buiten, doch hij mocht niet meer binnen.