WeRead Powered by ReaderPub
De republiek van Plato cover

De republiek van Plato

Chapter 26: BESLUIT.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A Socratic dialogue led by Socrates interrogates the nature of justice, contrasting conventional views with Thrasymachus's claim that justice serves the powerful and answering Glaucon's challenge about its intrinsic value. To define justice the interlocutors construct an ideal city, outlining social classes, the education and censorship suited to guardians, and the specialization of roles. The conversation develops into a wider account of the soul's tripartite structure and its harmony as justice, argues for rule by philosophically trained leaders, presents metaphors for knowledge such as the allegory of the cave and the theory of forms, and traces how political regimes decline through successive stages.

BESLUIT.

Wij hebben gezien, welke inrigtingen Plato in een volmaakten staat verlangt, en welke aanmerkingen Aristoteles daarop meent te maken. Ik heb Plato’s Republiek niet zonder de beoordeeling van Aristoteles willen uitgeven; dewijl ik die beoordeeling als het complement van dat werk beschouw, en het mij, althans uit een geschiedkundig oogpunt, zeer belangrijk voorkomt, de tegenspraak te leeren kennen, die de socialistische begrippen reeds in de oudheid ondervonden hebben. Nu mogen de lezers beslissen, wiens wijze van zien hun de beste toeschijnt; mijn oordeel zal ik niet uitspreken, want vraagstukken van zulk een belang, zijn niet in een paar bladzijden af te handelen, en eene grondige beoordeeling zou den omvang van dit werk te groot maken; daar de socialistische en staathuishoudkundige theorieën der laatste jaren hierbij in aanmerking zouden moeten komen. Alleen houd ik het voor noodig, hier een paar aanmerkingen bij te voegen, opdat aan Plato geen onregt geschiede:

1. Plato wil zijn staat nergens invoeren, maar beschouwt hem als een onbereikbaar ideaal, en heeft later een uitvoerig werk Over de wetten geschreven, waarin hij eene theorie meêdeelt, die hij voor werkelijke toepassing geschikt rekent. Alle tegenwerpingen dus, die uit de zwakheid der menschelijke natuur tegen zijne Republiek te maken zijn, worden daardoor afgesneden. Zij bewijzen alleen, dat zijn staat niet bestaan kan, maar tegen het ideaal op zich zelf bewijzen zij niets.

2. Het eigenlijke doel van dit zijn werk is, gelijk ik reeds in de inleiding zeide, niet zoo zeer een model te geven, waarnaar werkelijke staten moeten ingerigt worden, als wel, gelijk hij uitdrukkelijk te kennen geeft, de regtvaardigheid en haren invloed op het wezenlijk geluk der volken en der enkele menschen in een aanschouwelijk beeld uit te drukken.

3. Hoeveel er op zijne staatkundige denkbeelden moge te zeggen zijn, het doel, dat hij zich had voorgesteld, heeft hij, geloof ik, werkelijk bereikt; en ieder, die de Republiek opmerkzaam gelezen heeft, zal er door versterkt zijn in de overtuiging, dat voor enkele menschen en geheele volken de deugd het hoogste goed is.

4. In de Republiek heeft Plato, op het voetspoor van Socrates, een grondslag der zedekunde aangewezen, die voor alle tijden geldt. Hij zocht aan te toonen, dat het de inwendige natuur van den mensch is deugdzaam te zijn, en dat alleen daardoor het begrip mensch in hem verwerkelijkt wordt; terwijl hij anders op een lager standpunt, dan waarvoor hij geschikt is, terugzinkt. Nu kunnen wij de zedekunde in drie hoofddeelen splitsen. a. De Theologische zedekunde, die de zedewet uit de Godheid afleidt. b. De Anthropologische zedekunde, die de zedewet uit de natuur van den mensch ontwikkelt. c. De vereeniging van a en b. Dit laatste deel moet dan het volledige stelsel der zedekunde bevatten, waartoe de twee eerste deelen den grondslag opleveren; en naarmate die twee eerste deelen beter behandeld zijn, zal het laatste voortreffelijker wezen. Nu meen ik Plato’s Republiek als eene uitstekende monographie over b te mogen aanmerken, en daarom geloof ik, dat, al zijn onze godsdienstige begrippen zuiverder dan de zijne, onze denkbeelden over de zedekunde door het bestuderen van dit werk evenwel niet weinig in helderheid kunnen winnen.

5. Behalve het reeds gezegde zijn er door de geheele Republiek eene menigte schoone, ware, voor werkelijke toepassing bijzonder geschikte denkbeelden verspreid. Die allen op te noemen is onnoodig, zij blijken onder het lezen van zelfs. Deze denkbeelden behouden hunne waarde, hoe men ook over het werk als geheel moge denken. Plato’s staatkundige theorie is een snoer, waaraan eene menigte paarlen geregen zijn. Men make dit snoer los, werpe zelfs sommige paarlen als valsch weg; altijd zal men er nog genoeg overhouden, om zich de moeite van het uitzoeken niet te beklagen.

Einde.
Colofon
Duidelijke zetfouten in de originele tekst zijn verbeterd. Daarnaast is aangepast:
Pagina Origineel Aangepast
ix eehter echter
xiii mogegelijk mogelijk
xxvii [Niet in bron] in
xxviii leide legde
2 kijken bekijken
19 Plato Plato
45 voorschrevene voorgeschrevene
54 mysterien mysteriën
64 onmiddelijk onmiddellijk
79 in in in
101 aangrijppen aangrijpen
132 vondt vond
133 Heezeer Hoezeer
163 Df. Dr.
187 platnens platneus
194 idéën idéen
213 [1] [2] (Voetnoot label)
214 ouderwerp onderwerp
228 nn nu
245 krijgsleiden krijgslieden
288 ik Ik
302 diensbaar dienstbaar
303 vindem vinden
313 ook ook ook
323 te te te
324 orgineel origineel
339 ondenkaar ondenkbaar
347 reizens reizen
361 Dns Dus
364 versehillen verschillen