WeRead Powered by ReaderPub
Drie Harten cover

Drie Harten

Chapter 1: DRIE HARTEN
Open in WeRead

About This Book

The narrative unfolds as a series of brisk, film-inspired episodes that combine breathless action with romantic complication. A central male figure becomes entangled in a mistaken marriage that threatens his chance to be with the one true woman, and subsequent episodes pursue his efforts to undo the error and achieve a rightful union. Scenes emphasize cinematic set pieces, rapid plotting, and melodramatic turns, while the framing voice reflects on adaptation between screen and prose and on the commercial pressures that shape popular storytelling.

The Project Gutenberg eBook of Drie Harten

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Drie Harten

Author: Jack London

Release date: January 20, 2026 [eBook #77745]

Language: Dutch

Original publication: Amsterdam: Johannes Müller, 1924

Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DRIE HARTEN ***
[Inhoud]

[Inhoud]

DRIE HARTEN

DRIE HARTEN

AMSTERDAM
BOEKHANDEL EN UITGEVERSMAATSCHAPPIJ
JOHANNES MÜLLER

[5]

[Inhoud]

VOORWOORD.

Ik hoop, dat de lezer mij niet kwalijk zal nemen, dat ik dit voorwoord inleid met een snoeverij. Werkelijk, dit verhaal is een heugelijke gebeurtenis. Wanneer het voltooid is, vier ik mijn veertigsten verjaardag; het is mijn vijftigste boek; het zestiende jaar van mijn schrijversloopbaan en een nieuw begin. „Drie harten”, is een nieuw begin. Nooit tevoren heb ik iets dergelijks gedaan; ik ben er vrij zeker van, dat ik nooit weer iets dergelijks doen zal. En ik durf er gerust voor uitkomen, dat ik er trots op ben het gedaan te hebben. En nu, wanneer de lezer van actie houdt, dan raad ik hem aan om de rest van deze snoeverij en dit voorwoord over te slaan en zich hals over kop, op het verhaal te storten en mij te vertellen of het zich niet goed laat lezen.

Voor den meer nieuwsgierigen lezer wil ik het nog wat nader verklaren. Nu de bioscoop verreweg de meest populaire vorm van ontspanning geworden is over de geheele wereld, begon de voorraad van intriges en verhalen der menschelijke verdichting snel uitgeput te raken. In een jaar tijd is één enkele maatschappij met een twintigtal directeuren, in staat om alle werken van Shakespeare, Balzac, Dickens, Scott, Zola, Tolstoï en een dozijn, minder vruchtbare schrijvers te verfilmen. En aangezien er honderden bioscoop-maatschappijen zijn, is het gemakkelijk te begrijpen hoe snel zij tegenover een tekort stonden aan ruw materiaal, waaruit bioscoopbeelden vervaardigd worden. Het film-recht van alle novellen, korte verhalen en tooneelstukken, die al beschermd waren door auteursrecht, werd gekocht of gecontracteerd, terwijl al het ruwe materiaal, waarvan het auteursrecht verloopen was, even snel op het doek gebracht werd, als zeelieden op een goudkust de korreltjes goud zouden oppikken. Duizenden filmroman-schrijvers—of beter gezegd, tienduizenden, want er was geen man, vrouw of kind, die niet in staat ware om een filmroman te schrijven—tienduizenden filmroman-schrijvers maakten strooptochten door alle literatuur (met en zonder auteursrecht) en grepen de tijdschriften weg, nog nat van de pers, om zich meester te maken van de een of andere nieuwe scène, intrige of geschiedenis, voortgebracht door hun schrijvende medebroederen. Terloops moet er echter op gewezen worden, dat dit geschiedde in de dagen, al is zulks nog niet lang geleden, vóór de filmroman-schrijvers achtenswaardige menschen werden, in de dagen, toen zij overwerk verrichtten voor hondsche directeuren voor vijftien en twintig dollars per week of hun producten te koop aanboden voor tien tot twintig dollars per stuk en den halven tijd niet eens het geld ontvingen, dat hun toekwam, of toen hun gestolen goederen hun eveneens ontstolen werden door even onbarmhartige en schaamtelooze individuen, die bij de week slaafden. Maar heden, al is dit slechts een dag later, ken ik filmroman-schrijvers, die drie auto’s hebben, twee chauffeurs, hun kinderen naar de deftigste [6]scholen zenden en wier solvabiliteit niet te betwijfelen valt. Het was voornamelijk te danken aan dit tekort aan ruw materiaal, dat de filmroman-schrijvers zoo in waarde en aanzien stegen. Er kwam vraag naar, ze werden met meer achting behandeld, beter betaald en, wederkeerig, verwachtte men, dat ze op een hooger peil zouden komen te staan. Een phase van deze nieuwe vraag naar materiaal was de poging om bekende schrijvers voor dit werk te winnen. Maar al heeft iemand een twintigtal novellen geschreven, dan is dit nog geen bewijs, dat hij een goede filmroman kan schrijven. Integendeel, men kwam spoedig tot de ontdekking, dat een vroeger succes als novellist de beste garantie was voor een mislukking als filmroman-schrijver.

Maar de film-maatschappijen gaven den moed niet op. Verdeeling van het werk, dat was de zaak. In verbinding tredend met invloedrijke dagblad-organisaties of juist het tegenovergestelde, zooals met „Drie harten” het geval was, lieten ze de bekwaamste filmroman-schrijvers (die, met den besten wil van de wereld, geen novelle konden vervaardigen) filmromans schrijven, die dan weer door novelle-schrijvers (die, met den besten wil van de wereld, geen filmroman konden vervaardigen) werden omgewerkt in novelles.

Zoo kwam Mr. Charles Goddard bij den schrijver, Jack London, zeggende: „Tijd, plaats en menschen zijn gereed; de film-maatschappijen, de dagbladen en het kapitaal, alles is klaar; laten we nu een overeenkomst sluiten.” En wij deden het. Resultaat: „Drie harten.” Wanneer ik beweer, dat Mr. Goddard aansprakelijk is voor „De gevaren van Pauline”, „De heldendaden van Elaine”, „De Godin”, de „Maak dat je rijk wordt, Wallingford”-series enz., dan kan er niet de minste twijfel bestaan aan zijn bekwaamheid. Ook de naam der heldin van dit boek, Leoncia, is zijn eigen vinding.

Op de rancho in de Maanvallei schreef hij de eerste episodes. Maar hij schreef vlugger dan ik en had zijn vijftien episodes af, weken vóór ik gereed was. Laat u niet misleiden door het woord „episode”. De eerste episode beslaat drieduizend voet film. De volgende veertien ieder tweeduizend voet. En iedere episode omvat negentig bedrijven, wat een totaal maakt van ongeveer dertienhonderd bedrijven. Maar desniettegenstaande werkten wij gelijktijdig aan onze respectieve opdracht. Ik kon geen rekening houden met hetgeen er in het volgende of twaalf hoofdstukken verder gebeurde, omdat ik dit niet wist. Evenmin wist Mr. Goddard dit. Het onvermijdelijk gevolg was dat „Drie harten” misschien niet erg logisch kon worden opgebouwd, ofschoon er toch zeker een leidende draad in is op te merken.

Stel u mijn verrassing voor, toen ik daar in Hawaii en zwoegend onder het novelliseeren der tiende episode, met de mail van Mr. Goddard uit New-York de veertiende episode ontving en deze doorlezend, ontdekte, dat mijn held getrouwd was met de verkeerde vrouw!—en dan nog maar één episode te hebben, om die verkeerde vrouw kwijt te worden en mijn held op waardige wijze te vereenigen met de echte en eenige vrouw. Zie voor dit alles, alsjeblieft het laatste hoofdstuk der vijftiende episode. Maar Mr. Goddard zal me wel aangeven, hoe dit moet geschieden. [7]

Want Mr. Goddard is een meester in actie en snelheid. Actie kan hem in het minst niet verontrusten. „Speel”, zegt hij kalm in een film-aanwijzing voor den film-acteur. Blijkbaar doet de acteur dit, want Mr. Goddard gaat onmiddellijk voort. „Vertolk verdriet”, beveelt hij, of „zorg”, of „toorn”, of „teedere sympathie”, of „moorddadige bedoelingen”, of „neiging tot zelfmoord”. Dat is al. En dat moet het zijn, want hoe zou hij anders ooit al die dertienhonderd bedrijven kunnen voltooien.

Maar stel u nu mij, arme duivel, voor, die het tooverwoord „Speel” niet kan gebruiken, maar die, toch eenigszins uitvoerig, deze gemoedsstemmingen en manieren moet beschrijven, zoo vluchtig in het voorbijgaan door Mr. Goddard in het leven geroepen! Wel, Dickens zag er niets in om een duizend woorden of zoo te besteden aan de beschrijving en karakteriseering van een zeker verdriet van een zeker persoon. Maar Mr. Goddard zegt: „Speel”, en de slaven der camera gehoorzamen.

En actie! Ik heb in mijn leven enkele avontuurlijke verhalen geschreven, maar nog nooit heb ik, in al die werken, zooveel actie kunnen leggen, als samengevat is in „Drie harten”.

Maar nu weet ik, waarom de bioscoop zoo populair is. Ik weet nu waarom de heeren „Barnes van New-York” en „Potter van Texas”, millioenen copieën verkoopen. Ik weet nu, waarom een hoogdravend stukje redevoering meer stemmen verwerft dan de schoonste of edelste daad of gedachte van staatsbeleid. Het is een interessante onderneming geweest, dit novelliseeren van Mr. Goddards filmroman, en het was zeer leerzaam. Het ouderwetsche beeld, dat ik mij over de samenleving gevormd had, ontving daar door een andere belichting, een ander voetstuk en andere steunsels. Ik heb, door dit avontuur in mijn schrijversloopbaan, de zienswijze der groote menigte beter leeren begrijpen, dan ik ooit tevoren deed en beter dan ooit gevoeld, hoe de volksmenner zijn gehoor, welks toejuichingen hij verwierf, door zijn geestelijk meesterschap weet te boeien. Het zou mij verwonderen, als dit boek geen opgang maakte. („Speel verwondering”, zou Mr. Goddard zeggen, of „Vertolk opgang”.)

Wanneer het avontuurlijke van „Drie Harten” toegeschreven moet worden aan samenwerking, dan ben ik er door in vervoering gebracht. Maar helaas!—ik vrees, dat Mr. Goddard dan een medewerker is, zooals er slechts één op een millioen te vinden is. We hebben elkander nooit gesproken, noch van gedachte gewisseld of verschil van inzicht gehuldigd. Maar dan moet ik zelf ook een juweel van een medewerker zijn. Heb ik hem niet zonder fluisteren, klagen of morren, laten „spelen”, door vijftien filmepisodes, dertienhonderd bedrijven en eenendertigduizend voet film, door honderdelfduizend woorden novelle heen? Maar hoe het zij, nu het werk af is, wenschte ik, dat ik het nimmer geschreven had—en wel om reden, dat ik het zelf zou willen lezen om te zien, of het goed leest. Daar ben ik nieuwsgierig naar. Ik ben er erg nieuwsgierig naar.

Jack London. [8]

Rug aan rug, door den grootmast gescheiden.

Wilt ge avonturen en schatten?

Luistert, Kapers, trekt met me mee!

Zoekt ze op de oceanen.

Op de golvende, rollende zee.

Refrein.

Woedende storm en de bruisende golven!

Wij zijn de duivels, wier vroolijke moed,

—Rug aan rug, door den grootmast gescheiden—

De gansche bemanning wijken doet.

Grijpt de dolken, grijpt pistolen!

Ons is de zege na bloedigen strijd!

Laat de zwaarden het werk voltooien,

Door de kanonnen voorbereid.

Refrein.

Woedende storm en de bruisende golven!

Wij zijn de duivels, wier vroolijke moed,

—Rug aan rug, door den grootmast gescheiden—

De gansche bemanning wijken doet.

Hoezee voor de rhum! hoezee voor de buit!

Voor d’ orkaan met ’n dond’rende kracht!

Laat de zeeman genade smeeken,

Als de stuurlui zijn omgebracht.

Refrein.

Woedende storm en de bruisende golven!

Wij zijn de duivels, wier vroolijke moed,

—Rug aan rug, door den grootmast gescheiden—

De gansche bemanning wijken doet.

Driewerf hoezee! het schip is genomen!

Makkers hoezee! Gij waart het best!

Neemt de maagden, neemt de lading!

Naar de haaien met de rest!

Refrein.

Woedende storm en de bruisende golven!

Wij zijn de duivels, wier vroolijke moed,

—Rug aan rug, door den grootmast gescheiden—

De gansche bemanning wijken doet.

Naar het Engelsch van George Sterling.