Inhoud
- 1. Na een langen marsch 1.
- 2. De bewegende vuren 8.
- 3. Verstrooid 19.
- 4. Geen keuze 28.
- 5. De eerste dagen in het woud 36.
- 6. Altijd naar het Zuidwesten 43.
- 7. De ledige kooi 50.
- 8. Dokter Johausen 59.
- 9. Op de Johausen-rivier 71.
- 10. Ngora 79.
- 11. De reis van den 19den Maart 84.
- 12. Na de schipbreuk 91.
- 13. Een dorp in de lucht 96.
- 14. De wagdies 108.
- 15. Drie weken studie 116.
- 16. Zijne Majesteit Koning Mselo-Tala-Tala 127.
- 17. Koning Johausen 140.
- 18. Onverwachte ontknooping 151.
Lijst der Platen.
- “Max Huber en Llanga” (Titelplaat)
- “Het drietal zette den tocht voort” 5.
- “De lichten schenen thans wel vijftig en honderd voet boven den beganen grond” 9.
- “Toen kon hij de anderen behulpzaam zijn om tegen den stam op te klimmen” 13.
- “Daar weerklonk een schot” 21.
- “Het was een Inyala, een soort antilope” 25.
- “Had John Cort geen oogen genoeg om de prachtige plantenwereld te bewonderen” 29.
- “Toen hij eensklaps een hand op zijn schouder voelde” 37.
- “Max Huber legde dadelijk zijn karabijn aan” 41.
- “En riep luidkeels: de Rio! de Rio!” 45.
- “Na een poos ontdekten zij het tweetal, aan den linkeroever” 53.
- “En in die tralies was een deurtje” 57.
- “Daar de dokter zich verbeeldde, dat de apen niet ongevoelig zouden zijn voor de schoonheden der muziek” 61.
- “Er was nu een ijzeren pot, men kon dus een soort soep koken” 65.
- “Het duurde niet lang of een gulzige snoek beet aan en werd aan boord gehaald” 69.
- “Op de takken der boomen wemelde het van apen” 73.
- “Eenige oogenblikken verkeerden de reizigers in grooten angst” 77.
- “En staken hem hunne hand toe” 85.
- “De buffel scheen niet van plan om heen te gaan” 97.
- “Zij werden meegesleurd in de kolk” 101.
- “Hij poogde tusschen het bladerengewelf door, een stukje van den hemel te ontdekken” 105.
- “Er bleef niets anders over dan voort te loopen” 109.
- “Stond hij uit te kijken, of hij het licht nog niet zag verschijnen” 113.
- “Stonden in zekere regelmaat hutten van stroo” 117.
- “Vooraf gegaan door Li-Mai die Llanga bij de hand hield” 121.
- “Toen de beide schildwachten hem dreigend den weg versperden” 125.
- “Schoten zij de vogels met kleine pijltjes” 129.
- “Met bijlen gewapend, storten zij zich tusschen de troep” 133.
- “Het viel dadelijk op, dat zij zich bizonder hadden opgetooid” 137.
- “Ging achter het orgel staan en begon te draaien” 141.
- “En schudde den koning tamelijk oneerbiedig heen en weer” 145.
- “Twee schoten weerklonken” 149.
- “En wederzijds wuifde men elkander tot afscheid toe” 153.