W.
Wace. Auteur van “Li Romans de Brut”, 311.
Wales. De Arthur-sage in, 315; voorspelling van Taliesin omtrent, 354. Feeën van. Zie Tylwyth Teg. Literatuur van, de Arthur in de Arthur-sage geheel verschillend van dien in de, 308, 309; vergeleken bij de Iersche, 316; Arthur-verhalen in, 355. Manuscript-Genootschap van Wales. Llewellyn Sion’s “Barddas” door J. A. Williams ap Ithel uitgegeven voor, 305. Verhalen van Wales. Het karakter van, 363, 364.
Wed van Ferdia. Plaats aan de rivier Dee, éen kampioen telkens om Cuchulain te ontmoeten aan het, 193; strijd aan het, tusschen Cuchulain en Ferdia, 198, 202.
Weston, Miss Jessie L. Verwijzing naar haar studies over de Arthur-sage, 314.
Willem de Veroveraar. in Verband Met de Arthur-sage, 315.
Wolfram von Eschenbach. Zijn vertelling van de Graal, 274.
Y.
Yspaddaden Penkawr. Vader van Olwen, 356; wat hij Kilhwich oplegt, 359–360; gedood door Goreu, zoon van Custennin, 361.
Z.
Zalm van Kennis. Zie Fintan, 235.
Zalm van Llyn Llyw. De, van, 360.
Zielsverhuizing. De leerder,; bewering dat Keltische voorstelling van onsterfelijkheid de Oostersche opvatting van, in zich sloot, 64; leer der, door Kelten niet zoo opgevat als door Pythagoras en de Oosterlingen, 65; Taliesin wordt een adelaar, 85. Zie Tuan mac Carell.
Zimmer, Dr. Heinrich. Over de bron van de Arthur-sage, 315.
Zoroaster. Magie-godsdienst bedacht door, 46.
Zwarte Ridder, De, Kymon en, 364; Owain en, 364.
Zwarte Sainglend. Cuchulain’s laatste paard; verlaat hem, 214.
Zwakheid van de Ultoniërs. Veroorzaakt door Macha’s vloek, 163; komt uit bij gelegenheid van Maev’s beroemden vee-strooptocht van Quelgny (Tain Bo Cuailgné), 163.
Zweden. Schip-symbool in rotsen van, uitgehouwen, 56.
Zwitserland. Keltisch element in plaatsnamen van, 12; meer-woningen in, 40.
1 In zijn Voorlezingen “Taal en Taalstudie”, bewerkt door dr J. Beckering Vinckers (Haarlem, Erven Bohn), onderscheidt Whitney: a het Ersisch of Keltisch van Ierland; b het Galisch of Keltisch van de Schotsche Hooglanden; c het weinig belangrijke dialect van het eiland Man; d het Keltisch van het Prinsdom Wales; e het sedert het begin dezer eeuw uitgestorven dialect van Cornwallis; f dat van Bretagne (Armorica) in Frankrijk. De drie eerste vormen de noordelijke, de drie laatste de zuidelijke of Kimbrische groep der Keltische taalfamilie. (Noot van den v.)
MOOIE BOEKEN
UITGEGEVEN DOOR
W. J. THIEME & CIE, ZUTPHEN.
| Guerber, | Mythen en Legenden uit de Middeleeuwen. |
| Guerber, | Mythen en Legenden van Griekenland en Rome. |
| Guerber, | Noorsche Mythen. |
| Davis, | Mythen en Legenden van Japan. |
| Rolleston, | Keltische Mythen. |
| Cotterill, | Oud Hellas. |
| Cotterill, | Italië in de Middeleeuwen (najaar 1916). |
| Tappan, | De Geschiedenis van het Grieksche Volk. |
| Tappan, | De Geschiedenis van het Romeinsche Volk. |