19.
Hij echter is almagtig; dat kunnen wij niet zijn, want wij zijn slechts eene kleine schakel in de groote keten der schepping, die hij aaneenverbindt. Hij is eeuwig en ons leven omvat eene zoo korte, ons vooraf zelfs geheel onbekende handbreedte tijds. Hij is alomtegenwoordig en wij zijn slechts op eene enkele plek te gelijk aanwezig en hebben maanden tijds noodig om slechts een vierde gedeelte van den omvang dezer kleine aarde te doorreizen. Hij is alwetend en wij weten slechts hetgeen wij door middel onzer vijf zinnen ervaren en in ons geheugen ingeprent hebben; hetgeen nevens ons voorvalt op eene plaats, die door een enkelen wand van ons is gescheiden, kunnen wij niet weten; den dag van gisteren kenden wij eergisteren niet; de dag van morgen is voor ons een geheim en hetgeen ons de dag van overmorgen baren zal, blijft ons heden en morgen nog onbekend.—Maar God is mede alwijs, algoed, regtvaardig, onveranderlijk waarachtig en voortdurend werkzaam en deze vijf hoedanigheden zijn het, die ons den weg aanwijzen, dien wij behooren te bewandelen. Vijf woorden vatten den inhoud zamen der zedeleer, die wij behooren te volgen. Wij moeten er naar streven om wijs, goed, regtvaardig, getrouw en waarachtig en werkzaam te zijn.