3.
Al hetgeen wij weten, hebben wij aan deze vijf zinnen te danken. Alle kennis, die wij bezitten, is een gevolg der indrukken, welke de voorwerpen en verschijnselen in de buitenwereld door middel onzer vijf zintuigen op ons hebben voortgebragt. Andere eigenschappen der ligchamen, die zich niet door middel dezer vijf zinnen of door een of meer derzelven aan ons kenbaar maakten, kunnen wij ons niet voorstellen en een zesde zin is voor ons geheel ondenkbaar. Al hetgeen wij denken en weten, komt of is slechts door middel van onze vijf zinnen tot ons gekomen. Er bestaat geen andere weg langs welken voorstellingen, denkbeelden in ons binnenste zouden kunnen geraken.