WeRead Powered by ReaderPub
Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag cover

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag

Chapter 15: Tweede bewys dat de Javaan mishandeld wordt.
Open in WeRead

About This Book

A varied collection of intimate letters, satirical sketches, and polemical essays that oscillate between personal reflection on affection and domestic hardship and fierce social critique of free-labor policies in the colonies. Writings shift from conversational, often ironic observations of everyday life and human vanity to direct attacks on political hypocrisy and economic injustice, mixing rhetorical fervor, moral urgency, and lyrical passages. The arrangement alternates correspondence, topical commentary, and impressionistic dispatches to illuminate private feeling alongside public wrongs.

Tweede bewys dat de Javaan mishandeld wordt.

De arbeid van den Javaan zou, wat de hoofdzaak betreft, kunnen worden verdeeld in de volgende klassen:

  • 1) Arbeid als heeredienst ten-behoeve der eigenaars van partikuliere landeryen.
  • 2) Arbeid als heeredienst ten-behoeve van Inlandsche hoofden en beambten.
  • 3) Arbeid ten-behoeve van kontraktanten, d.i. van zoodanige personen, als door de edelmoedige Regeering beschonken zyn met het recht, om te beschikken over zóóveel bouws grond, met de werkkracht van zóóveel omliggende dorpen.
  • 4) Arbeid ten-behoeve van partikulieren die aan eigen middelen zyn overgelaten, en zonder bescherming van de Regeering, overeenkomsten sluiten met den Inlander. Dit is de veel besproken vrye arbeid.
  • 5) Arbeid ten-behoeve van het Gouvernement: kultuurstelsel.
  • 6) Arbeid ten-eigen-behoeve. Hiertoe ontbreekt meestal de tyd, en dan komt er hongersnood.

Al deze soorten van arbeid werpen voordeel af, doch alleen de laatste klasse van bezigheid zou den Javaan zelf te-stade komen. De vyf eerstgenoemde kategoriën baten:

  • aan de landeigenaars,
  • aan de inlandsche hoofden,
  • aan de europesche beambten,
  • aan de kontraktanten,
  • aan de particuliere ondernemers,
  • aan het Nederlandsch-Indisch Gouvernement, dat is ten slotte:
  • aan Nederland.

Hoe-meer nu de Javaan werkt, hoe-meer winst voor die personen, voor die Regeering, voor die natie.

De Javaan gehoorzaamt z’n Hoofden. Deze Hoofden hebben behoefte aan weelde en praal. Wie ’n hoofd te vriend heeft, kan diens ondergeschikte bevolking uitmergelen zooveel hy wil. Wie zoo’n hoofd betaalt—omkoopt!—kan zéker zyn, tiendubbel schadeloos gesteld te worden...

Welnu, Kiezers, gy die menschenkennis hebt, gy die te verstandig zyt om iets aan te nemen op gezag, gy die zoo op leugens gesteld zyt... ’t zal u zeker aangenaam verrassen, wanneer ik hier ’n leugen zeg, die ’k byzonder aanbeveel in uw hoogstverontwaardigd ongeloof:

Al die Landeigenaars zyn braaf. Al die Inlandsche Hoofden, edel. Al die Europesche Beambten, intègre. Al die Kontraktanten grootmoedig. Al die Partikulieren onbaatzuchtig. Dat Indisch Gouvernement is van hoogen zielenadel... en ’t schuld-afdoend Nederland bouwt spoorwegen van ’t batig saldo!