AANTEEKENINGEN
| 60D. | Euenos. Sofist en dichter, afkomstig van het eiland Paros. Ook elders vermeldt Platoon hem (Ap. 20B, Phaidros 267A), met dezelfde goedmoedige ironie als hier. |
| 89C. | Argeiers. Toen de Argeiers in 550 hun zuidelijk
grensgebied met de stad Thureai aan de Lakedaimoniërs
verloren, verboden zij bij wet hun mannen
lang haar, en hun vrouwen gouden sieraden te dragen
zoolang die stad niet heroverd zoû zijn. Zie
Herodotos I 82. Iolaos. Neef van Herakles en diens wagenmenner en trouwe metgezel. Toen Herakles bij zijn strijd met de Hydra door een reusachtige zeekrabbe werd aangevallen, riep hij de hulp van Iolaos in. Zie Platoons Euthydemos 297C. |
| 90C. | Euripos. De om haar onstuimigheid bekende enge zeestraat tusschen Boiotia en het eiland Euboia op de hoogte der steden Chalkis en Aulis. |
| 95A. | Harmonia de Thebaansche. Gemalin van Kadmos den Phoinikiër, den mythischen stichter van Thebai. |
| 97C. | Anaxagoras. Uit Klazomenai in Lydia. 500-428. Beroemd leerling der Ionische natuurphilosofen. Hij vestigde zich te Athenai en werd bevriend met den kring van Perikles. Om zijn atheïstische stellingen werd hij, evenals later Sokrates, van „asebeia” beschuldigd en ontkwam alleen door Perikles’ invloed aan de doodstraf. Hij stierf te Lampsakos. Van zijn hoofdwerk „Over de natuur” bestaan nog slechts fragmenten. |
| 108D. | Glaukos. Waarschijnlijk wordt gedoeld op Glaukos van Chios, den uitvinder van het soldeeren van ijzer. Zie Herodotos I 25. |
| 118A. | Wij zijn Asklepios een haan schuldig. Het gewone offer aan den god der geneeskunde, wanneer men van een ziekte is hersteld. |
Colofon
Duidelijke zetfouten in de originele tekst zijn
verbeterd. Wisselende spelling is gecorrigeerd. Daarnaast is aangepast:
| Pagina | Origineel | Aangepast |
|---|---|---|
| 5 | Apollodoras | Apollodoros |
| 14 | bovenal | boven-al |
| 14 | daarstraks | daar-straks |
| 16 | allang | al-lang |
| 20 | allang | al-lang |
| 22 | ten-minst | tenminste |
| 25 | voorzoover | voor-zoo-ver |
| 26 | wordingsovergang | wordings-overgang |
| 26 | wordingsovergangen | wordings-overgangen |
| 28 | methematische | mathematische |
| 30 | daarstraks | daar-straks |
| 36 | ons-zelven | onszelven |
| 41 | een een | een |
| 42 | voorzoover | voor-zoo-ver |
| 43 | zonderdat | zonder dat |
| 60 | mijzelf | mij-zelf |
| 61 | mijzelf | mij-zelf |
| 66 | mijzelf | mij-zelf |
| 88 | zoo-lang | zoolang |