Goden en Godinnen.

Aizen-Myō-ō. De God der Liefde.

Aji-shi-ki. Een Shintō God, die aangezien werd voor zijn overleden vriend Ame-waka.

Ama-no-ho. De eerste der Goddelijke Boden, die gezonden werden om den weg voor de komst van Ninigi voor te bereiden.

Ama-terasu. De Zonnegodin.

Ame-waka. Hemel-jonge Prins, en één der Goddelijke Boden.

Amida. Een Buddhistische godheid, oorspronkelijk een abstractie, het ideaal van het onbegrensde licht. De Daibutsu te Kamakura vertegenwoordigt dien God.

Anan. Een neef van Buddha, en, evenals Bishamon, begiftigd met groote kennis en een wonderbaarlijk geheugen.

Benten. Eén der Zeven Goden van het Geluk.

Bimbogami. De God der Armoede.

Binzuru. Een leerling van Buddha, en door de lagere standen vereerd om zijn wonderbaarlijke macht, alle menschelijke ziekten te genezen.

Bishamon. De God van den Rijkdom en eveneens van den Oorlog.

Bosatsu. Een uitdrukking, gebezigd voor Buddhistische heiligen.

Buddha. Zie Shaka.

Daikoku. De God van den Rijkdom.

Dainichi Nyorai. Een personificatie van reinheid en wijsheid. Eén der Buddhistische Drie-eenheid.

Daishi. “Groote Leeraar”, een uitdrukking, toegepast op een aantal Buddhistische heiligen.

Daruma. Een volgeling van Buddha.

Dōsojin. De God der wegen.

Ebisu. Een God van Geluk en Dagelijksch Voedsel. Hij is de beschermer van eerlijken arbeid, en wordt voorgesteld als een visscher met een tai-visch in de hand.

Ekibiogami. De God van de Pest.

Emma-Ō. De Heerscher van de Hel en de Rechter van de Dooden.

Fu Daishi. Een onder de Goden opgenomen Chineesche priester.

Fudō. De God der Wijsheid.

Fugen. De beschermgod van hen, die in een bijzonderen vorm van geestverrukking hun overpeinzingen verrichten. Gewoonlijk wordt hij afgebeeld zittende aan de rechterhand van Shaka.

Fukurokuju. Een Geluksgod, die een lang leven en wijsheid voorspelt.

Gaki. Kwade Goden.

Go-chi Nyorai. De Vijf Buddha’s van Overpeinzing: Yakushi, Tahō, Dainichi, Ashuku en Shaka.

Gongen. Een algemeene naam voor de incarnaties van Buddha’s volgens de Shintō-leer. Ook toegepast op onder de goden opgenomen helden.

Gwakkō Bosatsu. Een Buddhistische maangod.

Hachiman. De Oorlogsgod. Hij is de onder de Goden opgenomen Keizer Ōjin, de beschermer van den Minamoto stam.

Hoderi. “Schijnend Vuur”, zoon van Ninigi.

Hoori. “Uitdoovend Vuur”, zoon van Ninigi.

Hoso-no-kami. De God der Pokken.

Hotei. Een God van het Geluk, het type van Tevredenheid.

Hotoke. De naam van alle Buddha’s, en meestal toegepast op de dooden in het algemeen.

Ida Ten. Een beschermer van het Buddhisme.

Iha-naga. “Prinses Lang-als-de-Rotsen”, oudste dochter van den Geest der Bergen.

Inari. De Godin van de Rijst, ook in verband met den Vossengod.

Isora. De Geest van de Zeekust.

Izanagi en Izanami. De Scheppers van Japan, van wie de godheden uit het Shintō Pantheon zijn voortgekomen.

Jizō. De God der Kinderen.

Jurōjin. Een God van het Geluk.

Kami. Algemeene naam voor alle Shintō godheden.

Kashō. Eén der grootste leerlingen van Buddha.

Kaze-no-Kami. De God van den Wind en der Verkoudheden.

Kengyū. De landbouwende minnaar van het Wevende Meisje.

Ken-ro-ji-jin. De Aardgod.

Kishi Bojin. Een Indische Godin, door de Japanners vereerd als de beschermster van Kinderen.

Kōbō Daishi. Een onder de goden opgenomen Buddhistische wijze.

Kodomo-no-inari. De Vossengod der Kinderen.

Kōjin. De God van de Keuken. Versleten poppen worden aan die godheid geofferd.

Kokuzō Bosatsu. Een vrouwelijke Buddhistische heilige.

Kompira. Een Buddhistische godheid van duisteren oorsprong, vereenzelvigd met Susa-no-o en andere Shintō-Goden.

Kōshin. De God der Wegen. Een vergoding van den dag van den Aap, voorgesteld door de Drie Mystieke Apen.

Kuni-toko-tachi. “De Aardsche Eeuwig Staande.” Een zelf geschapen Shintō-God.

Kwannon. De Godin der Barmhartigheid, in verschillende vormen voorgesteld:

  1. 1. Shō-Kwannon. (Kwannon de Wijze).
  2. 2. Jū-ichi-men Kwannon (met Elf Gezichten.)
  3. 3. Sen ju Kwannon (met Duizend Handen).
  4. 4. Ba-tō-Kwannon (met Paardenkop).
  5. 5. Nyo-i-rin Kwannon (Almachtig).

Marishiten. Zij is in het Japansche en Chineesche Buddhisme voorgesteld als de Koningin des Hemels. Zij heeft acht armen, waarvan twee de symbolen van zon en maan vasthouden. In de Brahmaansche godgeleerdheid is zij de verpersoonlijking van het Licht, en tevens een naam van Krishna.

Maya Bunin. De moeder van Buddha.

Miroku. De opvolger van Buddha, en bekend als de Buddhistische Messias.

Miwa-daimyō-jin. De godheid, die in verband staat met het Lachfeest van Wasa.

Monju Bosatu. De Heer der Wijsheid.

Musubi-no-Kami. De God van het Huwelijk.

Nikkō Bosatsu. Een Buddhistische Zonnegod.

Ninigi. De Kleinzoon van Ama-terasu, de Zonnegodin.

Ni-Ō. Twee reusachtige en woeste Koningen, die de buitenpoorten van tempels bewaken.

Nominosukune. De beschermgod der worstelaars.

Nyorai. Een eeretitel van alle Buddha’s.

O-ana-mochi. “Bezitter van de Groote Opening” van den Fuji.

Oho-yama. De Geest der Bergen.

Ōnamuji of Ōkuni-nushi. Zoon van Susa-no-o. Hij regeerde in Izumo, maar trok zich terug ten gunste van Ninigi.

Oni. Een algemeene naam voor booze geesten.

Otohime. De dochter van den Drakenkoning.

Raiden. De Dondergod.

Raitaro. De zoon van den Dondergod.

Rakan. Een naam, gebruikt om den volmaakten heilige en eveneens de onmiddellijke leerlingen van Buddha uit te drukken.

Roku-bu-ten. Een gemeenschappelijke naam voor de Buddhistische Goden Bonten, Tai-shaku en den Shi-Tennō.

Rin-jin. De Draak of Zeekoning.

Saruta-hiko. Een aardsche godheid, die Ninigi begroette.

Sengen. De Godin van den Fuji. Ook bekend als Asama of Ko-no-Hana-Saku-ya-Hime, “De Prinses, die de Bloemen der Boomen laat bloeien.”

Shaka-muni. De stichter van het Buddhisme, ook wel Gautama genoemd, maar meestal bekend als Buddha.

Sharihotsu. De wijste van Buddha’s tien voornaamste leerlingen.

Shichi-fukujin. De Zeven Goden van het Geluk: Ebisu, Daikoku, Benten, Fukurokuju, Bishamon, Jurōjin en Hotei.

Shita-teru-hime. “Mindere-glans-Prinses” en vrouw van Ame-waka.

Shi-tennō. De Vier Hemelsche Koningen, die de aarde tegen Booze Geesten beschermen, en die ieder een vierde gedeelte van den horizon verdedigen. Hun namen zijn, Jikoku, Oosten; Kōmoku, Zuiden; Zōchō, Westen; en Tamon, ook Bishamon, Noorden genoemd. Hun beeltenissen zijn geplaatst in de binnenpoort van den tempel.

Shōden. De Indische Ganesa, de Godin der Wijsheid.

Sohodo-no-kami. De God der Vogelverschrikkers.

Sukuna-bikona Een godheid, uit den hemel gezonden, om Ōnamuji bij te staan, om zijn rijk tot rust te brengen.

Susa-no-o. “De onstuimige Jongeling”, broeder der Zonnegodin.

Taishaku. De Brahmaansche God Indra.

Tanabata of Shokujo. Het Wevende Meisje.

Ten. Een titel, overeenkomend met het Sanskrit Dêva

Tenjin. De God van het Schoonschrift.

Tennin. Vrouwelijke Buddhistische Engelen.

Tōshōgū De naam, als godheid, van den grooten Shōgun Ieyasu of Gongen Sama.

Toyokuni. De naam, als godheid, van Hideyoshi.

Toyo-tama. De dochter van den Drakenkoning.

Toyo-uke-hime. De Shintō-godin van de Aarde of het Voedsel.

Tsuki-yumi. De Maangod.

Uzume. De Godin van het Dansen.

Yakushi Nyorai. “De Genezende Buddha.”

Yofuné Nushi. De Slanggod.

Yuki-Onna. De Sneeuwvrouw.