[Inhoud]

De komst van Marko.

Toen Marko voor het kasteel van Varadin was aangekomen, sloeg hij zijn tent op, haakte zijn lederen wijnzak los, dronk den inhoud leeg uit een schaal die twaalf oka’s (ongeveer acht en veertig pinten) bevatte, en vergat ook nu niet, telkens als hij de schaal vulde, de helft van de hoeveelheid wijn zijn geliefden Sharatz aan te bieden. Deze daad werd opgemerkt door een schoone Magyaarsche dame, de echtgenoote van generaal Voutcha’s zoon en daar zij verschrikte op het zien van dezen onbekenden held, werd zij plotseling aangegrepen door een koorts, die haar gedurende drie jaren zou kwellen, en spoedde zich heen om den opperbevelhebber te vertellen, wat zij had gezien; zij beschreef hem elke bijzonderheid van Marko’s kleeding.

Maar opperbevelhebber Voutcha wendde onverschilligheid voor, troostte zijn geliefde schoondochter en beloofde haar, dat hij hem even gemakkelijk gevangen zou nemen, als hij het reeds de drie ridders had gedaan, die in zijn kerkers lagen. Voutcha riep zijn zoon en beval hem drie honderd ruiters te roepen, en den overmoedige onmiddellijk te grijpen.

Marko, die zat te genieten van zijn wijn, zag de nadering van Velimir niet, maar de getrouwe Sharatz begon den grond met zijn rechter voorpoot te bewerken, aldus zijn onopmerkzamen meester waarschuwend. Marko begreep hem, wendde zijn hoofd om en zag, dat een geheel eskadron hem omsingeld had. Hij dronk nog een schaal wijn, wierp de kom op het gras, sprong op zijn paard en viel verwoed het leger aan. “Zooals een valk de bedeesde duiven aanvalt.” Een deel sneed hij in stukken, het tweede rende hij neer met zijn Sharatz en het derde verdronk hij in de Donau.

Maar Velimir ontsnapte hem bijna, dank zij zijn eigen vlug strijdros. Toen Marko zag, dat Sharatz uitgeput was en onmogelijk het paard van Velimir bij kon houden, herinnerde hij zich zijn knots, welke hij zoo handig slingerde, [94]dat het zware handvat juist met voldoende kracht den jongeman trof om hem ter aarde te werpen. Onmiddellijk was Marko naast hem en bond Velimir stevig, waarop hij zich op het zachte groene gras wierp en weer zijn wijn ging drinken.

De vrouw van Velimir had alles gezien en zij snelde nu vlug naar den generaal, die woedend werd op het hooren van het bericht en beval, dat al het belegeringsgeschut afgeschoten zou worden. Daarna verzamelde hij drieduizend krijgslieden, besteeg zijn merrie en voerde zijn leger aan tegen Marko.

De Magyaren omringden den held volkomen, maar Marko zag er niets van onder het drinken van zijn wijn. Sharatz lette echter beter op en kwam naast zijn meester staan, die, toen hij bemerkte in welk een hachelijke positie hij zich bevond, in het zadel sprong en nog verwoeder en onstuimiger dan te voren op de Magyaren inreed, met zijn sabel in zijn rechterhand, zijn lans in zijn linker en de teugels van Sharatz stevig tusschen zijn tanden. Degenen, die door zijn sabel geraakt werden, sloeg hij in tweeën, die, welke hij raakte met zijn lans, werden over zijn hoofd geworpen.