[Inhoud]

De vervolging van de veela.

Deze jammerklacht deed Marko dadelijk ontwaken. Hij sprong luchtig uit het zadel, gordde stevig de buikriemen van zijn Sharatz vast, omhelsde hem, en fluisterde hem dit in het oor: “Zie, Sharo, gij, op wiens snelheid ik vertrouw, gij moet de veela Raviyoyla inhalen; ik zal uw hoeven beslaan met zuiver zilver en ze vergulden met het mooiste goud; ik zal u bedekken met een zijden mantel, die tot uw knieën zal reiken en daarop zal ik mooie zijden kwasten bevestigen, die van uw knieën tot aan uw hoeven zullen hangen; uw manen zal ik doorvlechten met gouden draden en ze met zeldzame parelen versieren. Maar wee u, als gij de veela niet bereikt! Ik zal uw beide oogen uitrukken; uw vier pooten zal ik breken; en ik zal u hier verlaten en gij zult voor altijd kruipen van de eenen pijnboom naar den anderen; zoo zal ik doen als ik mijn lieven broeder Milosh verliezen moet!”

Daarna sprong Marko vlug op Sharatz en reed snel de veela achterna.

Raviyoyla vluchtte reeds over den bergtop, en toen Sharatz haar in het oog kreeg, sprong hij haar onstuimig achterna, met sprongen van drie lansen hoog zich telkens de lucht inwerpend. In enkele oogenblikken had Sharatz de veela ingehaald, die ten zeerste verschrikt omhoog vluchtte, naar de wolken. Maar Marko slingerde zonder deernis zijn verreikenden knuppel en raakte haar tusschen de blanke schouders. Onmiddellijk viel zij ter aarde, Marko [106]raakte haar nog verscheidene keeren, toen zij op aarde lag, uitroepende: “O, veela! Dat God het aan u wreke! Waarom hebt gij de keel en het hart doorboord van mijn lieven pobratim? Gij deedt beter hem genezende kruiden te geven, anders zult gij niet veel langer uw hoofd op uw schouders dragen!”

In enkele oogenblikken had Sharatz de Veela ingehaald

In enkele oogenblikken had Sharatz de Veela ingehaald

De veela smeekte Marko haar te vergeven, en haar broeder-in-God te worden. “Om Gods wil, o mijn broeder Marko, en in den naam van den heiligen Johannes,” riep zij, “spaar mijn leven, dan zal ik over den berg gaan en kruiden zoeken en de wonden van uw pobratim genezen!”

Het aanroepen van den naam van den heilige miste zijn uitwerking op Marko niet. Hij liet de veela vrij, die dadelijk ging, hoewel zij zich niet buiten het bereik van Marko’s gehoor en stem begeven mocht en steeds zijn roep moest beantwoorden.

Toen de veela kruiden had verzameld, bracht zij ze aan Milosh en genas zijn wonden; niet alleen herstelde zijn stem geheel, maar ze was mooier dan te voren en zijn hart was gezonder. Toen reden de broeders-in-God regelrecht naar het gebied van Poretch, waar zij de rivier Timok over gingen en weldra aan de stad Bregovo kwamen, vanwaar zij, na er een poos vertoefd te hebben, vertrokken naar het gebied van Vidin. Toen de veela zich weer bij haar zusters gevoegd had, waarschuwde zij haar met de volgende woorden: Luistert, veela’s, mijn zusters. Schiet geen helden in het gebergte met uw pijlen en bogen, zoolang de koninklijke Prins Marko en zijn Sharatz leven. O, wat heb ik, beklagenswaardige, heden van zijn handen moeten lijden! Ja, ik verbaas er mij over, dat ik nog leef!”