[Inhoud]

De dood van Prins Marko.

Vroeg in den morgen, op een rustdag, reed Prins Marko langs het strand. Hij volgde een rijpad, dat langs de hellingen van den berg Ourvinia voerde, en toen hij bijna den top had bereikt, struikelde zijn getrouwe Sharatz plotseling en begon tranen te storten. Zijn gekerm trof Marko’s hart en hij sprak zijn lieveling aldus aan: Eilaas! lieve Sharo, mijn dierbaarste schat! Zie! wij hebben samen gelukkig geleefd gedurende vele zomers, als trouwe makkers; tot nu toe zijt gij nooit gestruikeld en heden schreien uw oogen voor het eerst: God alleen weet, welk lot ons wacht, maar ik weet, dat dit het teeken is, dat uw leven of het mijne in groot gevaar verkeert en dat een van ons veroordeeld is te sterven.”

Toen Marko aldus tot zijn Sharatz gesproken had, riep de veela van den berg Ourvinia tot hem: Mijn lieve broeder-in-God! O, koninklijke Prins Marko! Weet gij, niet mijn broeder, waarom uw paard struikelt? Uw Sharatz heeft verdriet om u, zijn meester. Weet, dat gij binnen kort van hem zult scheiden!”

Marko antwoordde: “O, gij witte veela! Dat uw keel [117]u pijnige om deze uwe woorden: Hoe zou ik in deze wereld ooit gescheiden kunnen leven van Sharatz, die mij door menig land en menige stad gedragen heeft van den ochtend totdat de zon onderging; geen beter ros betrad onze aarde dan Sharatz. Zoolang mijn hoofd op mijn schouders rust, wil ik nooit gescheiden zijn van mijn geliefd paard!”

En weer riep de veela: “O, mijn broeder, koninklijke Prins Marko, er is geen kracht, die u uw Sharatz ontrukken kan; gij kunt niet sterven door het blinkend zwaard van eenig held of de strijdknots of de speer van een krijgsman; gij vreest geen held op aarde—maar, helaas! gij moet sterven, o, Marko! De dood, de oude vernietiger, zal u treffen. Indien gij mij niet wilt gelooven, spoed u dan naar den top van den berg, kijk naar rechts en naar links en gij zult twee hooge pijnboomen zien, bedekt met nieuwe, groene naalden, en die zich hoog verheffen boven de andere boomen van het bosch. Tusschen die pijnboomen bevindt zich een bron; stijg daar af en bindt uw Sharatz aan een der pijnboomen; buig u dan neer en de bron zal uw gelaat weerspiegelen. Zie, en gij zult weten, wanneer de dood u wacht!