Marko volgde de aanwijzingen van de veela, en toen hij op den top van den berg kwam, keek hij naar rechts en naar links, en werkelijk, hij zag de twee hooge, rechte pijnboomen, juist zooals zij ze hem had beschreven; en hij deed alles, wat zij hem had geraden te doen. Toen hij in de bron keek, zag hij zijn gelaat weerspiegelen in het water; en zie zijn lot was geschreven op de oppervlakte ervan!
Toen stortte hij vele tranen, en sprak aldus: “o gij bedriegelijke wereld, eens mijn feeënbloem! Gij waart liefelijk—maar ik vertoefde te korten tijd bij u: ternauwernood drie honderd jaar! Het uur om te vertrekken [118]is voor mij gekomen!” Daarna trok hij zijn zwaard en spoedde zich naar Sharatz; met een houw sloeg hij het dier den kop af. Nooit zou hij door een Turk worden bestegen; nooit zou een Turksche last op zijn schoften drukken; nooit zou hij de dyugoom16 dragen van de put voor den gehaten Muzelman!
Nu groef Marko een graf voor zijn getrouwen Sharatz en begroef hem met meer eer dan hij Andreas, zijn eigen broeder, had begraven.
Daarna brak hij zijn zwaard in vieren, opdat het niet in de handen van een Muzelman zou vallen, en opdat de Turk het niet zou zwaaien met iets van zijn eigen kracht, waardoor de vloek van het christendom op hem zou neerdalen. Daarna brak Marko zijn lans in zeven stukken en wierp die in de takken van den pijnboom. Toen nam hij zijn ontzettenden knots in zijn rechterhand en wierp dien van den berg Ourvinia ver in de donkere safieren zee met de woorden: “Als mijn knots terug keert uit de diepten van den oceaan, dan zal er een held komen, zoo groot als Marko!” Toen hij zich aldus van al zijn wapenen ontdaan had, nam hij uit zijn gordel een gouden tablet, waarop hij deze mededeeling schreef: “Aan hem, die over dezen berg gaat en aan hem, die de bron zoekt bij de pijnboomen en het lijk van Marko vindt: Weet, dat Marko dood is. Hier zijn drie beurzen, gevuld met gouden dukaten. De eene zal Marko’s gift zijn voor hem, die zijn graf delft; de tweede zal gebruikt worden om kerken te versieren; het goud in de derde zal verdeeld worden onder de blinden en verminkten, opdat zij in vrede door het land mogen trekken en in hun liederen Marko’s roemrijke heldendaden prijzen!”
Toen Marko dit geschreven had, bond hij het tablet aan een tak, opdat het door de voorbijgangers gezien kon worden. Hij spreidde zijn mantel uit op het gras [119]onder de pijnboomen, maakte het teeken des kruises, trok zijn bonten muts over zijn oogen en ging liggen.…..