[Inhoud]

De Marko Legenden.

Marko was, zooals wij reeds gezien hebben, de zoon van koning Voukashin; zijn moeder was koningin Helene, die de Servische troubadours in hun liederen en gedichten den liefelijken, dichterlijken naam Yevrossima (Euphrosyne) gaven.

Volgens de overlevering was de prins geboren in het kasteel van Skadar (Scoetari) en zijn moeder, die de zuster was van den meest roemruchten en vermetelen aller ridders, Momtchilo, droeg op haar zoon gelukkig veel van diens heldenmoed en veel van zijn andere deugden over.

Maar er is ook een andere legende, die even populair is, en daarin wordt beweerd, dat Marko het kind was van een veela (feeën-koningin) en van een Zmay (een draak). Zij, die hem deze laatstgenoemde afkomst toeschrijven, verklaren daaruit Marko’s geweldige kracht, die hij dan van zijn vader, den draak, geërfd moet hebben; eveneens wordt daarmee zijn fabelachtig uithoudingsvermogen aannemelijk gemaakt.

In elk geval moet Prins Marko een buitengewoon aantrekkelijke persoonlijkheid geweest zijn; hij maakte zulk een levendigen indruk op het gemoed van het Servische volk van allen rang en stand, dat hij altijd geweest is, tot heden kon blijven en vermoedelijk ook in de toekomst wel blijven zal onze meest geliefde held. Ja, er is geen Serviër te vinden, zelfs niet in de verst verwijderde districten, die geen groote liefde koestert voor Kralyevitch Marko en die u zijn geschiedenis niet kan vertellen.

De heldendaden van dezen dapperen prins zijn gelukkig vereeuwigd door de nationale barden, die zich allen beijveren hem in hun balladen en legenden te beschrijven als een, die het recht lief had en alle onderdrukking haatte en de wreker was van alle onrecht. Hij wordt zonder uitzondering voorgesteld als iemand van groote lichamelijke kracht; zijn voornaamste [64]wapen was zijn zware oorlogsknuppel, die honderd pond woog, zestig pond staal en dertig pond zilver, het overige was zuiver goud. Hierbij heeft men te bedenken, dat de zwaarden en knuppels, die slechts door de menschelijke handen van zijn tegenstanders worden gezwaaid, hem nooit kunnen dooden, zij kwetsen hem evenmin, en kunnen dezen held ternauwernood raken. Hij is in haast alle legenden een bovennatuurlijke persoonlijkheid.

Marko, die zich dikwijls ruw en overijld gedroeg, in het bijzonder tegenover de Turken, wiens sultan hij zelfs geweldig ontstelde met de verhalen, die hij hem deed van zijn vele bloeddorstige en oorlogzuchtige daden, is toch overal, waar daar melding van gemaakt wordt, een zeer gehoorzame, liefhebbende en teergevoelige zoon voor zijn moeder; en er waren gelegenheden, waarbij hij haar raadpleegde en haar raad opvolgde.

Prins Marko was onbevreesd.

Er werd gezegd, dat hij niemand vreesde dan God; en van nature was hij een hoffelijk man jegens vrouwen. In Servië is het de gewoonte veel wijn te drinken, dien rooden wijn, waarvan wij zoo dikwijls hooren; en deze gewoonte hield ook Marko in eere; maar er wordt altijd gezegd, en algemeen geloofd, dat hij nooit dronken werd.

De balladen bezingen ook koning Voukashin; Voukashin was gedurende de regeering van Doushan den Machtige Staatsraad geweest. De hoofdstad van het rijk was Prizrend en Marko werd toen door zijn vader aan het hof grootgebracht. Algemeen wordt verondersteld, dat Marko eenigen tijd later den Keizer als secretaris en staatsraad bijstond en door Doushan, toen deze zijn einde voelde naderen, met de zorg over zijn jongen zoon Ourosh werd belast.