[9] Dit betrof Hoogstdeszelfs erffenis van zyne Moeder, Louisa de Coligny, wier goederen meestall' in Frankryk lagen.
[10] Deeze was een Neef van den Rykskancelier Oxenstiern, die de Groot aan den Koning gepresenteerd had, en nevens hem in 't gevaar was, vermits de kogels, op naauwlyks twee duimen afstands voorbij hunne hoofden vloogen.
[11] Deeze Vorstin, was, zegt zeker historieschryver, "ervaaren in alle saeken, haerer kennisse weerdigh; uitsteekende beminde sy geleertheid en geleerden, en ook de Groot selven; met een doordringhendt oordeel wist sy syne uitgegeevene schriften te schatten"—op eene andere plaats beschryft hy deeze Vorstinne, als, "nogh onweetende in de verscheyde Landtschappen des aerdtboodems, nogh in de verschillende seeden der menschen".
[12] Mevrouw de Groot, heeft, op verzoek van de Zweedsche Vorstinne, (Zie Bladz. 133), de nagelaatene schriften van haaren overledenen man, voor 24000 Guldens, aan haare Majesteit overgedaan.