Zwemmende Buidelrat (Chironectes minimus), 1/3 v. d. ware grootte. (Zie bladz. 588.)
Zijn volkomen naakte rolstaart maakt hem het klimmen gemakkelijk; men ziet hem in geen enkele houding, zonder dat hij zich met dit orgaan vasthoudt. Op den grond beweegt hij zich langzaam en slecht; toch ziet hij kans om kleine Zoogdieren, Reptielen, Amphibiën en Insecten te overmeesteren, vooral ook Kreeften, die zijn liefste voedsel uitmaken. In de boomen zoekt hij de Vogels en hunne nesten op; evenals de Opossum eet hij echter ook wel vruchten. Ook hij dringt, naar men zegt, soms in de hoenderhokken en duiventillen door en richt dan onder de Hoenderen en Duiven een groote slachting aan.
De jongen van den Kreeftenschoepati verschillen in kleur zeer van de ouden. Kort na de geboorte volkomen naakt, krijgen zij, als hun ontwikkeling zoover is voortgeschreden, dat zij den buidel verlaten kunnen een vacht, die uit korte, zijdeachtig zachte, glanzige nootbruine haren samengesteld is, en eerst langzamerhand de donkere, bruinzwarte kleur van de volwassen dieren aanneemt. Alle berichtgevers verklaren eenstemmig, dat het een alleraardigst schouwspel is, de pas uit den buidel gekomen diertjes om en op hun moeder te zien loopen.
*
De tweede onderfamilie van de Buidelratten omvat slechts één geslacht, waartoe slechts één soort behoort: het eenige, tot dusver bekende Buideldier, dat zich bijvoorkeur in ’t water ophoudt, de Yapok of Zwemmende Buidelrat (Chironectes minimus afgebeeld op p. 587).
Over ’t geheel genomen heeft dit dier het voorkomen van een Rat. Zijn staart is bijna even lang als het overige lichaam en heeft de kenmerken van een grijpstaart, hoewel hij niet als zoodanig gebruikt wordt. De vacht is op den rug fraai aschgrauw, waarbij de witte kleur van de onderzijde scherp afsteekt. De grijze grondkleur van de bovenzijde is met zes breede, zwarte, dwars gerichte vlekken geteekend. Over het midden van den rug loopt een donkere streep van de eene vlek naar de andere. De ooren en de staart zijn zwart. Volwassen dieren hebben bij een lichaamslengte van ongeveer 40 cM. een nagenoeg even langen staart.
De Zwemmende Buidelrat is over een groot deel van het Zuid-Amerikaansche faunistische rijk verbreid. Zij wordt gevonden van Guatemala tot Zuid-Brazilië; overal schijnt zij zeldzaam of althans moeielijk verkrijgbaar te zijn; men treft haar daarom slechts in zeer weinige verzamelingen aan. Naar men zegt, gaat zij zoowel over dag als ’s nachts voedsel zoeken; zij zwemt met groot gemak en kan zich ook op ’t land vlug en behendig bewegen. Haar voedsel bestaat, naar bericht wordt, uit vischjes en andere kleine waterdieren en uit vischkuit; de groote wangzakken doen echter vermoeden, dat dit dier bovendien ook plantaardige stoffen niet versmaadt.
Het wijfje werpt ongeveer 5 jongen, draagt ze in den buidel, totdat zij voldoende ontwikkeld zijn, neemt ze op tamelijk jeugdigen leeftijd met zich mede in ’t water en onderricht hen hier gedurende geruimen tijd in ’t zwemmen, duiken en het verkrijgen van hun voedsel.