4 Sept. Hoofdzakelijk heeft onze reis door China ten doel, uit te vinden, welke de maatschappelijke positie van de hedendaagsche Chineesche vrouw is, welk aandeel zij nam aan de revolutie, en wat hare vooruitzichten zijn onder den nieuwen regeeringsvorm. Dit doel moeten wij hier strikt voor oogen houden, anders zou onze tijd hier zoek raken in lunches en diners en allerlei aantrekkelijke zaken meer. Wij gingen daarom Maandagmorgen reeds vroeg op weg, om met de Chineesche vrouwen in aanraking te komen, die in de revolutie een rol hebben gespeeld en thans voor de politieke rechten der vrouwen opkomen. Het zou te lang duren, als wij wachtten tot de verschillende personen die ons gezegd hebben ons met deze vrouwen in aanraking te zullen brengen, daarvoor den tijd gekomen achten. Bovendien had men ons van verschillende kanten zulke overdreven verhalen gedaan, die ons zoo sterk herinnerden aan dezelfde dwaze verdachtmakingen, waaraan alle vrouwen, in de verschillende landen, in den aanvang van den strijd hebben blootgestaan, dat wij geloofden beter te doen, zelf uit te vinden, wie en wat deze strijdsters waren. Men had ons natuurlijk verteld, dat zij allen socialisten zijn, die voor vrije liefde waren en die het gezinsleven ondermijnden. Het waren vrouwen, waarmede wij eigenlijk niet in aanraking moesten komen. Alleen dr. Wu en zijn vrouw spraken in respecteerende termen over haar.
Het duurde niet lang, Maandagmorgen, alvorens wij den draad in handen hadden, die ons naar het verlangde doel leidde. Spoedig hadden wij genoeg Engelsch sprekende Chineesche vrouwen bereikt, die genegen waren dienzelfden middag met andere Engelsch sprekende leden van de vereeniging voor vrouwenkiesrecht in Shanghaï in het Palace-Hôtel bij ons te komen, om ons van haren arbeid en hare vooruitzichten te vertellen. Onderwijl brachten wij een bezoek aan het clubgebouw van de Tung Ming Hui in Shanghaï. Wij troffen daar verschillende Engelsch sprekende jonge mannen aan, o.a. ook een der secretarissen van dr. Sun Yat-Sen. Door deze jongelieden lieten wij ons het een en ander van het doel der reis van dr. Sun vertellen en van het streven der vereeniging Tung Ming Hui.
Dr. Sun’s reis naar Peking heeft voornamelijk ten doel, en volgens de gisteravond alhier verschijnende bladen is dat doel reeds bereikt, om al de vooruitstrevende politieke partijen in één groote politieke partij samen te brengen. Deze partij wordt dan de nationalistische partij gedoopt, terwijl de meer conservatieve de Republikeinsche partij heet. Op het punt van den regeeringsvorm zijn beide partijen het eens, maar omtrent de in te voeren hervormingen loopen de inzichten wijd uiteen. Dr. Sun en zijne volgelingen noemen zich socialisten; voor zoover de jongelieden ons echter over hunne hervormingsplannen inlichtten, hebben die met socialisme niet veel gemeen. Deze jonge mannen, spraken over de meest ingrijpende hervormingen met eene naïeve oppervlakkigheid en eene opvatting over de uitvoerbaarheid, die ons een beeld gaf van hun kinderlijk idealisme. Het eerste groote werk toch, dat men wil ter hand nemen, is een uitgebreid spoorwegnet maken, dat het geheele land in alle richtingen in het verkeer opneemt. Wij wezen hen op de enorme kosten, die met dat plan gepaard gaan. O, een Amerikaansche of Engelsche onderneming zou dat werk gaarne uitvoeren, onder toezicht van de Chineesche regeering en met de bepaling, dat in 30 jaar tijds het geheele spoorwegnet in handen van den Staat viel. Het moesten natuurlijk staatsspoorwegen worden, daarvan mocht niet worden afgeweken.
Dan moest alle grond aan den staat komen. Zij, de leden der Tung Ming Hui, waren alle groote voorstanders van Henry George’s theorieën, doch de meesten hunner hadden van die theorieën slechts een zeer flauw begrip. Op onze vraag, hoe zij die plannen ten uitvoer trachten te brengen, of de staat macht boven recht wilde laten gaan en zich eenvoudig allen grond zou toeëigenen, of de meer moderne methode zou toepassen, om allen grond eerst op te koopen, kon men ons geen definitief antwoord geven.
Ook wilde men onmiddellijk leerplicht over het geheele land invoeren. Op dit oogenblik ontvangt nog geen 1 pCt. der bevolking het meest elementaire onderwijs. Wij vroegen, of China reeds genoeg onderwijzers telde, om die vele millioenen kinderen te onderrichten, hetgeen natuurlijk ontkennend moest worden beantwoord. De meesten dezer jonge mannen schenen niet te realiseeren, dat een land, in de meeste opzichten eenige eeuwen ten achter bij alle cultuurstaten, niet opeens van het eene uiterste in het andere kan stappen, doch eerst eenige overgangsvormen heeft door te maken. Welke plannen de regeering koesterde omtrent eene arbeidswetgeving en wat daaromtrent in het program van Tung Ming Hui stond, wist men ons niet te zeggen. Wij hoorden alleen, dat de rijkdom zich niet meer mocht ophoopen en de armoede zich niet verder mocht uitbreiden, doch welke maatregelen men wilde nemen om dat te voorkomen, scheen nog niet overwogen te zijn.
Of men kinderbeschermingsplannen had, wilden wij weten. O ja, daarmede was men al reeds begonnen. De meisjesslavenhandel moest onmiddellijk onderdrukt worden en toen hoorden wij over dit verschrikkelijke kwaad zooveel, dat wij besloten van de uitnoodiging van een hunner gebruik te maken, om Dinsdagmorgen eene inrichting te bezoeken, waar wij een kleinen indruk zouden krijgen van den omvang en de ontzettende wreedheid van dezen handel.
Als men van meisjesslavenhandel hoort spreken, denkt men onwillekeurig aan den zoogenaamden “handel in blanke slavinnen”, aan meisjes van zekeren leeftijd, die verkocht worden of zich somtijds zelf verkoopen, om voor onzedelijke doeleinden te dienen. Hier beteekent het echter nog iets ellendigers. Meisjes van drie, vier, vijf jaar en ouder worden door de ouders verkocht om gewoon als slavinnen te dienen. Zij worden voor allerlei vuil werk gebruikt, ontvangen bijna geen voedsel, natuurlijk in ’t geheel geen onderricht, worden mishandeld en zeer dikwijls door de mannen des huizes misbruikt en overkomen zij dit alles, gaan zij aan de martelingen niet ten gronde, dan worden zij op 12- à 14-jarigen leeftijd in den regel opnieuw verkocht en nu met het doel om in huizen van ontucht te dienen. Zoo’n kind krijgt haar heele leven haar vrijheid niet terug, soms wordt zij een dozijn malen verhandeld, altijd als haar meester een hoogere som voor haar kan terugkrijgen dan hij voor haar betaald heeft. Alleen in de provincie Canton, zoo had men ons al reeds daar verteld, zijn meer dan 200.000 meisjesslavinnen. Deze handel in kleine meisjes is over geheel China verbreid; er is geen enkele provincie, waar hij niet bestaat. In sommige provinciën verkoopen de ouders de meisjes niet, doch dooden ze direct na de geboorte. Zij koopen dan voor dienstboden meisjes uit andere provinciën en de zonen des huizes moeten ook later over de grenzen van eigen provincie trekken om zich een vrouw te zoeken.
In sommige gevallen is het lot van zulke kinderen zoo wreed, dat de politie zich er mee bemoeit. In dat geval kunnen die kinderen aan de rechthebbenden ontnomen worden, doch tot voor kort wist men niet wat er dan verder mede te doen. In verschillende steden hebben de zendelingen zich het lot dezer kinderen aangetrokken en ook sommige Engelsche en Amerikaansche vrouwen met een groot moederhart hebben een zeker aantal tot zich genomen.
Dinsdagmorgen waren wij in het tehuis voor meisjesslavinnen van miss Henderson, eene Amerikaansche vrouw, die op dit oogenblik 146 van zulke ongelukkige kinderen onder hare bescherming heeft. Zij woont even buiten de stad, waar zij van een edelmoedig heer een stuk grond ten geschenke kreeg, waarop haar groot, eenvoudig huis staat. Van jaarlijksche contributie en giften moet zij hare inrichting staande houden. Maar wat zagen wij daar? Er waren 6 kinderen van nog geen drie jaar, meisjes, die al reeds door de ouders verkocht en mishandeld of misbruikt waren geworden, want alleen als de politie tusschenbeide moet komen, kunnen zij onteigend en naar miss Henderson of iemand anders gebracht worden. Somtijds zijn zulke kinderen voor haar geheele leven verminkt, maar soms ook kan miss Henderson er nog heel wat van terecht brengen. Bijna tien jaren bestaat nu hare inrichting, die langzamerhand zich zoo heeft uitgebreid, dat zij het geheel bijna niet meer kan overzien. Zij doet al het werk zelf, met behulp van de thans reeds groot geworden meisjes—hare groote dochters, zooals zij ze noemt. De groote moeilijkheid voor haar is nu, wat zij met al die groot-geworden meisjes op den duur moet doen. Voor dat soort meisjes bestaat in China nog geen gelegenheid om in eigen onderhoud te voorzien. Het vrije dienstbodenstelsel kent men er niet. Men houdt meisjesslavinnen of mannelijk personeel. De afschaffing van den meisjeshandel, die deze regeering wel zeer spoedig zal invoeren, zal gepaard moeten gaan met tal van andere hervormingen, wil zij in staat zijn doel te treffen.
Wij hoorden van de jonge leden van Tung Ming Hui ook, dat dr. Sun nog steeds er op aandringt, om de regeering van Peking naar een der andere groote steden: Nanking, Wuchang of Kaiphong, over te brengen, omdat dr. Sun het niet goed acht, dat rondom de regeeringsgebouwen van het land zoovele vreemde mogendheden hare militairen hebben. Hij vreest de inmenging der vreemde mogendheden in hunne nationale zaken, en ook internationale verwikkelingen tengevolge van het in dezelfde stad aanwezig zijn van zoovele militairen van verschillende nationaliteit. De president Yuan Shi-Kai schijnt over deze aangelegenheid echter anders te denken.
Maandagmiddag tegen drie uur kwamen achtereenvolgens een dozijn leden van de Vereeniging voor vrouwenkiesrecht ons bezoeken, waaronder drie jonge mannen. Allen spraken Engelsch of Fransch. Van drie tot zes uur hebben wij met dit jonge clubje het voor ons interessantste gesprek van de wereld gehad. Zij vertelden ons, dat de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Shanghaï ruim 200 leden telt en dat de minimum-contributie 6 dollar in het halve jaar bedraagt. De presidente, mrs. Tong Kiang Young, was op het oogenblik met eenige leden in Peking, alwaar zij de besprekingen van dr. Sun met de verschillende politieke vereenigingen surveilleert. Ook de vrouwenkiesrechtvereeniging in Nanking had eenige vertegenwoordigsters naar Peking gezonden. De ineensmelting van de vijf politieke vereenigingen, waarvan Tung Ming Hui er een is, tot één nationalistische partij, zou ten gevolge hebben, dat het punt van het program van Tung Ming Hui: gelijke politieke rechten voor mannen en vrouwen, voorloopig zou verdwijnen. De vrouwen nu waren naar Peking opgetrokken, om dat te verhoeden. Ondertusschen hebben de couranten reeds bericht, dat—als steeds in de geschiedenis der volkeren—de belangen der vrouwen ook hier weder aan de belangen van politieke partijen zijn opgeofferd. Wel heeft dr. Sun verzekerd, dat, zoodra de Republiek op vasten bodem rust, de gelijkheid voor de wet, ook wat betreft de politieke rechten van man en vrouw, het eerst dient te worden vastgesteld. Maar de vrouwen van andere landen weten wat zulke beloften te beteekenen hebben.
Verder vertelden deze jonge, intelligente vrouwtjes ons, welke rol zij in de revolutie gespeeld hebben. Een er van, die, in afwezigheid der presidente, de rol van Chairman der vrouwenkiesrechtvereeniging vervult, vertelde ons, dat zij en een harer schoonzusters, met verscheidene andere vrouwen uit Shanghai, als jonge mannen verkleed, in de gelederen der revolutionnairen hebben gestreden. Reeds jaren te voren hadden zij zich in schieten en schermen en dergelijke zaken, onder leiding van een sergeant, geoefend. Vier der vriendinnen waren gesneuveld. Van een paar was de sexe bekend geworden, deze zijn uit de gelederen verwijderd, doch hebben verder als hospitaalsoldaten dienst gedaan. Zij en hare schoonzuster hadden tot het einde hare rol volgehouden en aan al het soldatenwerk deel genomen. Haar naam is Sophia Chang.
Eenige honderden meisjes uit Shanghai en andere steden zijn gezamenlijk naar Nanking opgetrokken en hebben daar twee compagnieën amazones gevormd, onder een uit haar midden gekozen kapitein en een mannelijken drilmeester. Zij hebben voornamelijk dienst gedaan als wachtsters voor de stad. Twee jonge meisjes, medische studenten, die aanwezig waren, hadden in dat corps gediend.
Een getrouwd vrouwtje, de zachtheid en vrouwelijke gratie ten top, vertelde ons, dat zij en een groote groep vrouwen bommen gemaakt hebben, die zij naar de legers brachten. Andere aanwezigen hadden als post dienst gedaan, door brieven en boodschappen van de eene plaats naar de andere over te brengen. Een jong ding vertelde ons, aan welke gevaren zij daardoor soms blootgesteld was geweest. Dit waren allen meisjes of vrouwtjes uit de hoogste kringen in China.
Welke offers vele vrouwen van China in deze revolutie gebracht hebben, is bijna ongelooflijk. Zij toonden ons het portret van een beeldschoon meisje, Chow Chin, die door de Manchu’s onthoofd was geworden nog vóór de revolutie in vollen gang was. Dit meisje, dat in Japan en in Amerika in de rechten had gestudeerd, werd verdacht de medeplichtige te zijn in den moord op een Manchu-gouverneur. Zij was echter daaraan volkomen onschuldig, maar zij redigeerde een revolutionnaire courant en sprak in volksmeetings met een onweerstaanbare kracht. Zij werd de beste spreekster van China genoemd. Omdat zij gevaarlijk was voor de rust van het land, heeft men haar op wreedaardige wijze onthoofd.
Mej. Chow Chin, het onthoofde meisje uit Nanking.
Het trok onze aandacht, dat onze bezoeksters over hare lange pantalon allen een dun rokje droegen. Overigens waren zij als de vrouwen in Canton en Hongkong gekleed. Wij vroegen haar of dat een overgang tot de Europeesche kleeding beteekende. Wel neen, ’t was eenvoudig een provinciaal gebruik. In sommige provincies is het niet netjes de beenen alleen in broekspijpen te toonen, daarom draagt men een rokje over de broek. Om echter niet aangezien te worden voor een prostituée, moet het rokje uit zulke dunne stof bestaan, dat men duidelijk ziet, dat er een pantalon onder zit. Wij zullen op onzen verderen tocht door China wel allerlei variaties zien op dit hoofdmotief, broek en rok.
Dinsdagmiddag om half zes hield mrs. Catt hier in een der zalen van het Palace Hotel hare voordracht over de vrouwenkiesrechtbeweging in de verschillende landen. Het was een in hoofdzaak Amerikaansch publiek, dat hare helder toegelichte en op de aangenaamste wijze voorgedragen uiteenzetting van den omvang der beweging, de reeds verkregen resultaten en de verwachting in de naaste toekomst aanhoorde. De Engelsche en Chineesche pers waren goed vertegenwoordigd.
Vanochtend om twee uur waren wij samen de gasten der leden van de Ver. v. Vrouwenkiesrecht alhier. Welk een ontvangst is ons daar te beurt gevallen! Wij voelen ons beiden waarlijk overgelukkig, dat wij dit alles beleven. In een vergadering van meer dan 500 personen, mannen zoowel als vrouwen, werden wij met muziek ontvangen. De Chineesche en andere vlaggen hingen niet alleen uit alle ingangen van die gebouwen, maar ook het podium was geheel met groen en vlaggen getooid.
Met een magnifieke openingsspeech van de presidente, Sophia Chang, werden mrs. Catt en ik bij het publiek geïntroduceerd en daarna werd door haar het doel van den strijd voor politieke rechten der vrouwen in zulke goed gekozen termen verklaard, dat geen onzer haar zou hebben kunnen verbeteren. Zij sprak in de Chineesche taal, maar onmiddellijk werd het door haar gesprokene door Charlotte Chang Wung Shei in zuiver Engelsch overgebracht. Men had ons een lijstje vragen gegeven, waarop zij van ons het antwoord verwachtten. Mrs. Catt sprak eerst een inleidend woord en beantwoordde toen de vraag: In hoever de strijdmethode voor vrouwenkiesrecht van de Amerikaansche vrouwen verschilt van die der Engelsche vrouwen en welke methode wij voor de Chineesche vrouwen het meest aanbevelenswaardig vinden? Verder beantwoordde zij de vraag: Wat moeten, naar uw oordeel, de vrouwen van China het eerst doen, om het kiesrecht te krijgen? en wat moeten wij doen, zoolang wij het kiesrecht nog niet hebben, om ons voor te bereiden tot de taak, die ons ongetwijfeld later wacht?
Voor mij waren de vragen te beantwoorden gebleven: Wat kunnen wij doen om ons ledenaantal te vergrooten? en hoe onze leden in staat stellen, de argumenten der tegenstanders goed te beantwoorden? Welk antwoord kunnen wij geven op de ons steeds voor de voeten geworpen bewering, dat de plaats van de vrouw is in het gezin?
Het door ons gesprokene werd door dezelfde Charlotte Chang onmiddellijk in het Chineesch vertaald en van personen, die beide talen machtig zijn, vernamen wij later, op welke meesterlijke wijze dit jonge meisje, zoowel in de eene als in de andere taal het gesprokene weergaf. Vier jonge meisjes zaten daar, om al het gesprokene, twee voor het Engelsch en twee voor het Chineesch, te stenografeeren. Nadat wij geëindigd hadden sloot de presidente op even goede en welsprekende wijze de vergadering en overhandigde mrs. Catt en mij elk een door haar zelf vervaardigden waaier, waarop zij met Chineesche letters een spreuk en een toepasselijk vers schreef, benevens in het Engelsch een opdracht aan ons beiden. Een op zijde geborduurde banier werd ons als souvenir van de vereeniging aangeboden en daarna werden wij in de open lucht met het bestuur en vele der leden van de vereeniging gephotografeerd. Daarna wachtte ons een Chineesche tea. Vele vreemde, heerlijke lekkernijen kregen wij daar te genieten, De boontjes van witte leliën, die wij in Canton in een der gerechten op het diner hebben leeren kennen, werden ons nu versuikerd aangeboden. Van de meeste zoetigheden en vruchten weet ik den naam niet, maar ’t was alles even smakelijk en geurig.
Wie had het durven voorspellen, dat wij hier in China in een overvolle zaal van enthusiaste Chineesche mannen en vrouwen over vrouwenkiesrecht zouden spreken; dat het door ons gesprokene telkens met een daverend applaus zou worden onderbroken, en dat wij ons hier tusschen deze Aziatische jonge menschen als thuis zouden gevoelen, dat wij in hen overtuigde geestverwanten zouden vinden. Deze vergadering met haar regelmatig ordelijk verloop, belegd door jonge Chineesche vrouwen, waarin jonge meisjes zachtjes rondliepen en elke nieuw aangekomene een plaats aanwezen, waarin andere jonge meisjes een stenografisch verslag van het gesprokene maakten, waarin een jong meisje zoo uitstekend als presidente optrad en waar honderden jonge mannen van ’t begin tot het einde aandachtig zaten te luisteren en door hun applaus bewezen, hoezeer zij met het gesprokene instemden, gaf ons een helderder beeld van wat er omgaat in de hoofden en harten van het opkomend geslacht in China, dan al de boeken en courantenartikelen, die wij hierover in de laatste weken gelezen hebben. Van de ontwaking der Chineesche vrouw hebben wij in den laatsten tijd veel gehoord en gelezen, maar thans hebben wij duidelijk met eigen oogen aanschouwd, hoezeer dit reeds een voldongen feit is. En als overal, troffen wij ook hier, naast en één met de nieuwe, moderne vrouw, den nieuwen, modernen man, die met vreugde den opstand zijner zusters begroet en bereid is haar in haren strijd tegen oude opvattingen, zeden en gewoonten en wetten de behulpzame hand te reiken. Wat zal het jammer zijn als dit jong-China zich niet zal weten staande te houden, als vreemde mogendheden, die als gieren op dit land azen, het zullen verbrokkelen en het volk opnieuw zullen knechten. Ik hoop van harte, dat hun dit lot bespaard zal worden.
Wij hadden nog over anderhalven dag in Shanghaï te beschikken, toen wij het werk met de leden der vereeniging voor vrouwenkiesrecht aldaar achter den rug hadden. Dezen tijd hadden wij bestemd om eenige fabrieken te gaan zien, waarin voornamelijk vrouwen werken en die ook interessant voor ons waren, omdat er wat voor ons te leeren viel. Wij hadden herhaaldelijk over de zijde filature, als een bijzondere bron van inkomsten voor China, gehoord, doch wij wisten niet wat daaronder begrepen werd. Een onzer introductiebrieven van den Italiaanschen consul-generaal was voor den heer Beretta, eigenaar van de grootste “silk-filature” in China. Van deze gelegenheid maakten wij gebruik om den heer Beretta te vragen zijne fabriek te mogen zien. Ons verzoek werd dadelijk ingewilligd en de vriendelijke Italiaan maakte van de gelegenheid gebruik ons zelf in zijne fabriek rond te geleiden en ons het interessante proces, om uit de cocons der zijdewormen de zijden vezels te prepareeren, van het begin tot het eind te laten zien en ons alles zoo duidelijk mogelijk te verklaren. In een zijde-filature wordt niets anders gedaan dan de ruwe cocons te sorteeren, daarna te prepareeren en de zijden vezels af te spinnen en in groote strengen te winden. Dat is bijna uitsluitend vrouwenwerk. Alleen voor het in orde houden der machines en de verpakking der strengen worden mannen gebruikt.
Het was voor ons nieuw te vernemen, niet dat de kwaliteit van de zijden stoffen afhangt van de kwaliteit der vezels, die voor het weven gebruikt worden, maar wel, dat de kwaliteit der vezels afhangt van de mate der civilisatie (zooals de heer Beretta het hoffelijk uitdrukte) der zijdewormen. Hoe hooger de graad van ontwikkeling van een zijdeworm des te witter, glansrijker en duurzamer is de vezel, die uit de cocon komt, waarin hij zich nestelt. Uit iedere cocon wordt een duizend meter lange vezel verkregen en zes zulke vezels te zamen gedraaid, hebben de dikte van een draad, waaruit de zijde geweven kan worden.
In verschillende oorden van China houdt een dichte bevolking zich met de cultuur van zijdewormen bezig en bestaat daarvan grootendeels. Er zijn gedeelten waar men de geslachtsboom der zijdewormen vele eeuwen kan nasporen en waar men telkens, na verloop van jaren, een hoogere ontwikkelingsvorm kan aantoonen. De pongé-zijde, de goedkoope, sterke zijde, die tegenwoordig zooveel voor waschjapons gebruikt wordt, wordt gemaakt van de vezel van den ongecultiveerden worm. De geciviliseerde zijdeworm, wiens product alleen in de fabriek van den heer Beretta verwerkt wordt, levert een prachtig glanzenden sneeuwwitten draad.
Er waren in deze fabriek 1500 vrouwen werkzaam, waaronder vele kinderen. De arbeid is licht, maar één enkel proces is wreed, vooral voor de beginnenden. Als de cocons gesorteerd zijn, dan worden zij gekookt in water van 120 gr. C. Uit dit water worden zij met een zeef geschept en komen dan in water van 60 gr. C. Daaruit moeten zij één voor één met de vingers genomen worden. Voor dit werk gebruikt men nu de slavinnen-meisjes. Al de wreedheid van den slavenhandel zagen wij hier weder voor ons. Elke vrouw, die in die fabriek werkt, heeft zoo’n slavinnetje om met haar fijne vingertjes de cocon voor haar uit het heete water te halen. Rondom zulke groote fabrieken wordt een complete handel in die kleine, fijne kindertjes gedreven. Vrouwen komen daar met dozijnen van die slavinnetjes, die dan, naar gelang van den leeftijd, de uiterlijke gezondheid en sterkte van het kind, meer of minder opbrengen. Van sommige dier kindertjes in de fabriek waren de vingertjes en de handpalm tot op de helft wit verbrand. Eerst na verloop van tijd vereelt de huid en dan voelen zij de hitte van het water niet meer. De vrouw die zoo’n kind koopt, is de uitsluitende meesteres. De gevoelloosheid, de wreedheid, waarmede zulke kinderen behandeld worden, is onbeschrijflijk. Een spoedige dood is ’t beste wat men zulke kinderen wenschen kan. China heeft inderdaad nog vele hervormingen te ondergaan, wil het als cultuurstaat in aanmerking komen.
Wij bezochten ook een zeer groote Chineesche drukkerij, die van de Europeesche drukkerijen vooral daarin verschilt, dat de letterteekens zoo enorm veel uitgebreider zijn dan de onze. Tegen misschien 200 verschillende letterteekens bij ons, waren er hier meer dan 8000. Zoo’n Chineesche letterkast ziet er dan ook vrij wat omvangrijker uit. Is eenmaal het werk gezet, dan geschiedt het afdrukken op dezelfde wijze als overal elders. Ook hier waren vrouwen en kinderen voor hongerloonen mede aan den arbeid.
Met hetzelfde doel, om een indruk te krijgen van den vrouwen- en kinderarbeid, bezochten wij ook nog een groote sigaretten- en een porseleinfabriek. De treurige toestanden die in al die ondernemingen heerschen, zal ik niet beschrijven. Het is genoeg als men weet, dat in China de werkgever volkomen vrij is in zijne handelingen tegenover zijn werkvolk en dat er onder de talrijke Chineezen altijd genoeg plaatsvervangers te vinden zijn, als eenigen het werk staken of weggezonden worden. Een begin van organisatie bestaat er in Shanghaï onder het werkvolk, en men vertelde mij, ook hier en daar elders in China, maar kracht kan van die werklieden-partij nog niet uitgaan.
Vrijdagmiddag om één uur, den 6en Sept, verlieten wij Shanghaï om naar Nanking te gaan. Wij maakten voor het eerst met een Chineeschen spoorweg kennis. Deze lijn die Shanghaï met Nanking in 7 uren verbindt, loopt langs verschillende groote steden. Al die steden kenmerken zich van buiten door den grooten hardsteenen muur die de geheele stad omgeeft. Wij passeerden een mooi, vruchtbaar deel van China. De rijst was juist rijp; hier en daar werd het gesneden en in bundels gebonden om te drogen, of was men reeds bezig het te dorschen; in andere streken was men bezig de rijpe maïskolven te oogsten, of anderen veldarbeid te verrichten; langs den geheelen weg heerschte een bedrijvigheid op het veld, die den Chinees in zijn waar karakter toonde.
De spoorwagens zijn nog nieuw en daarom zindelijk en goed. Zij bieden den reizigers alle comfort, die men op reis kan verwachten. Elke breede, ruime waggon heeft in het midden een lange tafel, die uiteengezet of toegeklapt kan worden, al naar gelang de reizigers het verkiezen. Electrische waaiers brengen koelte aan en goede electrische verlichting maakt het mogelijk, ook bij avond te lezen of iets anders te doen. Bovendien is elke trein voorzien van een restauratiewagen. Om vier uur bestelden wij thee in onzen eigen waggon. Wij ontvingen zulke goede thee met warme, geboterde toast en cakes, als in geen enkele restaurant of tearoom verbeterd kan worden en verreweg beter dan in eenigen restauratiewagen in Europa. Het werd ons keurig netjes met servetjes voorgediend en voor al die luxe hadden wij ieder 25 cent te betalen. Als de ondervinding die wij op onzen verderen tocht door China op de spoorwegen zullen opdoen, overeenkomt met die op de lijn Shanghaï-Nanking, dan staat het spoorwegwezen in China, voor zoover het zich ontwikkeld heeft, hooger dan in menig land in Europa.
Tegen 8 uur kwamen wij in Nanking aan, waar slechts één Europeesch hotel is met een Engelschen eigenaar. Het is een zeer primitief gebouw, maar alles is er uiterst zindelijk en hygiënisch en de maaltijden waren goed. Wij bezochten Nanking, omdat daar tijdens de revolutie door de vrouwen een belangrijke rol was vervuld, waarvan wij alle bijzonderheden wilden weten en omdat Nanking in geschiedkundig opzicht zoo bijzonder merkwaardig is. Reeds vijf maal was Nanking de hoofdstad van China en ook thans weder staat deze stad bovenaan in de rij om tot hoofdstad verheven te worden, indien de regeering mocht besluiten Peking te verlaten en haar zetel ergens anders te vestigen. Men vindt Nanking voor dit doel zoo geschikt, omdat deze stad rondom, behalve ten westen, omgeven is door hooge bergen, terwijl de westzijde beschermd wordt door goede, oude forten, van waaruit men een vergezicht heeft over de Yang Tze rivier, waaraan Nanking gelegen is.
Nanking heeft nu nog een bevolking van 350.000, maar het heeft in de verschillende opstanden, die China in den loop des tijds te doorstaan heeft gehad, duizenden en duizenden van de bevolking verloren. Als men thans door de stad rijdt vindt men overal groote open ruimten, Waar vroeger huizen stonden en menschen woonden en de vroegere Imperial City, een omwalde stad in de stad, waar in oude tijden de regeering gevestigd was en tot voor een jaar al de Manchu’s leefden, is nu totaal verwoest, daar is geen huis blijven staan. De duizenden Manchu’s die daar gewoond hebben, zijn voor een deel naar Manchuria vertrokken, voor een ander deel hebben zij hun heil in Amerika of ergens anders in Azië gezocht, maar voor verreweg het grootste deel zijn zij in deze laatste revolutie omgekomen. Sommigen beweren, dat zij zelfmoord gepleegd hebben om hunne geesten, met die hunner afgestorven familieleden daar te laten verwijlen, anderen gelooven, dat hun gezamenlijke dood op een zelfde oogenblik aan toeval moet worden toegeschreven, doordat een voorraad kruit, dat voor zelfverdediging aanwezig was, op een gegeven oogenblik ontbrandde en de totale verwoesting van de Imperial City, met allen die er nog in waren, bewerkstelligde. Thans wordt deze geheele uitgestrektheid grond door de regeering streng bewaakt, omdat vermoed wordt, dat vele Manchu’s hunne bezittingen hier of daar begraven hebben en de regeering vooralsnog geen tijd heeft een onderzoek naar deze schatten in te stellen.
Aan bijna elk plekje grond in Nanking is de een of andere historische bijzonderheid verbonden, elke heuvel, elke toren en elke tempel heeft een legende en rondom elken berg zweven de geesten van bijzondere dooden, die vereerd of gevierd moeten worden. Vooral de Purperberg heeft een bijzondere vermaardheid, omdat daar de drie Ming-keizers begraven liggen. Tot de graftomben van deze afgestorvenen heeft ook de tegenwoordige regeering zich gericht, om de geesten der Ming-keizers te vertellen, dat de Manchu-dynastie verwoest en de republiek in China gevestigd was. Het was daar dat dr. Sun Yat Sen afstand deed van zijn presidentale waardigheid en den generaal Yuan Shi-Kai als zijn opvolger aanwees.
Het was voor ons niet moeilijk in Nanking de vrouwen te vinden, die wij wilden zien en spreken. Men had van uit Shanghaï hen reeds van onze komst verwittigd. Zij kwamen Zaterdagmorgen reeds vroeg in ons hotel, om te informeeren, of wij aangekomen waren en hoelang wij in Nanking zouden vertoeven. Toen zij van den hotelier vernamen, dat wij er waren en tot Maandagmorgen dachten te blijven, lieten zij de boodschap voor ons achter, dat wij hen gezamenlijk den geheelen morgen in het clubgebouw konden vinden en dat zij zouden zorg dragen, dat daar iemand aanwezig was die als tolk kon dienen. Onmiddellijk na het ontbijt begaven wij ons naar het clubgebouw, dat eigenlijk de zetel is van de vrouwenafdeeling van de Tung Ming Hui. De Nanking-afdeeling van de Tung Ming Hui heeft een afzonderlijke vrouwenafdeeling, die wel met de mannen naar hetzelfde doel streven, doch die afgescheiden van elkander en dikwijls langs andere lijnen werken. De vrouwenkiesrechtvereeniging werkt op zich zelf en hoewel alle leden van de vereeniging voor vrouwenkiesrecht leden van de Tung Ming Hui zijn, zijn toch niet alle vrouwen leden van de Tung Ming Hui, leden van de vereeniging voor vrouwenkiesrecht. Wel gelooven allen in gelijke politieke rechten voor mannen en vrouwen, maar velen hebben zich door hunne echtgenooten, vaders of broeders laten wijs maken, dat de tijd voor de vrouwen nog niet gekomen is en zij eerst moeten medewerken tot opbouwing van de republiek van en voor mannen.
De flinke vrouwen, die het grootste heil voor het land verwachten uit de samenwerking van mannen en vrouwen, een samenwerking, die,—zoo ergens elders—zeker in China hoog noodig is, waar het zedelijk peil der mannen nog zoo laag staat, deze vrouwen zijn in Nanking een geheel ander soort, als die wij in Shanghaï aantroffen.
In het clubgebouw troffen wij de presidente van de vrouwenafdeeling van de Tung Ming Hui, de presidente van de vrouwenkiesrechtvereeniging, eenige andere bestuursleden van beide vereenigingen en twee jonge mannen, studenten van de universiteit van Nanking, die zuiver Engelsch spraken en zich als tolken beschikbaar hadden gesteld.
Spoedig vernamen wij, dat de Nanking vrouwenkiesrechtvereeniging ook ruim 200 leden telt, dat er op het oogenblik reeds 7 zulke vereenigingen in China bestaan, die bezig zijn zich in een nationalen bond te vereenigen, waarvan de zetel voorloopig in Peking zal gevestigd worden en dat men bezig is in nog elf andere steden afdeelingen te vormen. Nanking is de oudste afdeeling en schijnt de beste organisators te bezitten, vandaar dat Nanking was uitgenoodigd de formeering van andere afdeelingen op zich te nemen. Evenals in Shanghaï was men ook in Nanking er sterk voor, dat China zich bij den Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht zou aansluiten en afgevaardigden naar het volgende congres in Budapest zou zenden. De beslissing ligt echter in Peking.
Over eenige weken zullen eenige vrouwen uit Nanking ook naar Peking vertrekken om de daar reeds uit andere provincies aanwezige vrouwen te steunen in het werk om van deze regeering vrouwenkiesrecht op gelijke voorwaarden als de mannen, te verkrijgen. Zij willen zich door dr. Sun niet langer laten bepraten, omdat zij overtuigd zijn, dat het thans een gemakkelijker strijd voor hen zal zijn om hare rechten te verkrijgen dan later, als eenmaal de constitutie voor het geheele land is aangenomen. Bovendien denkt deze regeering er sterk over om in China het kiesrecht aan meer of mindere ontwikkeling vast te knoopen; men zal een of andere school moeten doorloopen hebben, of een of ander examen hebben afgelegd, of lezen en schrijven kunnen en als dat wordt aangenomen, dan bestaat er geen enkele gegronde reden om diezelfde eischen niet ook op de vrouwen toe te passen.
Wij vroegen de aanwezige vrouwen, welke middelen zij willen toepassen om tot het doel te geraken, indien rede, gezonde argumenten, beroep op hun recht, bij de regeering geen doel troffen. Het antwoord dat wij daarop kregen bracht ons in de hoogste verwondering. Deze Chineesche vrouwtjes vertelden ons met van durf schitterende oogen, dat zij dan tot alles in staat zullen zijn. Zij zullen al het mogelijke doen om langs vreedzamen weg haar doel te bereiken, doch als dat niet gaat, dan was er nog genoeg revolutionnaire geest in hen overgebleven om krachtige daden tot stand te brengen. In hunne afdeelingen hebben zij een afzonderlijke groep vrouwen, die een geheim verbond gesloten hebben, de leden daarvan zijn niet bekend. De naam van dat verbond beteekent in het Engelsch “dare to die,” (durf te sterven), wat genoegzaam den aard van het verbond aangeeft. Ongeveer 1000 leden bezit dit verbond reeds over heel China. Vóór zij echter tot geweld hun toevlucht zullen nemen, zullen zij eerst alle vreedzame middelen in toepassing brengen. Zij willen o.a. naast den Nationalen Raad van mannen, zooals het tegenwoordige parlement genoemd wordt, een Nationalen Raad van vrouwen vormen, waarvan de kosten uit eigen fondsen zullen bijeen gebracht worden. In dezen Raad zullen de vrouwen alle nationale vraagstukken behandelen, die ook in den mannenraad behandeld worden en de besluiten in den vrouwenraad genomen, zullen der regeering worden aangeboden. Men zal afwachten hoe deze besluiten door de regeering zullen worden ontvangen.
Een sterke militante geest heerscht in al de vrouwen, die wij in Nanking aantroffen. Wij wilden nu weten, uit den mond van deze vrouwen zelf, wat er waar is in de sensationeele berichten, die er eenigen tijd geleden in alle couranten hebben gestaan, over het bestormen van de vergadering waarin de eerste Nationale Raad in Nanking gehouden werd en het breken der glasruiten. Wij vroegen ons een volstandig verhaal te geven van alles wat er toen was voorgevallen. Och, het was zoo eenvoudig geweest. De mannen, die daar bijeen waren en zich het recht toeëigenden de provisoire regeering van ’s lands zaken vast te stellen, waren wel is waar in menig opzicht de leiders der revolutie geweest, maar toch ook menige vrouw had daarbij een zeer vooraanstaande rol gespeeld. Bij de regeling van ’s lands zaken had men een of meer dier vrouwen een stem moeten geven. Daaraan was niet gedacht. Toen de vergadering gehouden zou worden, trokken daarom dertig dier vrouwen, die allen konden wijzen op belangrijke daden of invloedrijke posities gedurende de revolutie, naar het vergaderlokaal en vroegen om gezamenlijk of enkelen van hen aan de beraadslagingen te mogen deelnemen. Een weigerend antwoord volgde. De vrouwen besloten toen om ongevraagd naar binnen te gaan, de discussie te volgen en mede te spreken als zij zich daartoe gedwongen gevoelden. De mannen sloten echter de vergadering en gingen huiswaarts. Den volgenden morgen werd de bijeenkomst heropend, doch nu stond er een sterke politiemacht met geladen geweer voor de deur, gereed om elke vrouw neder te schieten, die durfde te naderen. Een der vrouwen, Woo Mok Lan, de presidente der Nanking-afdeeling van de Tung Ming Hui, die voor ons zat, was toen naar een andere zijde van het gebouw gegaan en heeft daar een groote ruit ingeslagen. Dr. Sun, die de vergadering presideerde, is daarop naar buiten gekomen en heeft den vrouwen toegesproken. Hij overreedde hen, in ’s lands belang, niet langer aan te dringen om aan die vergadering deel te nemen, het waren slechts de allereerste regelingen, die vastgesteld zouden worden, die misschien van zeer korten duur zouden zijn en bovendien was dr. Sun bereid om daarbij voor de belangen der vrouwen te zorgen, zoo goed als zij maar konden wenschen. Hij was bereid daarover met hen van gedachten te wisselen. De vrouwen hebben zich door dr. Sun laten bepraten, en zijn naar huis gegaan, doch hebben zeer spoedig ingezien, dat zij bedrogen zijn uitgekomen.
Wij wilden toen nog de bijzonderheden weten, omtrent de amazones, die in Nanking gestreden hadden. Woo Mok Lan was een der kapiteins geweest. Zij vertelde ons, dat er 3 regimenten waren gevormd, een van 340, een van 200 en een van 120 vrouwen. Aan het kleinste regiment was de bewaking der stad toevertrouwd, de twee anderen hadden aan al het aanvallend en verdedigend werk deelgenomen. Deze twee hadden, toen het gevecht op het hevigst was, het gevaarlijkste punt tegen den Purperberg ingenomen, waarbij 12 van de soldaatjes van het regiment van Woo gesneuveld zijn. Velen van haar regiment oefenen zich nog steeds in militaire zaken; men kon immers niet weten, of zij de wapens niet nog eens zullen moeten opnemen om eigen rechten te verdedigen. Wij hoorden ook hier, dat vele Chineesche vrouwen, als mannen verkleed, in de mannengelederen aan de revolutie hebben deelgenomen en op dit oogenblik waren er nog 14 meisjes van Nanking in het leger in Mongolië om tegen de Russen te strijden. Al deze zaken werden ons verteld op een wijze, alsof zij vanzelf sprekend waren. Er bleek ons duidelijk uit, dat deze vrouwen zich jarenlang vertrouwd hebben gemaakt met het voornemen om in tijd van nood het land op die wijze te dienen.
Nadat wij eenige uren met hen gesproken hadden, vroeg men ons Zondagmorgen om tien uur te willen terugkomen om verdere besprekingen te houden. De twee jonge mannen boden zich aan om voor het overige deel van den dag ons als gids te dienen en ons Nanking te laten zien en al de geschiedkundige bijzonderheden te vertellen. Van dat aanbod maakten wij gaarne gebruik.
Den geheelen Zaterdagmiddag reden wij met de twee studenten rond, bezichtigden allerlei merkwaardigheden en hoorden tal van bijzonderheden. Zondagmorgen zorgden wij tijdig aan het clubgebouw aanwezig te zijn, omdat wij in den namiddag nog de Ming-graftomben en de ruïnes van het oude keizerlijk paleis wilden bezichtigen, die eenige mijlen buiten de stad gelegen zijn.
Wij wisten niet wat wij zagen, toen wij het clubgebouw naderden. De geheele poort was met groen en bloemen versierd en de regenboogvlaggen wapperden in de lucht. Men vertelde ons, dat de Chineesche teekens, die door de roode rozen in het groen gevormd waren, “Welkom aan onze vreemde gasten” beteekenden. Woo Mok Lan, die ons bij den ingang opwachtte, had zich ter onzer eere in Europeesche,—of, zooals zij het uitdrukte, in Amerikaansche—kleeding gestoken, waaronder hare hobbelvoetjes in zwart leeren kinderschoentjes allerkoddigst uitstaken. Zij liep nu veel hobbeliger als op hare Chineesche schoentjes. Wanneer zij, om niet te vallen, haar rokje optilde, dan kwamen hare lange witte broekspijpen ongegeneerd te voorschijn. Wij konden niet nalaten haar te zeggen, hoezeer het ons speet, dat zij haar mooi, praktisch Chineesch costuum voor het onze had verwisseld. De andere bestuursleden vertoonden zich gelukkig in hun eigen nationale kleeding. Woo Mok Lan was niet om aan te zien.
In de zaal, die ook met bloemen en vlaggen versierd was, wachtte ons een enthousiaste menigte, mannen zoowel als vrouwen. Ook hier werden wij met muziek ontvangen, waarin wij de goede bedoeling moesten apprecieeren, maar dat was ook alles wat wij er van konden waardeeren. Een Chineesch raar gekapt meisje met hard-rose bloemen in haar gegomde lokken, speelde op een oorverscheurend ontstemde piano eenige oefeningen, zooals jonge kinderen spelen in de eerste weken van hunne pianolessen. En toen wij door de twee presidenten der beide vereenigingen naar onze plaats in het midden der zaal geleid waren, zong een koor van tien dames ons vanaf het podium een welkomstlied toe. Wij stemden na deze zang met het hartelijk applaus, dat volgde, in, dankbaar gestemd dat onze trommelvliezen deze marteling goed doorstaan hadden. In het midden der zaal, waar onze zetels waren, stond een groote tafel met een wit laken bedekt en daarop lagen allerlei vruchten en versnaperingen. Wij waren nauwelijks gezeten, toen de thee werd rondgediend, bijna onmiddellijk gevolgd door een kop koffie. Toen volgde stilte. De presidente der vrouwenkiesrechtvereeniging, Chong Zian Yin, beklom het podium en sprak een welkomstgroet uit, die onmiddellijk voor ons in het Engelsch vertaald werd en later schriftelijk werd aangeboden. Daarin werd de dank der Chineesche vrouwen uitgesproken voor onze komst en de hulp en voorlichting, die wij haar verschaften. Toen zij de hoop uitsprak, dat wij nog lang in China mochten blijven en overal waar wij kwamen den vrouwen tot steun wilden zijn, werd, zoo waar, achter ons de champagne ontkurkt en moesten wij dien wensch bezegelen met een schuimenden dronk.
Daarop hobbelde miss Woo naar het podium. Hare oogen schitterden van moeilijk onderdrukt enthousiasme. Haar militante aard sprak uit elk woord, uit elke beweging. Zij heette ons welkom als de eerste vrouwen van vreemden bodem, die in China kwamen om den Chineeschen vrouwen de zusterhand te reiken in haar strijd voor vrijheid en recht. Wij twee toonden liberaler te zijn dan de regeering der landen, Waaruit wij kwamen, die nog steeds aarzelen de Chineesche republiek te erkennen; wij waren gekomen om haar te steunen en de Chineesche vrouwen als onze gelijken in den Wereldbond voor vrijheid en recht ook voor vrouwen op te nemen. Zij dankte ons voor onze komst en zeide, dat onze namen in de geschiedenis der Chineesche vrouwenvereenigingen, die voor de verheffing der Chineesche vrouw strijden, steeds een eervolle plaats zullen innemen. En toen werd zij hoe langer hoe enthousiaster. Zij zette uiteen, dat het leven der vrouw altijd zwaarder en moeilijker is dan dat van den man, dat, waar voor hem de dagtaak eindigt, zij er dikwijls nog midden in zit. Zoo ook thans in China. De strijd voor vrijheid en recht der mannen was geëindigd, die konden thans hun arbeidsveld overzien en de zaken rustig regelen. Maar den vrouwen, die schouder aan schouder met de mannen deze vrijheid bevochten hadden, restte nu nog een zwaardere strijd, een strijd, die misschien meer offers zou kosten dan de afgeloopene en zeer zeker veel moeilijker zou zijn, omdat hij moest gestreden worden, niet zooals de voorgaande, tegenover vijanden, maar tegenover vrienden en naaste bloedverwanten. Het was de strijd voor vrijheid en recht der Chineesche vrouw, een, door alle eeuwen heen, vertrapt en geminacht wezen, die zich opeens oprichtte en zich hare roeping op aarde bewust was geworden. Vanaf dezen tijd mocht geen vrouw in China meer dulden, dat zij bij den man werd achtergesteld, in het belang van het geheele land, moest zij pal staan voor gelijke maatschappelijke en politieke rechten van mannen en vrouwen. De woorden rolden van hare lippen en gaven de twee stenografen moeite om haar bij te houden. Ons werd later een in het Engelsch vertaald woordelijk verslag van hare rede ter hand gesteld. Beide presidenten boden ons toen een eere-insigne van hunne respectieve vereenigingen aan; behangen met deze groote stukken, een in zilver, hangende aan een lint in de republikeinsche kleuren, de ander in koper, beklom mrs. Catt het podium en heette China en de nieuwe republiek geluk met de nieuwe Chineesche vrouw, zooals wij die tot dusver in dit verjongde land hadden ontmoet. Zij wees op den moeilijken strijd die de vrouwen overal in de wereld te strijden hebben, doch voornamelijk richtte zij zich tot de aanwezige mannen om hen te wijzen op hunnen plicht, thans even broederlijk naast en met de vrouw te strijden, als deze het in den afgeloopen strijd naast hem heeft gedaan. Daarop moest ik boven komen. Ik wees de vrouwen er op, dat overal waar de vrouwen op de gemakkelijkste manier het doel van haar streven bereikt hadden, waar zij reeds gelijke politieke rechten voor man en vrouw verkregen hadden, dit bijna altijd was gekomen na een revolutie. Ik vertelde hen van de vrouwen in Finland, van de vrouwen in Noorwegen en in Portugal en spoorde hen aan geen inspanning te groot te achten om in de nieuwe constitutie voor China, hare rechten verzekerd te krijgen. Kregen zij die nu niet, dan wachtte hen een jarenlange zware strijd. Onze beide toespraken werden onmiddellijk door een tolk in het Chineesch overgezet
Toen werden wij verzocht naar buiten te komen, waar wij met tal van Chineesche geestverwanten op een plaatje vereeuwigd werden. Men zal ons elk een afdruk van die photo naar Peking zenden. Wij moesten toen met de hoofdpersonen, die ons deze ontvangst bereid hadden, in de pas geopende industrieschool voor meisjes een Chineesche lunch gebruiken, waarbij wij twee heel netjes vork en mes kregen. Wij zijn nu reeds aan alle Chineesche lekkernijen gewend en beginnen er den smaak van te krijgen. Na de lunch kwamen twee landauers voor, waarin wij met zes onzer nieuw gemaakte vrienden naar de Mingtomben en de ruïnes van het keizerlijke paleis reden. Om zes uur bracht men ons ’s avonds naar het hotel terug.
De indruk dien wij beiden van de Nanking’sche groep mannen en vrouwen kregen, was niet zoo gunstig als van die in Shanghaï. In Nanking waren wij meer in het midden van het land, waar de bevolking niet zoo veel als in Shanghaï met de Europeesche en Amerikaansche bevolking in aanraking komt. Het waren niet alleen de uiterlijke manieren, maar ook de omgang der mannen en vrouwen onderling, de dingen die wij zagen en hoorden vertellen, die ons dien indruk gaven. Wij zagen en spraken hier de mannen en vrouwen die in China opgevoed zijn en die nooit in vreemde omgeving vertoefd hebben. Dit waren de echte Chineezen. Intelligent zijn zij in hooge mate, maar in nog hooger mate onpractisch en idealistisch, voorzoover dit laatste niet synoniem is met het eerste. Van Europa weten zij zoo goed als niets, maar de stand van zaken in Amerika, waarvan zij de opgesmukte verhalen hunner daar vertoevende landgenooten gehoord en gelezen hebben, zweeft hen als een ideaal voor oogen. In hunne verbeelding, die zij naïef onder woorden brengen, zal China met Amerika de heele wereld hervormen; de Vereenigde Staten moet hen spoedig de hand reiken, dat is in beider belang, en dan kunnen de twee grootste Republieken der wereld door hun voorbeeld een vreedzame evolutie in alle andere landen tot stand brengen. Geen monarchieën meer, maar volksregeeringen overal. Wat zij evenwel onder een volksregeering verstaan is verder van daar verwijderd dan de constitutioneele regeeringsvormen in de meeste koning- of keizerrijken. Wat ons ook in Nanking in onze gesprekken met deze mannen en vrouwen zoo duidelijk bleek, was het totale gebrek aan vertrouwen onderling. In niet een van hunne groote mannen en leiders stellen zij een onbeperkt vertrouwen, volgens hen werkt elk voor eigen voordeel en naam en positie, het land komt pas in de tweede plaats. Om hunne meening te illustreeren, deelde men ons talrijke bijzonderheden mede uit het intieme leven van dr. Sun, president Yuan, vice-president Lu en tal van andere grootheden.
Maandagmorgen verlieten wij Nanking om per boot naar Hankow te vertrekken. Deze driedaagsche tocht over de Yang Tze rivier, in een mooie, zindelijke boot, met groote, comfortabele hutten en goede maaltijden, is een waar genot. De geheele reis gaat de boot langs groene oevers, met min of meer hooge heuvels en hooge bergen op den achtergrond, telkens stoppen wij even bij een dorpje of door een hoogen wal omgeven stadje, waarbuiten de hooge pagoden of kerktorens vroolijk uitsteken, dan weder zien wij een ouden, schilderachtigen tempel tusschen het groen te voorschijn komen en overal rondom ons zien wij het echte-ware Chineesche leven te water en te land. Wij hebben reeds de overtuiging gevestigd, dat een Chineesche tempel alleen geapprecieerd kan worden als men hem op een afstand en liefst op zich zelf staand kan zien. Hoe orthodox het Chineesche volk ook mag zijn, zij geven zich niet veel moeite om hunne tempels in zindelijken en goed onderhouden staat te houden. Dichtbij bezien, zien zij er allen onbeschrijfelijk vuil en oud en vermolmd uit.
De Yang Tze-rivier is op een na de langst bevaarbare rivier in de wereld. De tocht van Nanking tot Hankow is mooi, maar het schilderachtigst, romantisch-mooie gedeelte komt eerst eenige honderden mijlen verder dan Hankow.
Wij genoten drie mooie, kalme dagen aan boord van de “Luenyi”, die wij noodig hadden. Sedert wij Hongkong hadden verlaten, was er geen rustig oogenblik voor ons geweest. De zenuwschokkende tijd aan boord van de “Persia”, de angst, die wij gedurende de typhoon hadden doorstaan, en het onmiddellijk daarop in Shanghaï aan het werk gaan, met de daarop volgende drukke en indrukvolle dagen, begon zich te laten gelden in den vorm van slapeloosheid, lusteloosheid en afmatting. Toen wij echter Woensdagavond om tien uur Hankow bereikten, was alle moeheid geweken en gevoelden wij beiden ons weder frisch en gereed nieuwe indrukken te ontvangen.
De trein, die ons van Hankow naar Peking zal brengen, vertrekt slechts eens per week en dat is des Vrijdagsmorgens. Wij hadden derhalve twee nachten, en een geheelen dag in Hankow door te brengen. Men had ons in Shanghaï geraden in Hankow de boot als hotel te gebruiken, als ten minste de boot zoo lang in Hankow bleef liggen. Dien raad hebben wij opgevolgd.
Hankow is eigenlijk een groep van drie steden, Wuchang, Hankow en Hanyang, die door de Yang Tze-rivier en de Han gescheiden zijn. Zij bezitten elk een afzonderlijk gemeentebestuur, maar vormen toch eigenlijk één groote, drukke stad, waar, zooals men zegt, het commercieele, financieele en industrieele hart van China klopt. Wuchang alleen bevat meer dan een half millioen zielen,—ik bedoel menschen; hier in China, waar elke man en vrouw drie zielen heeft, moet men dit woord correct gebruiken,—terwijl Hankow een bevolking telt van bijna 90.000. Voegt men hierbij de 400.000 van Hanyang, dan ziet men, van welke beteekenis deze stad, of groep van steden is. De Engelschen, Franschen, Russen, Duitschers en Japanners bezitten hier allen een stuk grond, te zamen 1½ millioen vierkante meters groot, waar zij ieder hun eigen industrieele operaties uitoefenen.
Voor alle consulaten en voor alle fabrieken stond een vrij sterke troepenmacht van eigen militairen en een oorlogschip van elke vreemde natie lag in de rivier voor hunne bezitting. Overal in de stad vonden wij nog in ’t oogloopend vele vreemde en Chineesche militairen, men voelde en zag dat de rust in de stad nog niet volkomen was teruggekeerd. Zooals men misschien weet, vormde Hankow het stormcentrum van de pas afgeloopen revolutie; de verwoesting, die nog overal in de stad zichtbaar is, gaf ons een klein beeld van den omvang en de beteekenis, die de opstand daar genomen heeft. De twee generaals, die pas geleden, op bevel van den president Yuan, zonder vorm van proces, zijn doodgeschoten, zijn van Wuchang afkomstig en de gemoederen zijn over deze daad nog lang niet tot rust gekomen. De kapitein van onze boot raadde ons Donderdagmorgen, om de stad niet in te gaan, alvorens wij bij onze consulaten inlichtingen hadden ingewonnen.
De Amerikaansche consul ontraadde ons ten sterkste, de Chineesche stad in te gaan, waar wij de Chineesche vrouwenkiesrechtclub zouden vinden; zelfs onder geleide, vreesde hij, dat ons onaangenaamheden zouden overkomen. De inboorlingen zijn nog te opgewonden, telkens breken er nog opstootjes uit; in het midden van de bevolking te gaan, was voor elke vreemdeling nog gevaarlijk. Teleurgesteld waren wij over dezen raad zeer zeker, maar wij hebben ons er toch maar aan gehouden. De consul gaf ons, om deze teleurstelling een beetje te vergoeden, zijn rijtuig dat hem juist naar zijn bureau had gebracht, om een toer langs de breede, mooie kade te maken, waar de verschillende naties hunne bezittingen hebben en noodigde ons uit daarna met hem in het clubgebouw te lunchen.
Van het platte dak van het sierlijke clubgebouw hadden wij een prachtig overzicht over de heele omgeving en zagen in vogelvlucht alle verwoeste gedeelten der stad. Menige bijzonderheid uit die gruwelijke, maar interessante dagen vernamen wij daar. Noch in Nanking, noch in Hankow hebben wij een Chinees met een staart gezien. Ik geloof niet, dat in een dier steden de dragers van dat voorheen algemeene herkenningsteeken nog een oogenblik veilig zouden zijn. Wij konden ons hier, meer nog dan in Nanking en Canton een goed denkbeeld vormen van den omvang en de ernst der afgeloopen revolutie. Na de lunch maakten wij nog een rijtoer door een ander deel der stad en daarna begaven wij ons maar weder naar de boot terug om het altijd vreemde en interessante leven te water in China gade te slaan. Geen Chineesch schipper vergeet, zoodra de zon ondergaat, om van zijn schip op de een of andere wijze zijne offers aan den watergeest of aan de geesten van afgestorvenen te brengen.
Vrijdagmorgen vertrokken wij per trein van Hankow naar Peking. Deze lijn is door een Fransch-Belgisch gezelschap aangelegd, doch is sedert vier jaar in het bezit der Chineesche regeering gekomen. Alle employees, voor zoover zij geen Chineezen zijn, zijn nog Franschen of Belgen; de wagons zijn van Belgisch maaksel en constructie, lang zoo goed niet als de waggons op de lijn Shanghaï-Nanking. Alleen de restauratiewagen was uitstekend en het opgediende boven allen lof. Men kan overtuigd zijn, dat in de keuken Chineesche koks het werk leverden.
Langs de geheele lijn, de afstand is 700 Eng. mijlen en wordt in 28 uren afgelegd, was bij elk station een sterke politiemacht geposteerd, die, zooals wij hoorden, niet overbodig is, omdat nog herhaaldelijk hier en daar treinen door zoogenaamde boksers overvallen worden, die de reizigers uitplunderen. Boksers is een mooie naam voor deze kerels, die niets anders dan brutale roovers zijn, roovers te land, neefjes of broertjes van de talrijke zeeroovers hier.
Het landschap bood niets bijzonders aan. Als men de in bijna elke stad en dorp aanwezige pagoden en tempels en de Chineezen zelf niet in aanmerking neemt, dan is het landschap vrijwel gelijk aan dat, wat men in elk bergachtig land vindt. Ik zou haast vergeten ook nog op te sommen onder de dingen, die men niet in aanmerking moet nemen, de overal verspreide Chineesche graftomben, die dan eens op een heuveltje, dan midden in een stuk bouwgrond, of op een stuk rots staan, en dan eens van meer, dan eens van mindere pretentie zijn.
Hoe meer wij Peking naderden, hoe meer staarten zagen wij. Er waren zelfs hier en daar soldaten, die dat Chineezenteeken nog lang en breed over den rug hadden hangen. In sommige dorpen droegen alle mannen, die wij zagen nog dit herkenningsteeken. Daar leek alles oogenschijnlijk zoo rustig, alsof de menschen heelemaal van een ommekeer in hun land niets afwisten, en die óf nooit gehoord hebben dat er reeds twee keer een regeeringsorder is gegeven, dat elke Chinees vóór begin September, later verlengd tot eind September, zijn staart moet hebben afgeknipt, óf die om zoo’n regeeringsbevel niet heel veel geven. Er is zelfs in het Noorden van China een beweging om de staart weder te laten groeien en men zegt, dat er een geheime vereeniging bestaat, die het dragen van den staart weder wil invoeren. Voor elken onzin heeft men hier geheime vereenigingen. Er is geen Chinees, die niet tot drie of vier geheime genootschappen behoort.
Om 4 uur bereikten wij Zaterdagmiddag Peking, de stad waar wij vanaf het begin van onze reis, ons voorgenomen hadden zeker heen te gaan, een voornemen, dat ons telkens ontraden en als onuitvoerbaar voorgespiegeld was, doch dat nu toch eindelijk in verwezenlijking was gekomen. Eén jaar lang hebben wij in zoovele verschillende landen gehoord: “naar China kunt gij niet gaan” en tot op het laatste oogenblik heeft men ons nog zoo sterk ontraden in China verder dan tot de kuststreken te gaan, dat wij ten laatste zelf waren begonnen te twijfelen of wij Peking wel ooit bereiken zouden. Maar wij zijn hier en wat wij in Peking hooren, zien en ondervinden, daarvan zal ik in een volgend schrijven vertellen.
14 Sept. 1912.