Sommige geleerden beweren dat deze geschiedenis van de Volsungs een reeks van zonnemythen is, waarin Sigi, Reri, Volsung, Sigmund en Sigurd om beurten den aanbrekenden dag personifieeren. Zij zijn allen gewapend met onoverwinnelijke zwaarden, de zonnestralen, en reizen allen door de wereld, vechtend tegen hun vijanden, de demonen van koude en duisternis. Sigurd, evenals Balder, wordt door allen bemind; hij huwt Brunhild, het schemeringmeisje, die hij midden in de vlammen vindt, en van wie hij weggaat om haar enkel weer te vinden als zijn loopbaan geëindigd is. Zijn lichaam wordt verbrand op den brandstapel, die, evenals die van Balder, òf de ondergaande zon òf de laatste vlam van den zomer voorstelt, waarvan hij ook het type is. Het dooden van Fafnir symboliseert de vernietiging van den demon van koude of duisternis, die gestolen heeft den gouden schat van den zomer of de gele stralen van de zon.
Volgens andere geleerden is deze sage gegrond op de geschiedenis. Atli is de wreede Attila, de “Geesel Gods”, terwijl Gunnar is Gundicarius, een Bourgondisch vorst, wiens rijk verwoest werd door de Hunnen, en die met zijn broeders vermoord werd in 451. Goedroen is de Bourgondische prinses Ildico, die haar man in haar huwelijksnacht vermoordde, zooals reeds gemeld is, terwijl zij het schitterend zwaard gebruikte, dat eens aan den zonnegod behoord had, om haar vermoorde bloedverwanten te wreken.