Bewakers (van den muur af roepend). De bewakers van de bron vluchten in wilde wanorde. Een van de hoplieden treedt hen in den weg, zij trekken de zwaarden tegen hem. Een der onzen komt hen tegemoet hollen. Het is Ephraim; zij zien hem in het geheel niet!
Ephraim (voor de poort). Open, open!
(De poort wordt geopend, Ephraim stormt binnen. De poort blijft open, men ziet voorbij vluchtende Assyriërs).
Ephraim. Ze hadden mij kunnen spietsen, op een rooster braden. Dat alles ben ik ontkomen! Nu Holofernes zijn hoofd kwijt is, zijn ze 't allemaal. Komt, komt! Een dwaas, die nog bang zou zijn!
Achior. Op, op!
(Zij stormen de poort uit, men hoort stemmen roepen: In naam van Judith!)
Judith (wendt zich walgend af). Dat is slagersmoed.
(De priesters en ouderlingen vormen een kring om haar heen).
Een der ouderlingen. Ge hebt de namen der helden gebluscht en de uwe in hun plaats gezet.
Eerste priester. Volk en kerk hebt ge een grooten dienst bewezen. Niet meer om het duister verleden, op u zal ik voortaan wijzen als ik toonen wil hoe groot de Heer, onze God is.
Priesters en ouderlingen. Eisch uw loon!
Judith. Spot ge met mij? (tot de ouderlingen) Als het geen heilige plicht was, als ik het had mogen laten, was het dan geen hoogmoed en misdaad? (tot de priesters) Wanneer een offerdier rochelend voor het altaar neerstort, kwelt ge het dan nog met de vraag welken prijs het zou verlangen voor zijn bloed en leven? (na een pauze, als bij plotselinge ingeving) En tòch... ik eisch mijn loon! Belooft mij te voren, dat ge het niet zult weigeren!
Ouderlingen en priesters. Wij beloven het. Uit naam van gansch Israël!
Judith. Dan zult ge mij dooden, wanneer ik het verlang!
Allen (ontzet). U dooden?
Judith. Ja. En ik heb uw woord.
Allen (gruwend). Ge hebt ons woord.
Mirza (grijpt Judith bij den arm en leidt haar uit den kring naar voren) Judith! Judith!
Judith. Ik wil Holofernes geen zoon baren. Bid God dat mijn schoot onvruchtbaar moge zijn. Misschien is hij mij genadig!
Einde.
De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:
| Plaats | Bron | Correctie |
|---|---|---|
| Blz. 9 | verschansd | verschanst |
| Blz. 18 | gevonnisd | gevonnist |
| Blz. 18 | [Niet in Bron.] | . |
| Blz. 18 | [Niet in Bron.] | . |
| Blz. 31 | Daniel | Daniël |
| Blz. 48 | sçhenk | schenk |
| Blz. 48 | [Niet in Bron.] | ” |
| Blz. 61 | houdt | houd |
| Blz. 64 | bidt | bid |
| Blz. 66 | verbeeldt | verbeeld |
| Blz. 67 | kind | kìnd |
| Blz. 67 | Judìth | Judith |
| Blz. 67 | Verbeeldt | Verbeeld |
| Blz. 72 | Hallo | hallo |