Omdat Rome, toen Irene den keizerlijken diadeem had aangenomen en Karel door den Paus gekroond was wederom de algemeen erkende hoofdstad van het Keizerrijk werd, zal er minder dan ooit reden voor ons zijn onze aandacht te richten op de lotgevallen van de zoogenaamde Byzantijnsche Keizers. Doch het zal toch weleens noodig zijn een enkelen keer een blik in die richting te werpen en daarom is het nuttig een paar woorden over het latere Byzantijnsche Keizerrijk te spreken.
Van de herleving van het Romeinsche Keizerrijk tot de inneming van Constantinopel door de Turken verliepen 653 jaren. Gedurende dien tijd regeerden te Constantinopel ongeveer 55 zoogenaamde Keizers van verschillende dynastiën. Vier eeuwen lang na de dagen van Irene geven de annalen van dit Byzantijnsche Rijk weinig belangrijke mededeelingen; maar de invloed van de Byzantijnsche school op de kunst van Zuid-Italië is voor hem, die de geschiedenis van Italië bestudeert, van belang.
Munt van Michael Palaeologos
In 1202–04 werd Constantinopel genomen door de Kruisvaarders uit het westen en de Venetianen, en nadat de stad op barbaarsche wijze was geplunderd, werd Baldwin, (Boudewijn) Graaf van Vlaanderen op den troon van de Oostelijke keizers gezet. Vijf andere “Latijnsche” Keizers volgden op hem. Ondertusschen was er een “Keizer” opgetreden te Thessalonica, een ander te Nicaea in Klein-Azië en een derde te Trapezus (Trebizonde) op de afgelegen stranden van den Pontus Euxinus. Eén van de Keizers te Nicaea, Vatatzes, veroverde het “Imperium” van Thessalonica en bemachtigde Macedonië en Thracië en in 1260–61 nam een van zijn opvolgers, Michael Palaeologos Constantinopel in, verdreef Baldwin II, den “Latijnschen” Keizer en stichtte een dynastie, die bleef bestaan tot de komst van de Turken, toen de laatste Byzantijnsche Keizer, Constantinus Palaeologos, gedood werd. De verhalen bij Gibbon over deze “Romeinsche Keizerrijken” van Nicaea en Trebizonde in het verre oosten zijn buitengewoon merkwaardig. Te Trebizonde liet een Keizer, Alexius, aan zijn opvolgers den beroemden keizerlijken naam van de Comneni na. Het hof te Trebizonde was bekend om zijn rijkdom en half-Oostersche weelde en de schoonheid van zijn vorstinnen. Tijdelijk was soms dit Keizerrijk Trebizonde onderworpen aan den Sultan van Rûm (Iconium), aan de Seldsjoeken, Mongolen en Turcomannen en eindelijk werd het onderworpen door een veldheer van Mohammed II, den veroveraar van Constantinopel.
De toestanden te Constantinopel,—hoe deze stad na de verwoesting door de Latijnsche Kruisvaarders wederom het middelpunt van beschaving in Europa werd,—zijn levendig door Gibbon beschreven in het laatste deel van zijn Decline and Fall of the Roman Empire.