Het onderzoek naar den werkelijken staat der slavenbevolking in het Zuiden gaat met vele moeijelijkheden gepaard. Er zijn zoo vele zaken voor en tegen aangevoerd—zoo vele met betrekking tot het eene gestaafd en met betrekking tot het andere ontkend, dat de uitkomst tot niet veel helders heeft geleid.
Door sommigen wordt ons verhaald, dat het leven der slaven een leven vol gezegende tevredenheid is; dat zij niet naar vrijheid wenschen; dat men slechts nu en dan hunne dierbaarste banden van bloedverwantschap verbreekt; dat zij een dom geslacht zijn, bijna tot den staat van redelooze dieren gezonken; dat zij gewoonlijk goed behandeld worden, enz.
Bij het doorlezen van eenige honderde nieuwsbladen uit het Zuiden, werd schrijfster dezes getroffen door de zeer naauwkeurige en omslagtige beschrijvingen van weggeloopen slaven, die er in voorkomen. Uit deze beschrijving kunnen wij zeer vele zaken vernemen; de schrijfster geeft hier eenige voorbeelden van.
Als een bewijs van den tevreden staat waarin de slavenbevolking leeft, dient dat men in elk van die honderde zuidelijke nieuwsbladen, twee of drie advertentiën voor weggeloopen slaven aantreft.
Bij het lezen der volgende schets van „slaven zoo als zij zijn,” lette de lezer vooral op:
1. De kleur en gelaatstrekken van het meerendeel hunner.
2. De gewoonte van òf de slaven te beschrijven door eenig likteeken, òf te zeggen, „men herinnert zich geen likteekens.”
3. De opgave van het verstand der vlugtelingen.
4. Het getal dat voorgeeft vrij te zijn, en dat verkocht moet worden om de onkosten te betalen.
Ieder dezer slaven heeft zijne geschiedenis,—eene geschiedenis van ongeluk, misdaad, onteering, lijden en onregt. Last ons beginnen.
South-side Democrat, 28 October 1852. Petersburg, Virginia.
Vijf en twintig dollars belooning,
Met teruggave van alle mogelijke voorschotten, zullen gegeven worden voor de aanhouding en uitlevering van mijn neger Karel, zoo hij gevat wordt op de Appomattox rivier of in de omstreken van Petersburg. Hij ontvlugtte eene week geleden en zal, als hij den omtrek verlaat, ongetwijfeld naar Farmville vertrekken; hij is een mulat, beneden de gewone lengte, maar goed geëvenredigd, zeer werkzaam en gevoelig, zoo wat 27 jaar oud, met een zachtaardig en gedwee uitzigt, en zal ongetwijfeld de teekenen eener pas ondergane geeseling behouden hebben. Men vertrouwe hem aan de zorg toe van Peebles, White, Davis & Co.
| 25 October. | R. H. de Jarnett. Lunenburg. |
Arme Karel!—mulat!—heeft een zachtaardig, gedwee uitzigt, en zal waarschijnlijk de teekens vertoonen eener pas ondergane geeseling!
Kosciusko Chronicle, 24 November 1852.
Gevangen gezet
In de gevangenis van Attila County, op den 8sten dezer maand een negerjongen, zich Green noemende en voorgevende aan James Gray, van Winston County toe te behooren. De jongen voornoemd is 20 jaar oud, geel van kleur, rond van gelaat, met een likteeken op zijn gezigt, een op zijn linker dij en een in zijn linkerhand. Hij is ongeveer 5 voet 6 duim lang. Toen hij gevat werd, droeg hij een katoenen hemd, nieuw lakenschen pet en bereed een groot mager bruin paard van 12 á 14 jaar oud. De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijne aanspraak te bewijzen, de kosten te betalen, en hem meê te nemen, daar hij anders verkocht wordt om de onkosten te dekken.
| 12 October 1852. | E. B. Sanders, Cipier. |
Capitolian, Vis-à-Vis, West Baton Rouge, 1 November 1852.
Honderd dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende in Randolph County, op den 18den October, een geelkleurige jongen, Jim genaamd. Hij is 19 jaar oud, een mulat, met door de zon verbrand, doch geen wollig haar, juist 5 voet 7 duim lang, en van zwakken ligchaamsbouw. Bij zijn vertrek droeg hij een zwart lakenschen pet en broek, een mantel en lederen schoenen. Honderd dollars zullen betaald worden voor de uitlevering van dien jongen zoo hij buiten, en vijftig zoo hij binnen den Staat gevat wordt.
| 4 November 1852. | Mrs. S. P. Hall, Huntsville. |
American Baptist, 20 December 1852.
Twintig dollars belooning voor een Prediker.
De volgende advertentie verscheen in een vorig nummer van de New Orleans Picayune:
Van de plantage van den ondergeteekende ontvlugt een neger, Shedrick geheeten, een prediker, 5 voet, 5 duim lang, omtrent 40 jaar oud, maar slechts het voorkomen hebbende van 23, met een brandmerk, N. E. op de borst, en afgesneden teenen. Hij is zeer donker; heeft kleine flikkerende oogen en een onbeschoft uitzigt; is zeer goed gekleed en reeds eens voor drie jaren, als weggeloopene gevangen genomen te Donaldson-ville. De bovenstaande belooning zal voor zijne arrestatie betaald worden, bij aanmelding aan de heeren gebroeders Armant, St. James parish, of A. Miltenberger & Co., 30 Carondelet-street.
Dit is een prediker, op de borst gebrandmerkt en de beide pinken afgesneden,—die er toch nog onbeschoft uitziet! Dat gaat waarlijk te ver!
Jefferson Inquirer, 27 November 1852.
Honderd dollars belooning.
Weggeloopen van mijne plantage, in Bolivar County (Mississippi), een neger, May genaamd, 40 jaar oud, 5 voet, 11 duim lang, koperkleurig; met goede wijduitstaande tanden, breede schouders en eenige likteekens op zijn rug, die nog al door geeseling ontveld is; als hij geen water bij de hand heeft, heeft hij gewoonlijk den hik; hij werd nagejaagd tot in Ozark County, en daar werd de vervolging gestaakt. Ik ben bereid de bovengenoemde belooning voor zijne gevangenneming uit te betalen, wanneer ik hem in handen krijg.
| 13 November. | James H. Cousar. Victoria, Bolivar County, Mississippi. |
Welk een prettig meester om tot terug te keeren!
De Alabama Standard heeft voor motto:
„Verzet tegen tirannen is gehoorzaamheid aan God.”
In dat blad van den 29sten November treft men de volgende advertentie aan:
Gevangen gezet
In Choctaw County, door den regter Young, van Marengo County, een weggeloopen slaaf, Billy genaamd, en voorgevende het eigendom te zijn geweest van William Johnson en nu in dienst te zijn van John Jones, bij Alexandria, Louisiana. Hij is omtrent 5 voet, 10 duim lang, zwart, 40 jaar oud, heeft een aantal likteekens op zijn gelaat en hoofd en is zeer verstandig.
De eigenaar wordt verzocht op te komen met de noodige bewijzen en hem uit de gevangenis te halen, daar hij anders, volgens de wet, als slaaf verkocht wordt.
| 1 December 1852. | S. S. Houston, Cipier. |
Wordt gevraagd: of deze zeer verstandige Billy niet door het schoone motto van den Standard is verleid geworden?
Knoxville (Tennessee) Register, 3 November.
Onderzoek naar Vlugtelingen! Vijf en twintig dollars belooning!
Weggeloopen van den ondergeteekende in den nacht van 26 Julij, eene negerin, Harriët genaamd. Deze vrouw is 5 voet, 5 duim lang, met uitstekende kaken, grooten mond en goede voortanden, nog al mager en 26 jaar oud. Wij veronderstellen dat zij door eenige negers, niet ver van John Mynatt in Knox County, geherbergd wordt, van waar zij waarschijnlijk naar een vrijen Staat poogt te komen; ook kan zij verborgen zijn door eenige negers (hare bloedverwanten) in Anderson County, nabij Clinton. De bovenstaande belooning zal uitbetaald worden, wanneer zij in eene of andere gevangenis, binnen den Staat, wordt vastgezet, of 50 dollars, ingeval zulks buiten den Staat geschiedt.
| 3 November. | H. B. Goens, Clinton, Tennessee. |
De Alexandria Gazette van den 29sten November 1852, met het vignet der vrijheid, die een tiran vertrapt, en tot motto, „sic semper tyrannis” bevat het volgende:
Vijf en twintig dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende in Rappahannock County, op Dingsdag jl., Daniel, een mooije mulat, omstreeks 5 voet, 8 duim lang, omstreeks 35 jaar, zeer verstandig; hij was gedurende een aantal jaren koetsier en is vrij goed bekend van Richmond tot Alexandria. Hij noemt zich Daniel Turner; zijn hair krult, zonder wollig te zijn, hij heeft een likteeken op de wang en zijn linkerhand is erg bezeerd door een pistoolschot; hij was schraaltjes gekleed toen men hem het laatst zag. Ik zal de bovenstaande belooning geven, als hij buiten dit graafschap gevat en in de gevangenis gebragt wordt, of 10 dollars, als hij binnen dit graafschap wordt gegrepen.
| Rappahannock Co., Virginia, 29 November. | A. M. Willis. |
Al weder een „zeer verstandig man” met krulhaar. Wie was zijn vader?
De New Orleans Daily Crescent, kantoor No. 93. St. Charlesstreet; Dingsdag morgen, 13 December 1852.
In de gevangenis van dit district gebragt:
Nancy, ongeveer 34 jaar oud, 5 voet, 1¾ duim lang, een likteeken in de linker borst en voorgevende aan Mad. Wolf te behooren.
Karel Hall, een zwarte, omstreeks 15 jaar oud, 5 voet, 6 duim lang; geeft voor vrij te zijn, maar is vermoedelijk een slaaf.
Philomonia, eene mulattin, 10 jaar oud, 4 voet, 3 duim lang; zij zegt dat zij vrij is, maar men vermoedt dat zij eene slavin is.
Columbus, omtrent 21 jaar oud, 5 voet, 5¾ duim; geeft voor vrij te zijn, maar is vermoedelijk een slaaf.
Seymour, een zwarte, omstreeks 21 jaar, 5 voet, 1¾ duim; geeft voor vrij te zijn, maar is vermoedelijk een slaaf.
De eigenaars zullen de goedheid hebben, met hen overeenkomstig de wet te handelen.
| New Orleans, 14 Dec. 1852. | J. Worrall, Warden. |
Welk een vooruitzigt voor deze arme schepselen, die voorgeven vrij te zijn?
Vijftig dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, te Unionville, Frederik County, op Zondag morgen, den 17den dezer, een donker mulatten-meisje, van 18 jaar, 5 voet, 4 à 5 duim lang, van een nog al bevallig uiterlijk, zeer vlug sprekende, vrij goed iemand kunnende onderhouden en ervaren in het lezen. Men denkt dat zij eene roode merinos japon, zwarten doek en een purperen muts droeg, daar deze zaken vermist worden.
Eene belooning van vijf en twintig dollars zal voor haar worden betaald, als zij binnen den Staat gevat, of vijftig dollars, zoo zij elders achterhaald en in eene gevangenis gezet wordt, zoodat ik haar terug kan krijgen.
| 13 October. | G. R. Sappington. |
Kosciusko Chronicle, Mississippi.
Twintig dollars
Zullen ter belooning worden gegeven, voor de uitlevering van mijn slaaf Walker, 28 jaar oud, 5 voet, 8 of 9 duim lang en zwart van kleur; hij glimlacht als men tot hem spreekt, heeft eene zachte, welluidende stem, en mooije tanden.
Adres in Tehoupitoulas-street, no. 26, op de eerste verdieping.
Walker is naar het schijnt weggeloopen; hij trekke in vrede!
Vijf en twintig dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende te White’s Store in Anson County, op den 5den Mei een lichte mulat, Bob genaamd; hij is vijf voet lang, 130 pond zwaar en 22 jaar oud, met een korten baard en lang hair, zijn linker been is iets langer dan zijn regter, waardoor hij min of meer hinkt; hij heeft een groot gezigt, en ziet er bijna als een blanke uit. Misschien is hij met een voerman of koopman meêgeloopen of heeft hij vrijbrieven en tracht hij voor vrij door te gaan.
Ik zal vijf en twintig dollars geven voor de uitlevering van dien jongen, of voor zijne gevangenzetting, zoo ik hem terug kan bekomen.
| 30 Junij 1852. | Clara Lockhart, bij Adam Lockhart. |
Southern Standard, 16 October 1852.
Vijftig dollars belooning.
Weggeloopen, of gestolen, van den ondergeteekende nabij Aberdeen, eene lichte mulattin, klein van gestalte en omtrent 28 jaar oud; zij heeft lang zwart haar, dat zij gewoonlijk goed in orde houdt. Toen zij wegliep droeg zij of een witte, of eene bruin calico japon, en een roode muts. Zij kleedt zich zeer netjes. Doorgaans noemt zij zich Mary Ann Poing, en kan gedrukt schrift lezen; zij heeft sproeten op haar gelaat en handen; en had eenige ringen aan hare vingers en schoenen van no. 4. De bovenstaande belooning zal voor haar gegeven worden, als zij buiten den Staat, en 25 dollars als zij binnen den Staat gevat wordt.
| 6 October 1852. | U. Mcallister. |
Deze beschrijving van Mary Ann levert veel stof tot overweging op. Het lang, zwart haar, gewoonlijk goed in orde, de doorgaans nette kleeding, en de ringen aan hare vingers, de kennis van het lezen, het feit dat zij verstandig is en goed kan praten, verdienen wel te worden opgemerkt.
Twintig dollars belooning.
Weggeloopen op den 9den Augustus, mijn slaaf Hendrik, 14 of 15 jaar oud, een lichte mulat met donkere oogen; hij loopt een weinig gebogen, en stottert als hij verlegen is. Hij droeg, bij zijne vlugt, een witte broek, een lange zomerjas en een hoed van palmbladen. Ik zal de bovenstaande belooning geven, als hij in Virginia gevat wordt, of 30 dollars zoo dit in een der naburige Staten geschiedt, maar in beide gevallen moet hij zoodanig verzekerd worden dat ik hem terug kan bekomen.
| 7 October. | Edwin C. Fitzhugh. |
Arme Hendrik! slechts 14 of 15 jaar.
Gevangen gezet
In Lowndes County, Mississippi, op den 9den Mei door J. K. Peirce Esq., een weggeloopen slaaf, Roland genaamd, die voorgeeft aan Miss Cathey van Marengo County, Alabama, te behooren, en aan dezen door Hendrik Williams, een slavenhandelaar uit het Noorden, te zijn verkocht.
Genoemde neger is omtrent 35 jaren, 5 voet, 6 à 8 duim lang, van eene donkere gelaatskleur, 150 pond zwaar; zijn middelste vinger van de regterhand is bij het tweede lid afgesneden; toen hij gevat werd was hij gekleed in een zwarten jas van zomerlaken en had een zwarten zijden hoed op.
De eigenaar wordt verzocht met voldoende bewijzen op te komen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of men zal met hem handelen overeenkomstig de wet.
| 6 Junij 1852. | L. H. Willeford, Cipier. |
Richmond Semi-weekly Examiner, 29 October 1852.
Vijftig dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende in Halifax, omtrent het midden van Augustus, een neger, Ned, 30 of 40 jaar oud, van middelbare gestalte, koperkleurig, met een groot voorhoofd en vooruitstekende kaken.
Men kan zich geen likteekens herinneren, behalve dat een van zijne vingers stijf en krom is. De man is in Richmond van den heer Robert Goodwin gekocht, en heeft eene vrouw in dien omtrek. Men heeft hem in de buurt gezien, en vermoedt dat hij over de bergen ontvlugt is, en nu als vrij man in eene of andere fabriek arbeidt, daar hij van iemand vrijbrieven ontvangen moet hebben. De bovenstaande belooning zal betaald worden voor het aanhouden en uitleveren van dien slaaf aan R. H. Dickinson en broeders in Richmond, of aan den ondergeteekende in Halifax, en vijf en twintig, als bij in eene of andere gevangenis der republiek gezet wordt, zoodat ik hem kan terugkrijgen.
Jas. M. Chappell,
(Firma Chappell en Tucker.)
Het schijnt dat dit ongelukkig koperkleurig meubel naar zijne vrouw is om gaan zien.
Kentucky Wigh, 22 October 1852.
Twee honderd dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, nabij Mount Sterling, Kentucky, in den nacht van den 22 October, een neger, Porter genaamd. Hij is zwart van kleur, 22 jaar oud, zeer forsch en werkzaam, 165 of 170 pond zwaar, en een knappe kerel, die duidelijk spreekt, zonder eenige negeruitspraak, en bijzondere likteekens. Hij had een paar halfversleten schoenen aan, zijne overige kleeding is men vergeten; hij is te Sharpsburg, in Bath County opgevoed door Harrison Caldwel en zal waarschijnlijk in dien omtrek ronddwalen, als hij Ohio niet kan bereiken.
Ik zal de bovenstaande belooning geven, als hij binnen den Staat gevat wordt; 50 dollars, wanneer dit binnen een of anderen Staat aan de Ohio geschiedt, en 25, wanneer hij hier achterhaald en in verzekerde bewaring gesteld wordt.
Men gelooft dat hij een geelachtig paard bereed, 15 handen en 1 duim hoog, met geel hair en manen, vijf jaar oud en een goede harddraver.
21 October 1852. G. W. Proctor.
Men herinnert zich geen bijzondere likteekens!
St. Louis Times, 14 October 1852.
Bekendmaking.
Gevangen gezet te Rockbridge, in Ozark County, op den 31sten Augustus ll., een weggeloopen slaaf, Mozes genaamd; bij zijne gevangenneming droeg hij een bruine broek, een oud katoenen hemd, een blaauwe jas, en een oud prul om zijn hoofd gewonden; hij is 6 voet lang, zwart van kleur, heeft een likteeken over het linkeroog, en is vermoedelijk omstreeks 27 jaar oud.
De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt op den neger te bewijzen, en alle wettige kosten te betalen, of de neger zal op Maandag, 10 December, volgens de wet in die gevallen bepaald, aan het Raadhuis in de stad Rockbridge, publiek verkocht worden.
9 September 1852. Robert Hicks, Sheriff.
Charleston Mercury, 15 October 1852.
Vijftig dollars belooning.
Weggeloopen op Zondag den 6den dezer, van de Zuid-Carolina Spoorweg-maatschappij, de hier onlangs aangekochte neger Sam; hij is in Cumberland opgevoed, en laatst van Richmond gebragt; hij is 5 voet, 6¾ duim lang, koperkleurig, met eenige likteekens op den linkerarm en het regter been, en ziet er overigens goed uit. De bovengenoemde belooning zal voor zijne aanhouding en gevangenzetting in een of ander slavenhuis van den Staat, zal betaald worden door
| 12 Junij. | J. D. Petsch. |
Kosciusko Chronicle, 24 November 1852.
Gevangen gezet
In Attila County, den 7den October 1852, een neger, Hambleton geheeten, voorgevende aan den predikant Willem Young te behooren; hij is 26 of 27 jaar oud, omtrent 5 voet, 8 duim lang, donker van kleur, met twee of drie likteekenen op den rug en eene kleine snede op de linker heup. Hij droeg, toen hij gevat werd, een blaauw katoenen broek, een witte onderbroek en nieuw hemd van dezelfde stof, een paar laarzen en een wollen hoed.
De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt van eigendom te bewijzen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of er zal overeenkomstig de wet met hem gehandeld worden.
| 12 October 1852. | E. B. Sanders, Cipier. |
Frankfort Commonwealth, 21 October 1852.
Gevangen gezet
Een negerjongen, Adam, te Muhlenburg, op den 26sten Julij 1852; genoemde jongen is zwart van kleur, 16 à 17 jaar oud, 5 voet, 8 à 9 duim lang en 150 pond zwaar. Hij heeft een gedeelte van zijn regterhand en de groote teen van zijn linkervoet verloren. Hij beweert dat hij aan Wm. Mosley toebehoort, die men zegt dat van Mississippi naar Virginia verhuisd is, en geeft voor, verloren en niet weggeloopen te zijn. Zijn eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn eigendom te bewijzen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of er zal overeenkomstig de wet met hem worden gehandeld.
| 24 Augustus 1852. | Samuel Adwell, Cipier. |
In hetzelfde blad zijn twee nog armer kerels aangekondigd, die nu waarschijnlijk reeds verkocht zijn om de onkosten te betalen.
Bekendmaking.
Door M. H. Brand is, den 22sten dezer, als weggeloopen slaaf aangehouden een neger, Karel Warfield, omtrent 30 jaar oud, maar van een veel ouder uitzigt, 6 voet lang, geen bijzondere teekens, heeft geen vrijbrieven, maar geeft voor vrij te zijn, en is van Pennsylvanië geboortig, en in Fayette County.
Gezegde neger is den 22sten gevat, en de eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt te bewijzen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen.
| 3 Augustus 1852. | C. W. Hull,
Cipier. Kentucky County. |
Gevangen gezet
In Graves County, op den 4den dezer, een neger, Dave of David genaamd, die voorgeeft vrij te zijn en vroeger aan Samuel Brown van Prince William County, Virginia, behoord te hebben; hij is zwart van kleur, 5 voet, 10 duim lang, omtrent 180 pond zwaar, en vermoedelijk 45 jaar oud; hij droeg een bruine broek en een gestreept hemd en had een oud geweer, een pistool en eenige oude kleêren bij zich. Hij heeft mij ook gezegd aan eene gevangenis te Dyersburg ontsnapt te zijn, waar hij 9 maanden was opgesloten geweest. De eigenaar wordt verzocht op te komen; enz.
| 28 Junij 1852. | L. B. Holefield, Cipier. |
Charleston Mercury, 29 October 1852.
Twee honderd dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, in Maart jl., zijne dienstmaagd Lydia, die zich vermoedelijk te Charleston ophoudt. De bovenstaande belooning wordt uitgeloofd aan degenen, die haar aanhouden, of eenig berigt geven waar zij zich ophoudt, en 50 dollars aan hem die haar in eene of andere gevangenis zet, zoodat ik haar kan krijgen. Lydia is eene mulattin, 25 jaar oud, 4 voet, 11 duim lang; met een rond gelaat en lang, zwart krullend hair; haar voorste tand is valsch, hetwelk men bemerkt in haar spreken, daar men dan het goud waarmede hij is ingezet, goed kan onderscheiden: zij heeft een likteeken onder haar kin, en 2 vingers der eene hand zijn stijf, van het eerste lid.
| 16 Junij. | C. T. Scaife. |
Vijf en twintig dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, op 1 Mei jl., zijn negerjongen, George, 18 jaar oud, 5 voet lang, van sterken ligchaamsbouw en welbespraakt. Hij behoorde vroeger aan den heer J. D. A. Murphy, te Blackville, en heeft eene moeder, die het eigendom is van den heer Lorrick, in Lexington; Vermoedelijk heeft hij een paspoort, en zal in den omtrek van Branchville of Charleston ronddwalen.
De bovenstaande belooning zal betaald worden aan hem, die George in eene of andere gevangenis zet, waaruit ik hem kan krijgen.
| Orangeburg, 7 Augustus 1852. | J. J. Andrews. |
Bekendmaking.
In Colleton District is als weggeloopen slaaf gevangen genomen een neger, Jordan, omtrent 30 jaar oud, voorgevende aan Dobson Coely van Pulaski, Georgia County, te behooren. De eigenaar wordt verzocht, zijn regt te bewijzen en hem meê te nemen.
| Waterboro, 7 Sept. 1852. | L. W. Molants, Regter. |
De volgende advertentiën zijn door de Commonwealth meestal uit New Orleansche couranten getrokken. De karakteristieke beschrijvingen der negers zijn opmerkenswaardig.
Vijf en twintig dollars belooning
zullen door den ondergeteekende betaald worden voor de uitlevering der negerin Maria, die omstreeks den 15den Oct. jl. van Phoenix Huis is weggeloopen. Zij is omtrent 45 jaar oud, 5 voet, 4 duim lang, van een sterken ligchaamsbouw en spreekt goed Fransch en Engelsch; zij is gekocht van Chass. Deblanc.
H. Bidwell & Co.
Vijf en twintig dollars belooning.
Weggeloopen den 25sten dezer, een lichte mulat, Allen, ongeveer 22 jaar oud, 6 voet lang, goed gekleed, van zwakken ligchaamsbouw en zeer onachtzaam in het loopen. Toen hij ontvlugtte droeg hij een paar snorren. Hij behoort aan J. P. Harrison, van deze stad; nadere inlichtingen te bekomen op Bank Place, No. 10.
Honderd dollars belooning
voor de aanhouding van onzen lichten mulat, Seabourn, 20 jaar oud, 5 voet, 4 duim lang, sterk, welgemaakt en bij uitstek bedrijvig. Hij is min of meer geschikt voor tooneelspeler in een paardenspel, waardoor hij gemakkelijk herkend kan worden, daar hij altijd zijne gymnastische oefeningen vertoont. Hij liep weg op den 3den dezer; behalve deze belooning zullen alle redelijke onkosten betaald worden.
W. & H. Starkhouse.
No. 70, Tchoupitoulas.
Vijf en twintig dollars belooning
voor de aanhouding van mijn mulat, Severin, 25 jaar oud, 5 voet, 6 of 8 duim lang; de meeste zijner voortanden zijn uitgeslagen, en op beide zijne armen zijn de letters C. V. met O. I. inkt geteekend. Hij spreekt Fransch, Engelsch en Spaansch en behoorde eertijds aan Mr. Courcell, in het derde District. Behalve de bovenstaande belooning zullen 5 dollars uitbetaald worden voor informatie, die er toe leiden de personen te ontdekken, welke hem verbergen.
John Ermon.
Vijf en twintig dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende in New Orleans, in Februarij jl., een negerjongen, Stephen genaamd. Hij is omtrent 5 voet, 7 duim lang, een zeer lichte mulat met blaauwe oogen en bruin haar; hij gaat een weinig voorover, slaat meestal zijne oogen naar den grond en is sterk van ligchaamsbouw. Hij zal zijn naam en eigenaar niet noemen, daar het zijne gewoonte is weg te loopen, en werd ergens in den enkel geschoten, toen hij uit Baton Rouge-gevangenis ontvlugtte. De bovenstaande belooning zal met alle uitgaven bij zijne uitlevering betaald worden, of voor zijne gevangenzetting, zoodat ik hem in handen krijg.
A. L. Bingaman.
Vijf en twintig dollars belooning
zal gegeven worden aan hem, die de slavin Sarah aan Mr. Guisonnet, hoek van St. John Baptiste- en Racestreet, behoorende, in eene of andere gevangenis zal zetten. Gezegde slavin is 28 jaar, 5 voet lang, heeft een goedaardig gelaat en fraaije tanden en spreekt Fransch en Engelsch. Scheeps- en stoomboots-kapiteinen worden gewaarschuwd haar niet aan boord te ontvangen, onder de bij de wet bepaalde straf.
Gebroeders Avet,
Hoek Brenville en Old Leveestreet.
Lynchburg Virginia, 6 Nov:
Twintig dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, aan den Virginia-Tennessee-spoorweg, den 20sten Junij, een neger, Karel, 6 voet lang, koperkleurig, verscheidene tanden missende, omtrent 25 jaar, een weinig langzaam in zijn antwoorden, doch van een voorkomend uiterlijk. Bij zijn vertrek droeg hij een lakenschen pet en een blaauwe jas; hij is in Tennessee gekocht en daar heen gebragt door Mr. M. Connell, van Lynchburg, waar hij bleef tot ik hem 4 maanden geleden kocht. Het is meer dan waarschijnlijk dat hij naar Tennessee vlugten zal, dewijl zijne vrouw daar tegenwoordig woont, of misschien keert hij naar Lynchburg terug, waar hij bekenden heeft. De bovenstaande belooning zal voor hem betaald worden, als hij binnen den Staat, of 40 dollars als hij buiten den Staat gevat wordt.
George W. Kyle.
Winchester Republican (Virginia), 26 Nov.:
Honderd dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, bij Culpepper, Ct. House (Virginia) omstreeks den 1sten October, een neger, Alfred, 5 voet, 7 duim lang, 25 jaar oud, buitengewoon sterk en werkzaam, donker van kleur, doch niet zwart, met een zachtaardig, voorkomend uiterlijk. Hij heeft zich verleden winter in het tweede lid van zijn tweeden of middelsten vinger gebrand, zoodat deze nog stijf is. Hij heeft eene vrouw, die bij den heer Thomas G. Marshall, niet ver van Farrowville, woont, in welke streek hij verkocht wenscht te worden, en waartoe ik niet ongenegen ben hem te verkoopen.
De bovenstaande belooning zal uitbetaald worden, als hij buiten den Staat, of 50 wanneer hij daar binnen gevat wordt.
| 29 Oct. 1852. | W. B. Slaughter. |
Uit het Louisville Daily Journal, 23 Oct. 1852;
Honderd dollars belooning.
Van den ondergeteekende in deze stad is op Vrijdag, den 28sten Mei, een negerjongen, Wyatt genaamd, weggeloopen. Gezegde jongen is 25 of 26 jaar oud, omstreeks 5 voet 11 duimen groot, van een breeden ligchaamsbouw en langzaam en zwaar van gang; hij heeft zeer groote handen en voeten, kleine bakkebaarden, en een hoofd met zwaar haar, dat hij op zijde kamt; een zeer prettig voorkomen, en voldoet algemeen. Ik kocht hem onlangs van Mr. Garrett, en zijne vrouw is het eigendom van Thomas G. Rowland Esq., alhier wonende. Ik zal bovengenoemde som voldoen als men hem aanhoudt en mij overlevert buiten, of 50 dollars als men hem binnen den Staat achterhaalt.
| 2 Junij. | David W. Yandell. |
Twee honderd dollars belooning.
Een neger en eene negerin zijn van den ondergeteekende ontvlugt. De man heet Meles. Hij is omtrent 5 voet, 8 duim lang, donkerbruin van kleur, met een groot likteeken op zijn voorhoofd, als van eene brandwond, 25 jaar oud, en heeft twee reiszakken bij zich, een linnen en een lederen; ook een paspoort van Louisville naar Owenton, Owenton County (Kentucky) en terug. De negerin heet Julia, zij is lichtbruin van kleur, klein en zeer gezet, nog al van een goed uiterlijk, met een likteeken op haar voorhoofd; bij haar vertrek droeg zij een zijden kleed en nam andere kleederen mede; zij ziet er uit alsof zij 16 jaar is.
De bovenstaande belooning zal betaald worden, voor den man als hij buiten den Staat gevat wordt, of 100 dollars voor het meisje; 100 dollars voor den man, als hij binnen den Staat wordt gevat, en 50 voor het meisje. In beide gevallen moeten zij zoo verzekerd worden, dat ik hen kan krijgen.
| 5 October. | John W. Lynn. |
De volgende advertentiën zijn allen uit Shelby County, in Kentucky, gedateerd:
Cipiers-kennisgeving.
Er is in Shelby gevangen gezet eene negerin, zich Juda noemende, zwart van kleur, 20 jaar oud, 5 voet lang, 120 pond zwaar, zonder likteekens, en voorgevende aan James Wilson, in Denmark, Tennessee, te behooren. De eigenaar dier slavin wordt verzocht op te komen, zijn regt te bewijzen, onkosten te betalen en haar meê te nemen; of er zal overeenkomstig de wet met haar gehandeld worden.
| 27 October. | W. H. Eanes, Cipier, Shelby County. |
Cipiers-kennisgeving.
In Shelby gevangen gezet, op den 28sten Oct., een neger die zich John William Loyd noemt, licht van kleur, 25 jaar oud, 150 pond zwaar, 5 voet 9 of 10 duim lang, met drie likteekens op zijn linkerbeen, door den beet eens honds veroorzaakt. Gezegde jongen zegt vrij te zijn. Als hij een meester heeft, wordt deze verzocht op te komen, zijn regt van eigendom te bewijzen en hem mede te nemen, of men zal volgens de wet met hem handelen.
3 November.
Alsmede—terzelfder tijd hier gevangen gezet een negerjongen, Patrick, van eene lichte kleur, omstreeks 30 jaar oud, 140 pond zwaar, 6 voet lang, zijn gelaat is vol likteekens, welke hij zegt dat door eene klierziekte ontstaan zijn. Deze ziekte is de oorzaak van het verlies van zijn neus- en kakebeen. Hij geeft voor aan Dr. Wm. Cheathum in Nashville te behooren. De eigenaar van dien slaaf wordt verzocht op te komen, zijn regt te bewijzen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of men zal volgens de wet met hem handelen.
3 November.
Alsmede—terzelfder tijd nog gevangen gezet een neger, zich Claiborne noemende, zwart van kleur, 22 jaar oud, omtrent 140 pond zwaar, 5 voet lang, geen likteekens te zien; hij geeft voor aan kolonel Rousell, in de Soto te behooren. De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt van eigendom te bewijzen, of men zal volgens de wet met hem handelen.
| 3 November. | W. H. Eanes, Cipier van Shelby County. |
Cipiers-kennisgeving.
In de gevangenis van Shelby gezet een neger, die zich George noemt, zwart van kleur, omtrent 25 of 30 jaar oud, 5 voet, 9 à 10 duim lang, 140 pond zwaar, geen likteekens, en aan Malley Bradford, in Issaquena, Mississippi, behoorende. De eigenaar wordt verzocht op te komen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of men zal overeenkomstig de wet met hem handelen.
| 10 November. | W. H. Eanes, Cipier van Shelby County. |
Cipiers-kennisgeving.
In de gevangenis van Shelby gezet op den 30sten October eene negerin, die zich Nancy noemt, licht van kleur, 20 of 21 jaar oud, 140 pond zwaar, ongeveer 5 voet lang, zonder likteekens, en voorgevende aan John Pittman in Memphis te behooren. De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt te bewijzen, de onkosten te betalen, en haar meê te nemen of er zal volgens de wet met haar gehandeld worden.
| 10 November. | W. H. Eanes, Cipier van Shelby County. |
De ontvlugting der slaven gaat hier zeer sterk!
Natchez (Mississippi) Free Trader, 6 November 1852.
Vijf en twintig dollars belooning.
Van den ondergeteekende weggeloopen op den 17den October een neger, Allen, 23 jaar oud, 6 voet lang, een donkere mulat, geen likteekens, behalve één door den beet van een hond veroorzaakt; hij droeg, toen hij wegliep, een katoenen hemd en broek; leest stotterend, kan goed rekenen en is in het bezit van een paspoort. Hij spreekt ongemeen levendig en snel en lacht als hij spreekt.
Ik ben bereid de bovenstaande belooning uit te reiken aan dengenen, die hem in eene of andere gevangenis zet, waaruit ik hem kan krijgen.
| 6 November. | Thos. R. Cheatham. |
Newberry Sentinel (Zuid-Carolina), 17 November 1852.
Kennisgeving.
Ontvlugt van den ondergeteekende, den 9den Julij, mijn jongen Willem; een fraaije mulat, 26 jaar oud, 5 voet 9 of 10 duim lang, zwak van ligchaamsbouw, zeer verstandig, vlug van spraak en gang. Gezegde jongen werd van Virginia gebragt en zal er nu waarschijnlijk terug gekeerd zijn. Eenige onderrigting aangaande dien jongen zal in dank ontvangen worden door
| 3 November. | J. M. Mars. |
Het Raleigh Register en Richmond Enquirer zullen 4 maal in de week deze advertentie plaatsen en brieven aan dit bureau zenden.
Greensboro’ Patriot (Noord-Carolina), 6 November.
Tien dollars belooning.
Uit mijne dienst ontvlugt, in Februarij 1851, een neger, Edward Winslow, klein, nog al gezet, een Indiaan, en een eerste tooneelspeler. Gezegde Winslow was uit Guilford-gevangenis verkocht, om de onkosten van vijf jaar gevangenhouding te betalen, en werkt nu waarschijnlijk op den spoorweg ergens in Davidson County als vrij man. De bovenstaande belooning zal gegeven worden voor zijne gevangenzetting in Guilford; of voor zijne uitlevering aan mij in het Zuiden van dien Staat. Mijn adres is Long’s Mills, Randolph, Noord-Carolina.
| 27 October 1852. | P. C. Smith. |
De True Delta van New Orleans van den 11den Januarij 1853, bevat de volgende kennisgeving:
Groote verloting van een harddraver en eene Negerslavin.
De ondernemende kolonel Jennings zal eene verloting houden, die al zijne vroegere ondernemingen in dit opzigt zal overtreffen. De prijzen zijn: de beroemde harddraver Star met sjees en gareel, en eene negerin van meer dan 900 dollars waarde. Zie de onderstaande advertentie in eene andere kolom.
Verloting. Mr. Joseph Jennings
heeft de eer aan zijne vrienden en aan het publiek bekend te maken, dat hij op verzoek van een aantal zijner bekenden, van den heer Osborn van Missouri een paard gekocht heeft; het is de vermaarde harddraver Star, 5 jaar oud, met eene nieuwe ligte sjees en gareel; ook de goede Mulattodeerne Sara, 20 jaar oud, en eene flinke werkmeid, op 900 dollars geschat. Zij zullen verloot worden des middags ten 4 ure van den 1sten Februarij 1853, in welk logement de inteekenaren zullen goedvinden.
Diegenen, welke verlangen mogen aandeelen in deze verloting te nemen, zullen ongetwijfeld volmaakt met de regeling dezer zaak genoegen nemen.
Vijftien honderd loten, een dollar het lot.
Het geheel wordt juist op 1500 dollars geschat.
Deze verloting zal bestuurd worden door heeren, die door de inteekenaren zullen worden gekozen; en de verloting zal gedurende 5 avonden plaats hebben. Beide artikelen zijn in mijn magazijn, no. 78 Common-Street, de tweede deur van Camp, te bezigtigen van des morgens 9 tot des namiddags 2 uur.
Het hoogste lot kan kiezen; het laagste lot krijgt het overblijvende artikel, en de gelukkige winners moeten twintig dollars voor ververschingen betalen.
| 9 Januarij. | J. Jennings. |
Daily Courier (Natchez, Mississippi), 20 November 1852.
Vijf en twintig dollars belooning
zal betaald worden voor de aanhouding en gevangenzetting mijns negers Hardy, op den 9den Augustus jl. van den ondergeteekende, wonende aan het meer St. John, bij Rifle-Point, ontvlugt. Hardy is een bijzonder schoone neger, geheel vrij van teekens, likteekens of beschadigingen; 6 voet lang, zwart van kleur, schoon van gelaatstrekken, met mooi hair en fraaije oogen en tanden.
Adres aan den ondergeteekende te Rifle-Point.
| 30 October. | Robert Y. Jones. |
Welk een ongelukkige meester—een artikel te verliezen geheel vrij van „teekens, likteekens of beschadigingen.” Zoo iets is zeldzaam!
Savannah Daily Georgian, 6 September 1852.
Gearresteerd
omstreeks 3 weken geleden, onder verdachte omstandigheden eene negerin Phebe of Phillis, voorgevende vrij te zijn, en van Beaufort (Zuid-Carolina) komende. Zij is 50 jaar oud, sterk van ligchaamsbouw, minzaam in het spreken, 5 voet, 4 duim lang en 140 pond zwaar. Na een vlijtig onderzoek, vermeen ik dat zij weggeloopen is. De eigenaar kan haar terug krijgen, indien hij zich met grondige bewijzen aanmeldt.
| Savannah, 25 October 1852. | Waring Russell, County Constable. |
Twee honderd dollars belooning.
Omstreeks het begin van verleden jaar is van Sparta ontvlugt mijn neger George. Hij is een goed timmerman, 35 jaar oud, een lichte mulat, lang, en van een goed uitzigt. Hij is omtrent 3 jaar geleden uit St. Mary’s gebragt, en had, toen hij wegging, aldaar eene vrouw, die het eigendom van een zekeren heer Holzendorff was; ik geloof van hem gehoord te hebben, dat hij in den omtrek van Macon geweest was en een broeder in Savannah had. Hij is zeer verstandig, en ik zal de bovenstaande belooning geven voor zijne gevangenzetting, zoodat ik hem krijg. Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij Rabun en Whitehead, Savannah (Georgia).
| Oxford (Georgia), 13 Aug. 1852. | W. J. Sassnet. |
Uit deze en honderd soortgelijke advertentiën kan men het volgende opmaken:
Met betrekking tot de gelaatskleur dezer slaven, zijn eenige punten onze beschouwing overwaardig. De schrijfster voegt er de volgende advertentiën bij, uitgegeven door Wm. I. Bowditch, in zijne brochure getiteld: „Slavernij en de Grondwet.”
Uit de Richmond (Virginia) Whig.
Honderd dollars belooning
Voor de aanhouding van mijn neger (?) Edmund Kenney. Hij heeft lang haar en is zoo blank van kleur dat een vreemdeling niet zou vermoeden, dat hij Afrikaansch bloed in de aderen heeft; hij was met mijn jongen Dick eenigen tijd geleden in Norfolk, en bood deze daar te koop aan; hij werd echter aangehouden, doch ontvlugtte onder voorwendsel dat hij een blanke was.
| 6 Januarij 1836. | Anderson Bowles. |
Uit de Republican Banner en Nashville Whig, van den 14den Julij 1849.
Twee honderd dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, op den 23sten Junij jl., eene lichte mulattin Julia, omtrent 25 jaar oud. Zij is van middelbare lengte, bijna blank en ziet er goed uit. Zij is eene goede naaister, kan een weinig lezen, en zal zeker trachten voor een blanke vrouw door te gaan. Zij heeft haar kind Anna meêgenomen, van acht of negen jaar, dat zij netjes kleedt, en dat veel donkerder is dan hare moeder. Eens is zij het eigendom van den heer Helin, van Columbia, Tennessee, geweest. Ik zal eene belooning geven van 50 dollars voor de negerin en haar kind, als zij mij uitgeleverd, of in eene gevangenis binnen den Staat aangehouden worden, zoodat ik ze kan krijgen; 100 dollars indien zij in een anderen Staat gevat worden, en 200 als zij in een of anderen vrijen Staat gevat en in eene goede gevangenis in Kentucky of Tennessee worden gezet.
| Nashville, 9 Julij 1849. | A. W. Johnson. |
De drie volgende advertentiën zijn uit Alabama nieuwspapieren getrokken.
Weggeloopen
Van den ondergeteekende, op de plantage van kolonel H. Tinker, een lichte mulat, Alfred, 18 jaar oud, welgemaakt, met blaauwe oogen, vlasblond haar, en eene sproetachtige huid. Hij zal voor een vrijgeborene trachten door te gaan.
| Green County, Alabama. | S. G. Stewart. |
Honderd dollars belooning.
Van den ondergeteekende ontvlugt een lichte mulat, Sam genaamd. Licht lang haar, blaauwe oogen, een roode kleur, en zoo blank, dat hij zeer goed voor een vrijen blanke kan doorgaan.
| 22 April 1837. | Edwin Peck. |
Weggeloopen
Op den 15den Mei eene negerin Fanny, zij is 20 jaar oud, groot van gestalte, kan goed lezen en schrijven, en heeft vermoedelijk een valsch paspoort voor zich gemaakt. Zij heeft een paar oorringen en een roodmarokijnen bijbel meêgenomen, is zeer vroom, bidt zeer dikwijls, en was, zoo het scheen, tevreden en gelukkig. Zij is even wit als de meeste blanke vrouwen, met lang licht haar en blaauwe oogen. Ik zal 500 dollars voor hare aanhouding en uitlevering geven. Zij is zeer verstandig.
| Tuscaloosa, 29 Mei 1845. | Jan Black. |
Uit den Newbern (Noord Carolina) Spectator:
Vijftig dollars belooning.
Zal voor de aanhouding en uitlevering der volgende slaven betaald worden. Samuel en Judy zijne vrouw met 4 kinderen, die aan wijlen Sacker Duberly hebben behoord.
Ik zal 10 dollars geven voor de aanhouding van William Duberly, mijn slaaf, omtrent 19 jaar oud, en geheel blank, zoodat men hem niet voor een slaaf zou aanzien.
| 13 Maart, 1837. | John J. Lane. |
De twee volgende advertentiën zijn uit de New Orleans Picayune, van den 2den September 1846.
Vijf en twintig dollars belooning.
Van de plantage van Mevr. Fergus Duplantier, is op den 27sten Junij 1846 ontvlugt, een lichte mulat Ned, van een sterken ligchaamsbouw, 5 voet 11 duim lang, Engelsch en Fransch sprekende, omtrent 35 jaar oud, en hinkende in zijn gang. Hij zal zeker trachten voor een blanke door te gaan, daar hij blank van kleur is. De bovenstaande belooning zal uitgereikt worden aan dengenen, die hem terug brengt op de plantage van Mevr. Duplantier in Manchae, of hem in eenige gevangenis zet waaruit men hem gemakkelijk kan krijgen.
Twee honderd dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende een witte neger, ongeveer 35 jaar oud, 5 voet, 8 of 9 duim lang, met blaauwe oogen, wollig haar, en zeer schoone huid.
Dit zijn de kenmerken van drie rassen. De koperkleurige huid duidt het Indiaansche bloed aan. De andere zijn de gemengde rassen van negers en blanken. Het is bekend, dat de arme overblijfselen van Indiaansche geslachten meerendeels gedwongen zijn geworden, om slaven te zijn. Het is niet minder zeker dat blanke kinderen nu en dan gestolen en als slaven verkocht worden. De eerwaarde heer George Bourne, uit Virginia, een Presbyteriaansch predikant, die reeds in 1816 tegen de slavernij heeft geschreven, verhaalt ons van een jongeling, die op zijn zevende jaar van zijne ouders gestolen en verkocht werd, nadat zijne kleur door traan veranderd was, en wien het na veertienjarige slavernij gelukte te ontsnappen. De verandering van gelaatskleur is thans niet meer noodig, want verscheidene slaven hebben eene schoone blanke huid. Er bestaat reden te gelooven, dat de grootmoeder der arme Emily Russell een blank meisje was, door zieldrijvers gestolen. Dat zieldrijvers kinderen kunnen stelen en verkoopen, is uit het voorgaande genoegzaam gebleken.
De schrijfster heeft eene quadrone-moeder zien vlugten, met hare twee kinderen, een jongen van tien maanden en een meisje van drie jaar. Beide waren uitstekend schoon, het meisje had blaauwe oogen en goudgeel haar. De moeder en hare kinderen zouden juist verkocht worden, en dit was de reden hunner ontvlugting.
Als de geest eenmaal gemeenzaam is geworden met den loop der slavernij, om eerst negers, dan Indianen, vervolgens mulatten en eindelijk quadronen tot slaaf te maken; en als blaauwe oogen en goudgeel haar, als eigenschappen van negers beschouwd worden,—welke bescherming blijft er dan over voor het arme blanke volk, daar het vooral onder de tegenwoordige wet op de slavernij meêgevoerd en verkocht kan worden, zonder eenig regtsgeding?
Een gouverneur van Zuid-Carolina, verklaarde in 1835 openlijk, dat de arbeidende klasse, blank of niet blank, een gevaarlijk bestanddeel uitmaakt, zoo het niet tot slaven gemaakt werd. En zal dit dan niet het onvermijdelijk gevolg er van worden?