[379] German. voor moorddadige.
[380] Verg. boven holp.
[381] muildier.
[382] Voor rib, ribbe.
[383] Thans goederen.
[384] Thans tot laadden verzwakt, en hier daarenboven voor belaadden.
[385] flinkweg.
[386] Voor voeren.
[387] Nam. de muil.
[388] booze zweeren.
[389] Germ. voor spoedig.
[390] krans.
[391] Thans wordt.
[392] Thans niets.
[393] Thans vochtig; een hier geheel overtollig bijvoegsel.
[394] houd het.
[395] haast, bijna.
[396] Gelijk vroeger steeds voor Griekenland (verg. ons Zweden, Saxen, Beyeren, enz.)
[397] Eigenl. tot knaap d. i. knecht zijn van; van daar verzorgen, hoeden.
[398] Lat. voor Schilderkunst.
[399] van toen af.
[400] schoen- of eig. schoe-maker.
[401] plompweg.
[402] Thans beter verholpen.
[403] voorbarig.
[404] Van druiven nam.
[405] Maatshalve voor trekken.
[406] Letterlijk tot meel of stof maken, doen verstuiven (van 't oude melo, melaw, ons meel.)
[407] schijnt het.
[408] Voor twaalf, naar Vondels gewonen tongslag.
[409] Anders seis of seissen.