[1] Thans blanke, reine.
[2] Thans wordt.
[3] Thans het.
[4] Thans kleine waarde.
[5] Voor in de lente.
[6] Al-ook: ofschoon.
[7] Rijmshalven voor speurt.
[8] besmoezeld, bevuild.
[9] Thans brave.
[10] Gelijk reeds herhaaldelijk voor laag.
[11] slechte.
[12] Thans top.
[13] Thans hoofd, dat het (even als in 't Hoogduitsch) in deftigen stijl verdrongen heeft. Men wachtte zich echter beiden—met Mr. van Lennep—voor 'tzelfde woord te houden, daar 't een oorspronkelijk Germaansch, 't andere 't Romaansche en Middeleeuws-Lat. coppa is.
[14] Thans wordt.
[15] om te veranderen.
[17] Voor wierpen (verg. elders gevil voor geviel, kil voor kiel).
[18] Hier voor kwellen.
[19] Thans ontslaan van; zie vroeger.
[20] bovenal, inzonderheid.
[21] Thans ook al.
[22] bekwame, begaafde.
[23] verzonnen, verdichtten.
[24] Thans boertig (van 't oude boerde d. i. grap.)
[25] Voor oude geschiedenissen.
[26] Even zoo boven bl. 6: "nu rust op der gedachten Verheven altaarplat", zooveel als in het boek der herinnering.
[27] gebeurd.
[28] bijeen.
[29] voegt.
[30] voor beiden (nam. Dicht- en Schilderkunst).
[31] Naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord: schrander.
[32] Vondels zwager was dus blijkbaar Roomsch, 't geen ons in de elders geuite meening versterkt, dat de opvoeding, in dat geloof, van Vondels dochter (waarvan in een brief van den dichter Antonides sprake is) haar bij haar te Keulen verblijf houdende moederlijke grootouders ten deele viel. Verg. van Lenneps Vondel IV, bl. 2 en vv., en het aanget. in de Dietsche Warande VI, bl. 141.
[33] volle.
[34] gemeen.
[35] Napels.
[36] De Lat. dichter (Publ. Virgilius) Maro.