The Project Gutenberg eBook of Vlissinger Michiel, of Neerlands glorie ter zee: Tweede omgewerkte Druk.

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Vlissinger Michiel, of Neerlands glorie ter zee: Tweede omgewerkte Druk.

Author: Pieter Louwerse

Release date: June 12, 2016 [eBook #52316]
Most recently updated: October 23, 2024

Language: Dutch

Credits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
Gutenberg.

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK VLISSINGER MICHIEL, OF NEERLANDS GLORIE TER ZEE: TWEEDE OMGEWERKTE DRUK. ***

VLISSINGER MICHIEL,
OF
NEERLANDS GLORIE TER ZEE.

Oorspronkelijke titelpagina.

VLISSINGER MICHIEL,

OF

NEERLANDS GLORIE TER ZEE.

GESCHIEDKUNDIG VERHAAL VOOR OUD EN JONG NEDERLAND
Tweede, omgewerkte Druk.
LEIDEN.—A. W. SIJTHOFF.

„Kloek en onverschrokken krijgsman,

vlootvoogd, wijs in woord en daad,

Wakker en rechtschapen burger,

trouwe dienaar van den Staat,

Ingetogen, vroom van wandel,

moedig Christen bovenal,

Was De Ruyter, wiens gelijke

de aarde moeilijk noemen zal.”

Mr. J. van Lennep.

VOORBERICHT.

„Meneer, meneer, ik heb het standbeeld van De Ruyter gezien!” met deze woorden begroette mij, eenigen tijd geleden, een knaap, die zijnen oom en zijne tante te Vlissingen bezocht had.

„Zoo, jongen!” zeî ik, „en wat dacht ge wel toen ge dat beeld zaagt?”

„Wel, meneer, ik dacht: meneer moest eens een boekje schrijven van De Ruyter. Hij heeft het wel gedaan van Marten Harpertsz. Tromp en van Piet Hein! En Michiel De Ruyter was toch grooter zeeheld!”

Ofschoon de knaap op mijne vraag een ander antwoord gaf dan ik verwacht had, kon ik toch aan zijne oogen zien, dat hier volstrekt geene vleierij of zoo iets in het spel was, en dat hij inderdaad wenschte, dat ik een verhaal over De Ruyter schrijven zou.

Michiel Adriaensz. De Ruyter is voor elk Nederlander de eerste van alle Vlootvoogden, de grootste van alle zeehelden. Nelson is in zijn oog niets bij hem. Zoo is het ook voor alle jongens.

En als die jongens groot geworden zijn, is dan De Ruyter dezelfde gebleven, als die hij was in hunne jeugd? We willen hopen van ja, opdat mijn titel voor dit boek geene onwaarheid spreke, waar het heet geschreven te zijn: „voor oud en jong Nederland.”

Met dit verhaal in de wereld te zenden voldoe ik dus aan den wensch van den knaap, die er mij om vroeg, en zoo ik vertrouw, meteen aan den wensch van honderden, die er niet om vroegen, maar het toch wel wilden.

Het is met Michiel Adriaensz. De Ruyter gegaan, als met Piet Hein; men weet bijzonder weinig van zijne kinderjaren, daar niemand vermoeden kon, dat uit den ondeugenden zoon van eenen armen bierbrouwersknecht eenmaal zulk een groot man zou groeien. Ondeugend moet hij echter geweest zijn en erg ondeugend ook, dat schijnt eene uitgemaakte zaak te zijn; want alle verhalen, die er van hem in omloop zijn, spreken er over. Wij zullen hem dus ook maar als deugniet laten optreden, doch waarschuwen onze lezers vooraf, dat zij hierin niet te veel geschiedkundige waarheid moeten zoeken. Zijn dienst als busschieter te Bergen op Zoom en zijne bedelreis door Frankrijk, nadat hij door Spanjaarden gevangen genomen was geworden, schijnen wel waar te zijn, zoowel als zijne roekelooze toren-klimmerij. De makkers met welke ik hem laat omgaan, zijn, zooals ge wel al dadelijk ontdekken zult, ook geschiedkundige personen.

Van harte hoop ik geschreven te hebben, zooals mijn jonge vriend dat zoo gaarne wilde; ik heb er althans mijn best toe gedaan.

Vinde het veel lezers en lezeressen, zoowel onder de jonkheid, als onder de volwassenen, en zij het een middel om de liefde voor onze schoone Nederlandsche geschiedenis op te wekken en eene uitlegging van de woorden op het praalgraf van onzen held: „Hij blinkt in onbezoedelde eere!

Het bovenstaande schreef ik bij den eersten druk van dit boekje, en nu er eene tweede oplage van verschijnt, dien ik wel te zeggen, waarom er zooveel in veranderd is. Van een paar zijden ontving ik zeer gegronde op- en aanmerkingen, nadat ikzelf reeds enkele bladzijden gevonden had, die ik nog wel eens anders had willen schrijven. Kleine wijzigingen kunnen echter oorzaak van groote veranderingen worden, en dit was ook hier het geval. Ik hoop nu maar, dat het boek werkelijk veel verbeterd zal zijn en weer zijnen weg vinden zal onder „oud en jong Nederland”. Hun, die mij hunne humane op- en aanmerkingen gaven, mijnen dank; mijnen lezers, heil!

’s-Gravenhage. P. LOUWERSE.

INHOUD.

EERSTE AFDEELING.

MICHIEL ADRIAENSZ. DE RUYTER ALS KNAAP.

Eerste Hoofdstuk.        Bladz.

Eerste Kennismaking        1

Tweede Hoofdstuk.

Een straatjongens-daagje        11

Derde Hoofdstuk.

Bij het torenhaantje        26

Vierde Hoofdstuk.

De „Barre Bruinvisch”        35

Vijfde Hoofdstuk.

De laatste avond thuis        48

Zesde Hoofdstuk.

Thuis van de eerste zeereis        63

Zevende Hoofdstuk.

Het muist, wat van katten komt        74

Achtste Hoofdstuk.

Verloren tijd inhalen        81

Negende Hoofdstuk.

Bij de kapers        96

Tiende Hoofdstuk.

Eene moeielijke bedelreis        107

TWEEDE AFDEELING.

MICHIEL ADRIAENSZ. DE RUYTER ALS MAN.

Eerste Hoofdstuk.        Bladz.

Bij den man in huis        122

Tweede Hoofdstuk.

Het voorspel van een helden-leven        133

Derde Hoofdstuk.

In dienst van het land        147

Vierde Hoofdstuk.

De Vice-Admiraal        155

Vijfde Hoofdstuk.

Alweer de „Barre Bruinvisch”        164

Zesde Hoofdstuk.

Jan Kompanjie        172

Zevende Hoofdstuk.

Voor Engelands hoofdrivier        182

Achtste Hoofdstuk.

Chattam        190

Negende Hoofdstuk.

Luctor et Emergo        200

Tiende Hoofdstuk.

De Redder van het Vaderland        217

Elfde Hoofdstuk.

Het einde van een heldenleven        229