Eccles. 47.
David was onder den kinderen Israëls uitverkoren, gelijk als het vette aan den offer Gode toegeëigend was.
Eccles. 47.
O, hoe wel leerdet gij in uwer jeugd, en waart vol verstands, gelijk als het water het land bedekt, en hebt het alom met uwe spreuken en leeringen vervuld!
Eccles. 48.
De profeet Elias brak voort gelijk als een vier, en zijn woord brandde als een fakkel.
Eccles. 48.
Doen Elias in het onweder weg was, doen kwam zijnen geest rijkelijk op Elizeum: te zijner tijd verschrak hij voor geen vorsten, en niemand kost hem overwinnen.
3 Reg. 22.
Zoo warachtig als de Heere leeft, ik wil spreken wat mij de Heere zeggen zal.
Matth. 12.
Gelijk Jonas was in de buik des walvisch drie dagen en drie nachten, alzoo zal de Zone des menschen wezen in het herte der aarden, drie dagen en drie nachten.
Eccles. 48.
Ezechias dede wat den Heere wel behaagde, en bleef standvastig op den weg Davids, zijnes vaders, als hem Ezaias leerde.
Eccles. 49.
Jozias name is gelijk als een edel reukwerk uit der apoteken; hij is zoet gelijk als honig in de mond, en als snarenspel bij den wijn.
Eccles. 48.
Ezaias was een groot en warachtig profeet in zijn profeciën.
Eccles. 49.
Jeremias was in 's moeders lijf uitverkoren tot een profeet, dat hij uitroeyen, breken, en verstoren, en wederom ook bouwen en planten zoude.
Eccles. 49.
Hezekiël zag de heerlijkheid des Heeren in een gezichte, dat hij hem wees uit den wagen Cherubim. Hij heeft geprofeteerd tegen de vijanden, en troost verkondigd dien, die daar recht doen.
1 Mach. 2.
Daniël wierd om zijn onschuld van de leeuwen verlost.