Op de Geboorte van
ONZE HOLLANDSCHE SAFFO
ANNA ROEMERS[1].

Als 't heilig noodgeheim[2] wat zeldzaams ons woû jonnen,
En zaligen onze eeuw, doen kwam in 't licht der zonnen
Dees kunstrijke Anna, wien den Hemel had bezind[3].
Zoo haast de Goden en Godinnen dit vernamen,
Zij, met de Muzen, uit haar hooge zetels kwamen,
Om te begroeten en te zegenen het kind.
Zij lag in 's voêsters schoot, en sloeg de teedre lichten[4]
Op d' ommestaanden rei van blinkende aangezichten;
Een heilge glans, zoo 't scheen, zweefde om haar edel brein.
De rei der Hemelliên schiep een te zonderlingen[5]
Genoegen, en bestond eenstemmiglijk te zingen,
En heil te wenschen 't kind, dat meer was als gemein:
"Groeit," zongen zij, "en bloeit! ontluikt, o bloem der bloemen!
O roem van uwe tijd, daar Roemer op mag roemen!
Eer van uws vaders huis, en pronk van uwe stad!
Gedurende de lent' van uwe onnoozle jaren
Moet u noch leed, noch ramp, noch onspoed wedervaren,
Dien d' Hemel opgeleid heeft als een weerde schat.
De tijd genaakt, dat, om den lofkrans te bejagen,
Gij nog Arachne[6] met uw naaldwerk uit zult dagen:
Nature met 't pinceel, graaf-ijzer[7], kole, en krijt:
Polymnia[8] met zang: Erato[8] met uw snaren:
De schrijvers met uw pen, die in elk een zal baren
Verwondering, als gij der schrijvren Fenix zijt.
Der kunstbemindren oog zal gaan de muren vrijen[9],
Die rijklijk zijn bekleed met uwe schilderijen:
De spiegelglazen[10], die te cierlijk zijn vermaald:
De boeken gestoffeerd met duizenderlei dingen,
Vol kunst, vol printen, en verscheiden teekeningen:
De zijde-stoffen, die gezield zijn van uw naald.
Maar dit zal 't minste zijn, wanneer de faam zal loven
Uw rijm en proze, dat zijn ziel ontving van boven,
Als Grotius verstomt, als Cats zoo bril[11] toekijkt,
Als Hooft verwonderd staat, als Heyns[12] met zijnen Schrijver[13]
Uw gulde veerzen leest, en d' een uit grooten ijver
Bij Pallas, d' ander u bij Saffo vergelijkt:
Wanneer gij met uw dicht verdient de lauwerbladers,
En ciert de Poppen en uitbeeldingen uws vaders,
Die u in wijsheids school van jongs heeft opgekweekt;
Wie dan uw spreuken en uw rijmen komt t' erkouwen[14]
Zal roepen: "dit 's geen maagd, noch van 't geslacht der vrouwen,
't Is Maro, die hier zingt, 't Is Cato, die hier spreekt.
Wast op, gelukkig kind! wast op in goede zeden,
Die van 't verwondren[15] nog zult worden aangebeden,
Vermits uw oordeel, en uitstekende verstand;
Wast op, gelukkig kind! cieraad van uwe tijden!
Den Hemel u beschutt' voor al die u benijden!
Wast tot een wonder van het prachtig Nederland!"
Zoo eindigde de groet en zegening der Goden,
Die haar geschenken mild de jonge vrucht aanboden,
En met een hemelsch spook[16] verdwenen uit 't gezicht.
De spruit nam toe, en hoe zij meer bestond te bloeyen,
Te meer de wijsheid met haar jaren scheen te groeyen,
En 'tgeen eerst minder was, dat wierd een grooter licht.
Ten lange lesten moet de nijd nu zelf belijen,
Dat in haar zijn vervuld der Goden profecijen,
Dat 's Hemels schatten zijn te recht aan haar besteed;
Geestrijke jonkvrouwe! o, wat zullen wij u wijen?
De nymfen van ons Y haar in uwe eer verblijen,
En staan tot uwen dienst wilveerdig en bereed.
Maar, uitgelezen maagd! vermits der grooten gunste,
En 's levens ijdelheid verdwijnt met alle kunste,
Vergaapt u niet aan 'tgeen, dat schielijk zal vergaan.
Wilt met uw schrandre geest niet hier beneden marren,
Maar altijd hooger gaan, en zweven naar de starren,
En Hemelwaarts 't gezicht, als een Sibylla[17], slaan.

[1] Roemer Visscher's welbekende oudste dochter, en uitgeefster van haars vaders Sinnepoppen, wier tweede druk hier meê versierd werd.

[2] noodlot; zie vroeger.

[3] bedacht.

[4] blikken.

[5] zeer bijzonder.

[6] De bekende Atheensche maagd der Grieksche overlevering, die om haar borduurwerk door Pallas benijd en in een spin veranderd werd.

[7] Anders graveerstift.

[8] Twee der Muzen; zie desbelust mijn Aesthetica of Schoonheidskunde, blz. 70.

[9] opzoeken.

[10] kristallen roemers.

[11] vreemd.

[12] De Leidsche Hoogleeraar en dichter Daniël Heinsius.

[13] P. Scriverius; zie vroeger.

[14] herkaauwen.

[15] uit bewondering.

[16] geestverschijnsel.

[17] profetisch bezielde.