Grafschrift op Bredero[1].

Hier herbergt[2] 't lijf, wiens geest in kluchten muntten uit,
En[3] met veel boerterij steeds zwanger ging van hersen;
Wien Charon willig voerde om sunst[4] in de oude schuit,
Vermits de zieltjens droef nog lachten om zijn farcen[5].
(In latere lezing:)
Hier rust Breêro, heengereisd,
Daar de boot geen veergeld eischt
Van den geest, die, met zijn kluchten,
Holp[6] aan 't lachen al die zuchtten.

[1] De bekende geestige dichter Gerbrand Adriaansz. (in Bredero), 23 Aug. 1618, ruim 33 jaar oud, overleden.—Om de reeks der voorafgaande gedichten niet te breken, bespaarden wij deze kleinigheid tot hier.

[2] woont, huist; verg. vroeger.

[3] Versta: En die.

[4] om niet; verg. vroeger.

[5] Fransch voor kluchten.

[6] Voor hielp.