1 Volgens nummering in 1859, aangeduid onder nummer 371. 

2 Beschrijving van Oudewater bladz. 62. 

3 Gonthoeve, chron. van Holland, fol. 502. 

4 Rooms Hollands regt door S. van Leeuwen, III boek XI deel bl. 276 en 277. 

5 Ibid. bladz. 276. 

6 Ibid. 

7 Handvesten en privilegien van Gouda pag. M, I Vso. 

8 Ibid. pag. M. S. Vso. beide in M. S. 

9 Ibid. van Weesop M. S. pag. M. 97. 

10 Beschrijving van Oudewater, door van Kinschot bladz. 62–67. 

11 Handvesten en privilegien der stad Delft M. S. pag M. 15. 

12 Beschrijving van Oudewater door van Kinschot bladz. 67–68. 

13 Ibid. t. a. p. 

14 Nog een schoon bewijs van goede verstandhouding met Delft bevindt men in het feit, door van Kinschot vermeld, dat n. l. in de spaansche oorlogen en wel bijzonderlijk in het jaar 1584, de vroedschap der stede Oudewater al zijne Leggers, boeken, Blaffers en papieren, zoo van de stad, kerk als Godshuizen, ten einde dezelve tegen alle gevaar van oorlog en roof mogten beveiligd zijn, bij een besloten brief aan den magistraat van Delft heeft toegezonden. Zie resolutieboek van de vroedschappen van deze plaats 26 Januarij Ao. 1584.

Al hoewel dit nog een afdoend bewijs is, voor hetgeen wij trachten te bewijzen, zoo was deze toezending echter zeer slecht voor het archief dezer gemeente, daar deze stukken nooit terug gezonden zijn, voor zoover men ten minste weet. Op een aanvrage van den Heer Burgemeester Montijn andermaal gedaan den 2. November 1829 om deze stukken alsnog terug te bekomen, werd door den heer Burgemeester van Delft berigt, op den 12 November 1829, „dat bij een streng overzigt van de archieven dier stad, onder dezelve geene gevonden worden deze stad betreffende; dat, zoo dezelve op het raadhuis aldaar zijn gedeponeerd geweest, die dan, bij het gedeeltelijk verbranden van het stadhuis na 1584, waarschijnlijk met stukken de stad Delft betreffende, zijn verloren geraakt.” 

15 t. a. p. bladz. 143. 

16 Tot in het jaar 1745 werden aan de vertrekkende lidmaten der hervormde kerk, de kerkelijke getuigschriften zonder zegel aan de vertrekkende leden gegeven, totdat in dat jaar het stadswapen in koper aan den kerkeraad daarvoor vereerd werd, door den Bailluw G. R. van Kinschot. Doelende op den rooden burg in het wapen, stond er onder dit zegel

Jehova nostra arx forttissima

d. i.

God is onze sterkste Burgt

onder het zegel stond:

Sig eccl-Oudewater

d. i.

kerkelijk zegel van Oudewater

17 Zie dit privilegie bij van Kinschot t. a. p. bladz. 270. 

18 Zie dezelfde, bladz. 272. 

19 Nl. in de bij van Kinschot op bladz. 315 en 316 vermelden giftbrief van de school dezer stede aan Pieter Pansz. in plaats van Mr. Jan Mouwer. 

20 Zie hetzelve in zijn geheel bij van Kinschot bladz. 322 tot en met 324. 

21 De acht Raadsmannen werden Achten genoemd. 

22 Resolutie van Holland dato den 2 Mei Anno 1585, fol. 248. 

23 Van Kinschot. 

24 Zie van Kinschot, bladz. 75. 

25 Resol. van Holland, 6 Mei 1702, fol. No. 155. 

26 Keuren der Stede van Oudewater, Artic. IV T. XIII. 

27 Keuren»der»Stede»van»»Oudewater»,Artic.» IV T. XII. 

28 Keuren der Stede van Oudewater, Art. XVI. 

29 Ibid. Art. XIII. 

30 Dit is in Anno 1811 vervallen. 

31 Keuren der Stede van Oudewater Art. 11. 

32 Keuren der Steede van Oudewater Art. VIII et XVIII. 

33 Dit geschiedt nu namens den Koning. 

34 Resol. van Holland van 16 Nov. en 17 Dec. 1723. 

35 Den contra-remonstranten was hij bijzonder vijandig. 

36 Deze en de volgende in officio, zijn gecommitteerd, bij de Raden en meesters van de rekeningen der domeinen der Graaflijkheid van Holland, in den Haag

37 De Graaflijkheids Rekenkamer, bij resolutie der staten van Holland en Westvriesland van dato 17 Maart 1728, gemortificeerd, en bij resolutie van 20 Julij 1729 goedgevonden zijnde, dat eenige der Ambtenaren op nieuw commissie van H. E. Gr. Mog. zouden moeten verzoeken, wanneer de termijn hunner vorige aanstelling verstreken was, zoo is volgens resolutie van gemelde staten dd. 12 October 1731 den voorz. van Kinschot gecontenueerd in zijne betrekking van Bailluw, Dijkgraaf en Schout der stad Oudewater

38 Register van Aart van der Goes, fol. 262. 

39 Resol. van Holland 1564, fol. 62 72, ibid. fol. 39 1565, ibid. 27 Januarij 1566, fol. 1 en 5 Februarij, fol. 5. 

40 Ibid. 26 September 1565. 

41 Beschrijving van Oudewater, bladzijde 99 en 100. 

42 Reg. van Aart van der Goes, Advokaat van de Staten ’s Lands van Holland, fol. I. 

43 3de Boek van de Griffier Sandelijn, fol. 89. 

44 Reg. Aert van der Goes, fol. 11. 

45 Ibid. fol. 14. 

46 Reg. van Aert van der Goes, fol. 16, 50, 108, 111, 112, 142, 145, 152 (bij van Kinschot bladz. 103.) 

47 Ibid. fol. 289–292. 

48 Ibid. fol. 307. 

49 Ibid. fol. 329, 330, 344. 

50 Resol. van Holland 1564, fol. 41. 

51 Van Kinschot, bladz. 107. 

52 Resol. van Holland van 19 tot 25 Julij, Anno 1572 (in manuscr.) 

53 Prop. in resol. van Holland, 20 October 1574, fol. 176. 

54 Antw. van Staten en resol. van Holland 12 Nov. 1574, fol. 178. 

55 Resol. van Holland

56 Beschrijving van Oudewater, bladz. 109 en 110. 

57 Resol. van Holland 5 April 1583, fol. 97. 

58 Resol. van Holland 11 Julij 1584 fol. 371 en 372. 

59 Een voornaam gedeelte der bevolking dezer plaats stamt van deze in het 9, 10 en 11 geslacht en van deszelfs grootvader, (1497 Jacob Coppert in het 13e geslacht—onder deze de Montijn’s, Koning’s, Verhoog’s, Vosmeer’s, enz. enz.—men vindt in vroegere transporten wel den naam van Coppert, doch men weet niet of voornoemde Jacob Coppert hiervan afstamde.) 

60 Resolutie boek der steede Oudewater sub 15 Julij 1584 en van Holland hoc Anno fol. 394 en 414. 

61 Resol. van Holland 15 Julij 1584 fol. 404. 

62 Ibid. 22 Julij 1584 fol. 422. 

63 Resol. van Holland, 31 October 1584, fol. 660. 

64 Resolutie boek der stede Oudewater,

sub datis 4 September 1586.
21 September 1587.
3 Mei 1588.

 

65 Resol. van Holland, 4 Mei 1589, fol. 285. 

66 ib. ib. 26 Januarij, 18 Maart 1608, fol. 2, pag. 48. 

67 Vide dagbladen der gem. Representanten, en resolutiën der municipaliteit der stad Oudewater