Brand.

Hoor je niet hoe in haar woorden

Waarschuwing van boven klinkt?

De Vrouw.

Geef, geef!

Agnes.

Geef, geef! Het is heiligschennis!

’n Misdaad aan mijn kleinen doode!

Brand.

Doelloos bracht je hem ten offer,

Als je op den drempel staan blijft.

Agnes (gebroken).

’t Zij dan zoo … je wil geschiede

’k Treed mijn bloedend hart met voeten.

Vrouw, kom hier, neem wat je wilt.…

’k Deel met je mijn overvloed …

De Vrouw.

Geef! geef!

Brand.

Geef! geef! Deelen?… Agnes, deelen?

Agnes.

Liever ga ik dood, dan alles

Weg te stelen! ’k Ben geweken

Voet voor voet! Ik kan niet verder!

’t Is genoeg; meer is niet noodig!

Brand.

Was dan alles ook te veel

Toen voor jouw kind jij het kocht?

Agnes (geeft).

Vrouw, kom hier; neem dezen mantel,

Waar ’k mijn kind ten doop in hield.

Hier het jurkje,… sjerp en kieltje;

Dat is warm in winterweer.

Hier het zachte zijden hoedje …

Kou lijdt hij daaronder niet.

Neem het, neem nu alles toch …

De Vrouw.

Geef, o geef!

Brand.

Geef, o geef! Gaf je alles nu?

Agnes (weer gevend).

Vrouw, hier is de kroningsmantel,

Dien hij droeg den dag van ’t offer!

De Vrouw.

Zoo! nu zijn de laden leeg;

En nu ga ik aan den haal!

Op de trap zal ’k hem wel kleeden;…

Gauw nu weg met al mijn lappen! (af).

Agnes (blijft in hevigen innerlijken strijd staan: eindelijk vraagt zij:)

Zeg eens, Brand, zou ’t billijk wezen

Om nòg meer te eischen nu?

Brand.

Zeg mij eerst, was het van harte

Dat je ’t zware offer bracht?

Agnes.

Neen.

Brand.

Neen. Dan heeft het ook geen waarde.

En er blijft nog meer te eischen (wil heengaan).

Agnes (zwijgt tot hij bij de deur is, dan roept zij:)

Brand!

Brand.

Brand! Wat is er?

Agnes.

Brand! Wat is er? ’k Heb gelogen;…

Kijk, ’k betreur het, ’k ben gebogen.

Neen, je kon niet anders denken

Of ’k had alles nu gegeven.

Brand.

En?

Agnes (haalt een opgevouwen mutsje uit haar boezem).

En? Dit heb ik nog bewaard.

Brand.

Dàt?

Agnes.

Dàt? Ja, nat van al mijn tranen,

Vochtig van ’t doodskille zweet,…

Heeft het op mijn hart gelegen!

Brand.

Blijf dan in je afgods macht. (wil heengaan).

Agnes.

Wacht!

Brand.

Wacht! Wat wil je?

Agnes.

Wacht! Wat wil je? O, je weet het! (reikt hem het mutsje toe).

Brand (komt dichterbij en vraagt zonder het aan te nemen).

Is ’t van harte?

Agnes.

Is ’t van harte? Ja!

Brand.

Is ’t van harte? Ja! Geef hier dan.

De arme vrouw zit op de trap nog. (af).

Agnes.

Losgescheurd … verscheurd is alles …

’t Laatste wat mij nog aan ’t stof bond!

(staat een poos onbewegelijk stil; allengs gaat de uitdrukking van haar gezicht over in een stralende vreugd. Brand komt terug; zij ijlt hem jubelend te gemoet, valt hem om den hals en roept:)

’k Ben bevrijd, Brand! ’k Ben bevrijd!

Brand.

Agnes!

Agnes.

Agnes! ’t Duister is voorbij!

Alle angsten die er lagen

Loodzwaar drukkend op mijn borst,

Zijn in d’afgrond weggeslingerd!

Overwonnen heeft mijn wil!

Alle neev’len zijn verstoven,

Alle wolken weggevaagd;

Door den nacht aan de overzijde

Zie ik schijnen ’t morgenrood!

Doodenakker! Doodenakker!

’t Woord wekt nu geen tranen meer,

Scheurt de wond nu niet meer open;…

’t Kindje voer ten hemel op!

Brand.

Ja, nu heb je overwonnen!

Agnes.

Overwonnen heb ik, ja …

Graf en doodsangst, pijn en smart!

O, zie opwaarts, zie naar boven!

Zie je Alf staan voor Gods troon,

Lachend, blij, als in zijn leven,

Strekkend de armpjes naar ons uit?

En al had ik duizend monden,

En al mòcht ik en al kòn ik,

Geen zou ik er open doen

Om hem weer terug te vragen.

O, hoe groot, hoe rijk is God

In ’t bereiken van zijn doel.

’t Kind als offerlam gevallen,

Heeft mijn ziel gered ten leven;

’k Kreeg het om ’t weer af te geven,

Om de zege te bevechten!…

Dank dat jij mijn hand geleid hebt;

Trouw heb je voor mij gestreden;

O, ik zag wel hoe je leedt.

Nu sta jij in ’t dal der keus;

Weldra drukt op jou ’t gewicht

Van het alles dan, of niets!

Brand.

Agnes, kind, je spreekt in raadsels;…

Nu is alle strijd gestreden!

Agnes.

Heb je ’t woord der Schrift vergeten:

Die Jehovah ziet moet sterven!

Brand (wijkt terug).

Wee mij! Welk een licht ontsteek je!…

Neen! Neen! Duizendmalen neen!

Ik heb reuzensterke handen,

Van mij heengaan zal je niet!

Laat dan alles mij ontglippen,

Alles kan ik hier ontberen,

Maar niet jou, o neen, jou nooit!

Agnes.

Kies; je staat nu aan den kruisweg!

Doof het licht dat in mij gloeit nu,

Sluit de bron af dier gevoelens,

Geef mij weer mijn afgodsbeelden …

Buiten zit die vrouw nog altijd;…

Laat opnieuw mij wederkeeren

Tot de dagen toen ik blind was,

Laat mij weer in ’t slijk verzinken,

Waar ’k tot nu toe leefde in zonde;

Alles kan je; ’t staat je vrij;

Tegen jou vermag ik niets;

Knak mijn vleugels, sluit mijn ziel op,

Leg op mij het lood der dagen,

Bind mij, trek mij weer omlaag,

Waar je zelf mij van omhoog hief,…

Laat mij leven als te voren,

Toen ik mij in ’t duister wrong!

Als je dit doen wilt en durft,

Ben ik als voorheen je vrouw;…

Kies; je staat nu aan den kruisweg!

Brand.

Wee mij! wee mij, als ik ’t wilde!

O, maar ver van deze plek,

Ver van droeve erinneringen

Vind je licht en leven weer!

Agnes.

Denk je niet dat hier je binden

’t Offer … en je roeping ook?

En vergeet je al de zielen,

Die je hier genezen moet?

Hen, die God je toevertrouwde

Om te leiden tot verlossing?

Kies! je staat nu aan den kruisweg!

Brand.

Mij is hier geen keus gelaten.

Agnes (valt hem om den hals).

Dank voor alles,… en ook dáárvoor!

Trouw gesteund heb je de zwakke!

’k Voel me moe nu en gebroken,…

Maar jij zult mij trouw bewaken.

Brand.

Slaap! Je dagwerk is gedaan.

Agnes.

Ja, gedaan, en ’t nachtlicht brandt.

De overwinning nam mijn kracht;

Nu ben ’k zwak en uitgeput;

O, maar God wil ’k eeuwig loven!

Goeden nacht, Brand!

Brand.

Goeden nacht, Brand! Goeden nacht!

Agnes.

Dank voor alles. Nu ga ’k slapen (af).

Brand (drukt de handen tegen zijn borst).

Ziel, wees trouw tot ’t allerlaatste!

Hoogste zege is ’t àl verliezen.

Door verlies wordt eerst gewonnen;…

’t Eeuwig erfdeel is ’t verloorne!

EINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF.