PERSONEN:
- Mevrouw Halm, een ambtenaarsweduwe.
- Zwaanhilde, haar dochter.
- Anna, idem.
- Valk, een jong schrijver, en
- Lind, student in de theologie, logé’s van mevrouw Halm.
- Goudstad, groothandelaar.
- Stuiver, klerk.
- Juffrouw Ekster, zijn verloofde.
- Strooman, dorpsdominee.
- Mevrouw Strooman, zijn vrouw.
- Studenten, gasten, familie en verloofde paren.
- De acht kleine meisjes van den dominee.
- Vier tantes, een huisjuffrouw, een oppasser, dienstmeisjes.
Het stuk speelt op mevrouw Halm’s villa aan den Drammensweg bij Kristiania.