Uitgave van VAN DEN HEUVELL & VAN SANTEN, te Leiden.
GUSTAVE AIMARD.
Er is in de laatste jaren veel over Amerika en de roodhuiden geschreven. Tal van schrijvers, onder wie enkelen met onbetwistbaar talent, hebben zich tot taak gesteld, ons in de tot nog toe voor onze beschaving ontoegankelijke, door wilde volksstammen bewoonde prairiën en savannen van ’t verre westen rond te leiden. Slechts weinigen hebben zich echter van hun wegwijzerschap naar eisch gekweten. De meesten ontbrak het aan eene grondige, uit eigen ervaring opgedane kennis van de landen en volksstammen, welker aard en zeden zij ons schilderen wilden.
De Franschman Gustave Aimard is hierin gelukkiger, dan velen zijner voorgangers, geweest. De beschaafde wereld voor jaren vaarwel zeggende, heeft hij, als aangenomen zoon van een hunner magtigste stammen, onder en met de Indianen op de wijde grasvlakten hun zwervend leven gedeeld, bij de vredespijp aan hunne rust en hunne jagten, na ’t opgraven der strijdbijl met buks en tomahawk, aan hunne ondernemingen en togten zelf deelgenomen.
Een zoodanig leven—de bestendige worsteling met moeite en vaak schijnbaar onoverkomelijke bezwaren—heeft eene aantrekkelijkheid, waarvan alleen hij, die het bij ondervinding leerde kennen, zich een eenigzins helder begrip kan vormen. De mensch staat daar in de wildernis alleen en komt er als zelfstandig wezen tot bewustheid van zijne volle kracht. Met God alleen boven zich, oog en oor bestendig op de wacht, den vinger aan zijn geweertrekker, omringd door gevaren zonder tal, bedreigd door Indianen en wilde dieren, die achter bosch en struik, in donkere kloven of in hooge boomtoppen loeren, om zich op hem te werpen en hem tot hunnen roof te maken, gevoelt hij zich in waarheid eerst heer der schepping, welke hij met al de magt van zijn wil, verstand, overleg en onverschrokkenheid beheerscht.
Langer dan vijftien jaren hield Aimard dat hier vlugtig aangeduide, vaak koortsig gejaagde leven vol. Onverschrokken jager, ging hij met de Sioux en Zwart-Voeten in de verst westelijke prairiën op bisons uit. In ’t golvend zand van de onbegrensde Del Norte verdwaald, zwerft hij daar langer dan eene maand rond, aan de martelingen van honger, dorst en koorts prijs gegeven. Tot tweemaal toe werd hij door de Apachen aan den folterpaal gebonden. Twaalf maanden slaaf bij de Patagoniërs aan de straat van Magellaan, had hij daar gruwelijkste kwellingen en tergingen te verduren en ontsnapte slechts door een wonder aan hunne handen. Moederziel alleen trok hij de pampas van Buenos-Ayres tot Sain-Luïs de Mendoza door en had op dien zwerftogt met panthers en jaguars, met roodhuiden en gaucho’s te kampen. Een dollen inval gehoor gevende, wilde hij de geheimenissen van Brazilië’s ongerepte wouden doorgronden en liet zich door geen wilde horden afschrikken, om die in hunne volle breedte te doorkruisen. Beurtelings squatter, bevervanger, partijganger, goudzoeker en bergwerker, leerde hij Amerika, van de hoogste Cordillera’s tot aan de stranden van den Oceaan kennen—een kind van den dag, gelukkig in ’t heden, zonder zorg voor de toekomst, wakkere voorpost van de beschaving, die in ’t far west van jaar tot jaar meer veroveringen maakt.
’t Zijn derhalve niet zoo zeer romans, die Aimard thans na zijne terugkomst in Frankrijk schrijft, als wel gedenkschriften en levensberigten. Even als Gabriel Ferry, zijn landsman, als Gerstaecker en Armand (Strubberg), de duitschers, vertelt hij van zijn eigen leven, van zijn eigen ontmoetingen en ervaringen in het vreemde land. De door hem beschreven zeden en gebruiken waren eens hem zelven eigen, met de door hem geteekende Indianen heeft hij jaren lang geleefd en geleden, gejaagd en gevischt, feest gevierd en gevast, in den wigwam of op ’t krijgspad gelegen; wat hij geeft, zijn in meer dan één opzigt photographiën — —
Gustaaf Aimard was de eerste niet, die den held van zijn verhaal, in eene lange reeks van vertellingen als hoofdpersoon deed optreden; als zijn voorganger, heeft Aimard dit zoo weten in te rigten, dat ieder verhaal, of boekdeel, op zich zelf kompleet is en den aankoop van het voorgaande of volgende niet volstrekt noodzakelijk maakt.
Doch de Fransche romancier heeft dit op Cooper vooruit, dat, terwijl de “Lederen Kous” bij laatstgenoemde een verdicht persoon, of althans slechts een algemeene type van den woudlooper uitmaakt,—Graaf Louis daarentegen, in Aimard’s vertellingen werkelijk een historisch persoon is. Graaf de Raousset-Boulbon, zoo het hem gelukt ware zijn stout plan te volvoeren en in Mexico een onafhankelijk rijk te stichten, zou waarschijnlijk de Napoleon van het Westen zijn geworden. Als ridderlijk avonturier en echt edelman, waagde hij zijn leven voor zijne zaak, en eindigde hij zijne loopbaan als het slagtoffer van voorbeeldeloos verraad, gelijk Aimard ons dit naar waarheid beschrijft. Vandaar hebben de romans van Aimard de groote verdienste, dat zij op geschiedkundige feiten zijn gebouwd, en er slechts weinig verdichting noodig was om den indruk van zijn verhaal te verlevendigen of te verhoogen.
In Valentin Guillois heeft de schrijver, meer dan waarschijnlijk zich zelven trachten voor te stellen, met al zijne hoedanigheden—zoo deugden als gebreken. Toen hij pas in Amerika kwam, was hij niets meer dan een echt roekeloos Parijzenaar; maar zijn aanhoudende omgang met de natuur maakte hem tot een edelaardig en diepdenkend menschenvriend.
Naauwelijks was hij in de beschaafde wereld teruggekeerd, of hij begon de geschiedenis van zijn veelzijdig en belangrijk werk te boek te stellen, niet zoozeer als een middel van bestaan—anders gezegd om den broode—maar uit louter genoegen, om nog eens weder, al was het dan ook slechts op het papier, dat leven vol gewaarwordingen en avonturen te genieten, dat hij onder de Indianen in de wildernis had doorgebragt. Vandaar dat zijne romans geen eigenlijke romans zijn, maar levendige voorstellingen van gebeurde zaken; zij vloeijen hem als van zelve uit de pen, en zijn ongekunstelde verhaaltrant, zonder blijkbare inspanning of gezochte effecten, is de beste waarborg voor zijne geloofwaardigheid.
Geen wonder derhalve dat Aimard’s werken zoo grooten opgang maakten en zoo populair zijn geworden. Zij zijn bijna in alle moderne talen overgebragt en de auteur wordt thans algemeen erkend als de Fransche Cooper. De gretigheid, waarmede zijne verhalen hier te lande werden ontvangen, is inderdaad verbazend en hunne populariteit neemt met iederen dag toe. Wij zeggen dus niet te veel, met te beweren, dat zij weldra de zoogenaamde standaard m. a. w. de lievelingslectuur zullen uitmaken van het volk en vooral van de jongelingschap, voor welke zij dan ook bijzonder geschikt zijn, want Aimard, en het zij tot zijne eer gezegd, heeft nooit een regel geschreven die de goede zeden kwetsen, of een blos zou kunnen jagen op de kaken, zelfs van den gevoeligste.
De werken van GUST. AIMARD.
DE PELSJAGERS VAN DE ARKANSAS.
TAFEREELEN UIT DE WOUDEN EN PRAIRIËN VAN AMERIKA.
NAAR DE ELFDE FRANSCHE UITGAVE.
MET EENE VOORREDE VAN J. J. A. GOUVERNEUR.
Derde druk.
| Prachtuitgave | met | 5 platen | ƒ 1.90; | gebonden | ƒ 2.60. |
| Volksuitgave | met,, | 1 plaat | ƒ,, 1.00; | gebonden,, | ƒ,, 1.50. |
I. VRIJ-KOGEL, OF DE WOLVIN DER PRAIRIËN.
NAAR DE VIERDE FRANSCHE UITGAVE.
| 2e druk. | Prachtuitgave | met | 4 platen | ƒ 1.90; | gebonden | ƒ 2.60. |
| 3e druk. | Volksuitgave | met,, | 1 plaat | ƒ,, 1.00; | ƒ,, | ƒ,, 1.50. |
II. DE SPOORZOEKER, SCHETSEN EN TOONEELEN UIT DE AMERIKAANSCHE WILDERNIS.
NAAR DE VIERDE FRANSCHE UITGAVE.
| 2e druk. | Prachtuitgave | met | 4 platen | ƒ 1.90; | gebonden | ƒ 2.60. |
| 3e druk. | Volksuitgave | met,, | 1 plaat | ƒ,, 1.00; | ƒ,, | ƒ,, 1.50. |
I. HET OPPERHOOFD DER AUCAS, SCHETSEN EN TOONEELEN UIT CHILI.
NAAR DE TIENDE FRANSCHE UITGAVE.
2 dln. gr. 8o. met platen ƒ 6.50.
II. DE GIDS DER PRAIRIËN.
NAAR DE ACHTSTE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel gr. 8o. Met portret van den schrijver. ƒ 3.25.
III. DE ROOVERS DER PRAIRIËN.
NAAR DE ACHTSTE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel gr. 8o. met plaat ƒ 3.25.
IV. DE LYNCH WET.
NAAR DE ZEVENDE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel gr. 8o. met plaat ƒ 3.25.
V. DE GRAAF DE LHORAILLES.
NAAR DE ZEVENDE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel gr. 8o. met plaat ƒ 3.25.
VI. DE GOUDKOORTS.
NAAR DE ZESDE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel gr. 8o. met plaat ƒ 3.25.
Ter perse:
VII. CURUMILLA.
NAAR DE ZESDE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel gr. 8o. met plaat ƒ 3.25.
NOG ZIJN UITGEGEVEN en zijn tevens als vervolg van “de Pelsjagers” te lezen:
I. DE ZWERVERS OP DE GRENZEN.
NAAR DE VIJFDE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel post 8o. met plaat ƒ 1.90; in prachtband ƒ 2.60.
II. DE VRIJBUITERS.
NAAR DE VIJFDE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel post 8o. met plaat ƒ 1.90; in prachtband ƒ 2.60.
III. EDEL-HART.
NAAR DE VIERDE FRANSCHE UITGAVE.
1 deel post 8o. met plaat ƒ 1.90; in prachtband ƒ 2.60.
Verder:
DE SALTEADORES.
1 deel gr. 8o. met 8 platen ƒ 1.90; in prachtband ƒ 2.60.
DE MEXICAANSCHE NACHTEN.
1 deel post 8o. met plaat ƒ 1.90; in prachtband ƒ 2.60.
Ter perse:
I. DE BOEKANIERS.
1 deel post 8o. met plaat ƒ 1.90; in prachtband ƒ 2.60.
II. DE ZEESCHUIMERS.
1 deel post 8o. met plaat ƒ 1.90; in prachtband ƒ 2.60.
III. DE GOUDZOEKERS.
1 deel post 8o. met plaat ƒ 1.90; in prachtband ƒ 2.60.
De cijfers voor de titels duiden de volgorde aan, in welke deze werken het best gelezen worden.
Uitgaven van de firma van den Heuvell & van Santen, te Leiden.
Van denzelfden schrijver zijn verschenen:
De Salteadores. 1 deel post 8o.
De Mexicaansche nachten. 1 deel post 8o.
En zijn ter perse:
NB. De Nos. duiden de volgorde aan waarin deze werken het best gelezen worden.
Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.
Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op www.pgdp.net.
Vertaling (uit het Frans) van l’Éclaireur, beschikbaar als eBoek 47903. Een Engelse vertaling, The Indian Scout: A Story of the Aztec City, is beschikbaar als eBoek 44196.
| Titel: | De Spoorzoeker: schetsen en tooneelen uit de Amerikaansche wildernis | |
| Auteur: | Gustave Aimard (1818–1883) | Info |
| Vertaler: | Lodewijk Christiaan Cnopius (1831–1904) | Info |
| Taal: | Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel) | |
| Oorspronkelijke uitgiftedatum: | 1867 | |
| Trefwoorden: | Aztecs -- Fiction |
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.
Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:
| Bladzijde | Bron | Verbetering | Bewerkingsafstand |
|---|---|---|---|
| 2, 11, 17, 18, 36, 47 | [Niet in bron] | — | 1 |
| 2, 150 | — | [Verwijderd] | 1 |
| 7 | gambusinos | gambucinos | 1 |
| 9 | manchete | machete | 1 |
| 12 | fronste | fronsten | 1 |
| 13 | zarape | zarapé | 1 / 0 |
| 16, 20, 59, 59, 61, 62 | Jose | José | 1 / 0 |
| 17 | dios | Dios | 1 |
| 17, 24, 88, 129, 279 | eenigste | eenige | 2 |
| 18 | . | ? | 1 |
| 19, 20 | Vrij-kogel | Vrij-Kogel | 1 |
| 19 | [Niet in bron] | is | 3 |
| 19 | — | 1 | |
| 21, 97 | [Niet in bron] | ; | 1 |
| 23, 31, 193, 265 | Loervogel | Loer-Vogel | 2 |
| 23 | bisons-mantel | bisonsmantel | 1 |
| 23, 27, 141, 199, 231 | Loer-vogel | Loer-Vogel | 1 |
| 24 | nij | mij | 1 |
| 25 | lastte | laste | 1 |
| 25 | Machsi-Karede | Machsi-Karehde | 1 |
| 26 | bleek-gezigten | bleekgezigten | 1 |
| 28 | raadzaan | raadzaam | 1 |
| 29 | kampenent | kampement | 1 |
| 31 | ombekommerd | onbekommerd | 1 |
| 32 | k | ik | 1 |
| 32 | u | uw | 1 |
| 33 | bisons-huiden | bisonshuiden | 1 |
| 33 | ? | . | 1 |
| 34, 161 | , | [Verwijderd] | 1 |
| 35 | in | en | 1 |
| 36 | [Niet in bron] | ) | 1 |
| 36 | , | . | 1 |
| 39 | copieren | copiëren | 1 / 0 |
| 40 | klad | blad | 1 |
| 41 | coballeros | caballeros | 1 |
| 42 | beb | heb | 1 |
| 42 | Vooraf | Vooral | 1 |
| 44 | Berdandijnen-klooster | Bernardijnen-klooster | 2 |
| 44 | en | een | 1 |
| 47 | Buenos | Buenas | 1 |
| 47 | fantsoenlijk | fatsoenlijk | 1 |
| 47 | ag ave | agave | 1 |
| 49 | pulqureo | pulquero | 2 |
| 49 | Sante | Santa | 1 |
| 51, 61, 96, 301 | [Niet in bron] | , | 1 |
| 51 | nieweling | nieuweling | 1 |
| 54 | Torribo | Torribio | 1 |
| 55 | ! | . | 1 |
| 56 | aanmerkeing | aanmerking | 1 |
| 57 | van | aan | 1 |
| 60 | wij zullen | zullen wij | 8 |
| 64 | onoverkomenlijken | onoverkomelijken | 1 |
| 64 | bosschkatten | boschkatten | 1 |
| 65 | [Niet in bron] | ( | 1 |
| 66 | peperbos-spitsen | peperbus-spitsen | 1 |
| 67 | liet | lieten | 2 |
| 71 | Loer-Yogel | Loer-Vogel | 1 |
| 72 | le | te | 1 |
| 73 | eenigsten | eenigen | 2 |
| 75 | stampvoeten | stampvoetten | 1 |
| 78 | driegde | dreigde | 2 |
| 79 | hoofstuk | hoofdstuk | 1 |
| 81, 81 | Monteray | Monterey | 1 |
| 82 | Sante-Fé | Santa-Fé | 1 |
| 83 | maiskorrels | maïskorrels | 1 / 0 |
| 85 | oogenhlik | oogenblik | 1 |
| 86 | Indiianen | Indianen | 1 |
| 87 | afscheidsgoet | afscheidsgroet | 1 |
| 89 | Quecho | Queche | 1 |
| 93 | hoofdsuk | hoofdstuk | 1 |
| 94, 150, 182, 241, 245, 281, 312 | [Niet in bron] | . | 1 |
| 100 | oceäan | oceaan | 1 / 0 |
| 101 | aloé-vezels | aloë-vezels | 1 / 0 |
| 109 | verteltellen | vertellen | 3 |
| 113 | weerzins | weerziens | 1 |
| 119 | Vrij-Vogel | Vrij-Kogel | 1 |
| 123 | afsof | alsof | 1 |
| 133 | imand | iemand | 1 |
| 134 | monte | Monte | 1 |
| 150 | gevonnisd | gevonnist | 1 |
| 153 | ontvredenheid | ontevredenheid | 1 |
| 155 | gez gd | gezegd | 1 |
| 157 | [Niet in bron] | “ | 1 |
| 158, 226 | [Niet in bron] | ” | 1 |
| 159 | ” | [Verwijderd] | 1 |
| 161 | er | en | 1 |
| 161 | oogenbllikken | oogenblikken | 1 |
| 162 | steker | sterker | 1 |
| 163 | hoofman | hoofdman | 1 |
| 163 | Wild-Roos | Wilde-Roos | 1 |
| 164 | Indiaansshe | Indiaansche | 1 |
| 166 | dezelde | dezelfde | 1 |
| 170 | evergeven | overgeven | 1 |
| 181 | nuttleooze | nuttelooze | 2 |
| 184 | persoonaadjes | personaadjes | 1 |
| 184, 194, n.v.t. | Prairien | Prairiën | 1 / 0 |
| 201, 230, 255 | bij | hij | 1 |
| 207 | tegenlijk | tegelijk | 1 |
| 207 | Vrijkogel | Vrij-Kogel | 2 |
| 208 | doordrongen | doordringen | 1 |
| 210 | bongdenoot | bondgenoot | 2 |
| 211 | det | dat | 1 |
| 216 | opheflende | opheffende | 1 |
| 222 | Mariana | Mariano | 1 |
| 222 | scheeuwde | schreeuwde | 1 |
| 224 | : | , | 1 |
| 227 | schilpad | schildpad | 1 |
| 227 | naïf | naïef | 1 |
| 229 | wachte | wachtte | 1 |
| 233 | mais-stroo | maïs-stroo | 1 / 0 |
| 233 | beschijven | beschrijven | 1 |
| 234 | pulgue | pulque | 1 |
| 244 | linksche | slinksche | 1 |
| 245 | basterdras | bastaardras | 2 |
| 246 | takkebossen | takkebosschen | 2 |
| 249 | Zonne-maagden | Zonnemaagden | 1 |
| 253 | godragen | gedragen | 1 |
| 262 | spre- | spreker | 3 |
| 267 | Rooden Wolf | Rooden-Wolf | 1 |
| 273 | vel | veel | 1 |
| 273 | ligchaan | ligchaam | 1 |
| 273 | eenigst | eenig | 2 |
| 273 | getraft | gestraft | 1 |
| 275 | zachteid | zachtheid | 1 |
| 275 | heen | een | 1 |
| 276 | land-edelman | landedelman | 1 |
| 277 | oêver | oever | 1 / 0 |
| 279 | reden | rede | 1 |
| 280 | oogenbik | oogenblik | 1 |
| 288 | eenklaps | eensklaps | 1 |
| 292 | biddeu | bidden | 1 |
| 299 | digst | digtst | 1 |
| 304 | afgrijsselijk | afgrijselijk | 1 |
| 308 | hervattten | hervatten | 1 |
| n.v.t., n.v.t., n.v.t., n.v.t. | PRAIRIEN | PRAIRIËN | 1 / 0 |