Title: De pelsjagers van de Arkansas: Tafereelen uit de wouden en prairien van Amerika
Author: Gustave Aimard
Contributor: J. J. A. Goeverneur
Illustrator: Charles Rochussen
Release date: June 25, 2021 [eBook #65697]
Most recently updated: October 18, 2024
Language: Dutch
Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This book was produced from scanned images of public domain material from the Google Books project.)
DE PELSJAGERS
VAN
DE ARKANSAS
Die man was een jager, bladz. 26.
Er is in de laatste jaren veel over Amerika en de roodhuiden geschreven. Tal van schrijvers, onder wie enkele met onbetwistbaar talent, hebben zich tot taak gesteld, ons in de tot nog toe voor onze beschaving ontoegankelijke, door wilde volksstammen bewoonde prairiën en savannen van ’t verre westen rond te leiden. Slechts weinigen hebben zich echter van hun wegwijzerschap naar eisch gekweten. Den meesten ontbrak het aan eene grondige, uit eigen ervaring opgedane kennis van de landen en volksstammen, welker aard en zeden zij ons schilderen wilden.
De Franschman Gustave Aimard is hierin gelukkiger dan velen zijner voorgangers geweest. De beschaafde wereld voor jaren vaarwel zeggende, heeft hij, als aangenomen zoon van een hunner machtigste stammen, onder en met de Indianen op de gewijde grasvlakten hun zwervend leven gedeeld, bij de vredespijp aan hunne rust en hunne jachten, na ’t opgraven der strijdbijl met buks en tomahawk, aan hunne ondernemingen en tochten zelf deelgenomen.
Een zoodanig leven—de bestendige worsteling met moeiten en vaak schijnbaar onoverkomelijke bezwaren—heeft een aantrekkelijkheid, waarvan alleen hij, die het bij ondervinding leerde kennen, zich een [VI]eenigszins helder begrip kan vormen. De mensch staat daar in de wildernis alleen en komt er als zelfstandig wezen tot bewustheid van zijne volle kracht. Met God alleen boven zich, oog en oor bestendig op de wacht, den vinger aan zijn geweertrekker; omringd door gevaren zonder tal, bedreigd door Indianen en wilde dieren, die achter bosch en struik, in donkere kloven of in hooge boomtoppen loeren, om zich op hem te werpen en hem tot hun prooi te maken, gevoelt hij zich in waarheid eerst heer der schepping, welke hij met al de macht van zijn wil, zijn verstand, overleg en onverschrokkenheid beheerscht.
Langer dan vijftien jaar hield Aimard dat hier vluchtig aangeduide, vaak koortsig gejaagde leven vol. Onverschrokken jager, ging hij met de Sioux en Zwartvoeten in de verst westelijke prairiën op bisons uit. In ’t golvend zand van de onbegrensde Del Norte verdwaald, zwerft hij daar langer dan eene maand rond, aan de martelingen van honger, dorst en koorts prijsgegeven. Tot tweemaal toe werd hij door de Apachen aan den folterpaal gebonden. Twaalf maanden slaaf bij de Patagoniers aan de Straat van Magellaan, had hij daar gruwelijke kwellingen en tergingen te verduren en ontsnapte slechts door een wonder aan hunne handen. Moederziel alleen trok hij de pampas van Buenos-Ayres tot San-Luïs de Mendoza door en had op dien zwerftocht met panters en jaguars, met roodhuiden en gaucho’s te kampen. Een dollen inval gehoor gevende, wilde hij de geheimnissen van Brazilie’s ongerepte wouden doorgronden en liet zich door geen wilde horden afschrikken, om die in hunne volle breedte te doorkruisen. Beurtelings squatter, bevervanger, partijganger, goudzoeker en bergwerker leerde hij Amerika, van de hoogste Cordillera’s tot aan de stranden van den Oceaan kennen—een kind van den dag, gelukkig in ’t heden, zonder zorg voor [VII]de toekomst, wakkere voorpost van de beschaving, die in ’t far west van jaar tot jaar meer veroveringen maakt.
’t Zijn derhalve niet zoo zeer romans, die Aimard na zijne terugkomst in Frankrijk schreef, als wel gedenkschriften en levensberichten. Evenals Gabriël Ferry, zijn landsman, als Gerstäcker en Armand (Strubberg), de Duitschers, vertelt hij van zijn eigen leven, van zijn eigen ontmoetingen en ervaringen in het vreemde land. De door hem beschreven zeden en gebruiken waren eens hemzelf eigen, met de door hem geteekende Indianen heeft hij jaren lang geleefd en geleden, gejaagd en gevischt, feestgevierd en gevast, in den wigwam of op ’t krijgspad gelegen; wat hij geeft zijn in meer dan één opzicht photographieën.——
De ondergeteekende vertrouwt dan ook dat deze „Pelsjagers van de Arkansas” en de verder in deze serie aangekondigde verhalen van Aimard bij ’t neêrlandsch lezend publiek naast Gerstäcker, Ferry en Armand nog wel een open plaatsje zullen vinden.
J. J. A. GOEVERNEUR. [1]