[Inhoud]

14. Het aanleggen van een plantage.

Sâya ’naq membuka kebon tanăm kahwa dan sebâgay-ña; bôleh kah meñcâri ôrang kuli bârang sa râtus ôrang? Ik wil een plantage aanleggen om koffie enz. te planten; kan je zoo ongeveer honderd koeli’s zoeken?
Di mâna tuan ’naq membuka kebon itu? Waar wil u die plantage aanleggen?
Di ulu Pêraq. In de bovenlanden van Pêrak.
Tuan mâu kuli Cina kah âtaw ôrang Jâwa? Wil u Chineesche koeli’s of Javanen? [40]
Ôrang Jâwa delâpan-puluh, ôrang Cina dua-puluh. Tachtig Javanen en twintig Chineezen.
Berâpa tuan mâu beri gâji sa ôrang? Hoeveel loon wil u per man geven?
Pâda ôrang Jâwa enăm ringgit sa bulan, makânan di âtas dia. Cina bagitu juga. Aan de Javanen zes dollar (rijksdaalders) per maand, ’t eten voor hun rekening (op hen). De Chineezen even-zoo.
Bôleh sâya dapăt, tuan, tetapi dia-ôrang tentu endaq minta cengkeram dulu1. Ik kan ze krijgen, mijnheer, maar ze zullen zeker om voorschot vragen.
Bâik lah, bôleh sâya beri sa-puluh ringgit sa ôrang, tetapi sa ôrang kepâlâ-ña endaq lah tanggung âtas yang lâin. Kâlaw tidaq, nanti dia-ôrang lâri semua, ilang wang sâya percuma. Goed, ik kan elk (éen man) tien dollar geven, maar een hoofd van hen moet voor de anderen instaan. Anders (zoo niet) gaan ze allen er van door, en is mijn geld voor niets weg.
Kâlaw sa râtus ôrang, beri cengkeram sa-puluh ringgit sa ôrang, jâdi mâu minta jâmin sa-ribu ringgit. Als er honderd man zijn en u geeft tien dollar voorschot per man, dan (dus) wil u een borgstelling van duizend dollar hebben?
Ia, betul. Ja, juist.
Câri kăn dua ôrang yang âda arta bôleh meñjâmin-ña. Zoek me twee menschen op, die wat gefortuneerd zijn (die goederen hebben) om voor hen borg te wezen.
Âpa macăm kerjâ tuan mâu beri kepâda kuli itu? Wat voor soort werk wenscht u aan die koeli’s op te dragen (te geven)?
Kerjâ menebas utan, membuat jâlan dan pârit meñcangkulkăn tânah, menanăm pokoq-pokoq dan sebâgay-ña. ’t Openkappen (werk openkappen), het maken van wegen (paden) en sloten, het omspitten van den grond, het planten van boomen enz.
Sudah kah tuan buat rumah di sâna âtaw belom? Heeft u daar al een huis gebouwd (gemaakt) of nog niet?
Sudah sâya jañji dăngăn ôrang Melâyu di sâna, dia [41]endaq memanggil Sakay menebas kăn utan. Ik heb al een overeenkomst aangegaan met een Maleier [41]daar, hij zal Sakay’s ontbieden (roepen) om het bosch te kappen.
Bagi-mâna tuan jañji dăngăn dia? Hoe is u met hen overeengekomen?
Dia jañji kerjâ, borong, endaq menebas kăn sa-râtus depâ pañjang dan lêbar-ña sa-râtus (sa-râtus depâ nâik, sa-râtus bukâ-ña), dăngăn arga sa-râtus ringgit. Hij is overeengekomen het heele werk aan te nemen (borong is die wijze van werken, waarbij men betaalt voor ’t volledige werk na afloop), om honderd vadem in ’t vierkant om te kappen, tegen honderd dollar (met prijs 100 dollar).
Tebas dan bakar? Kappen en branden?
Ia, bagitu. Ja, zoo is ’t.
Mûrah juga. Dat ’s wel goedkoop.
Beras makânan kuli di mâna bôleh dapăt? De rijst voor de koeli’s om te eten, waar kan men die krijgen? (rijst, voedsel der koeli’s.…)?
Tujuh âri sa kâli dia ôrang bôleh sûruh dua tiga ôrang tûrun ka pekăn (pasar), membeli beras, memikul kembâli. Eens in de acht dagen kunnen zij twee of drie man naar de markt sturen (naar beneden sturen naar de markt), om rijst te koopen en ’t hierheen terug te dragen.
Âmat jâuh, tuan. ’t Is erg ver, mijnheer.
Tidaq berâpa jâuh. Kâlaw âri itu ta bôleh bâlik, bôleh tidur sâtu malăm di pekăn, bâlik ésoq. ’t Is niet bizonder ver. Als ze dien dag niet terug kunnen keeren, kunnen ze een nacht op de markt slapen, en den volgenden ochtend terugkeeren.
Memikul (mengambin) bârang dalăm utan terlâlu susah. ’t Dragen (dragen aan banden over de schouders) van goederen is erg lastig in ’t bosch.
Bila sudah buat lûrung, bôleh pakay kerbaw membâwa bârang-bârang. Kemudian bôleh buat jâlan krêta. Wanneer er al wegen zijn gemaakt, kan men karbouwen (buffels) gebruiken om de goederen te brengen. Daarna kunnen we een weg voor rijtuigen maken. [42]
Cucikăn tem pat buat pondoq sâja. Nanti ésoq bôleh menebas kăn utan empat lima depâ, tempat dîrikăn bangsal-kuli. Câri tempat yang bâik, lâgi dekăt dăngăn âir. Maak een plek schoon om er maar een hut op te slaan. Dan kan je morgen ’t bosch vier of vijf vadem wegkappen, waar een koeli-loods kan opgericht worden (plaats van oprichten …). Zoek een goede plek, bovendien dicht bij ’t water.
Kâlaw t’âda sungay, mâu gâli kăn perigi dua buah, sa buah buat âir-minum, sa buah buat mandi. Als er geen rivier is, moet men twee putten graven, éen voor drinkwater en éen om te baden.
Bila sudah âbis bangsal dan perigi, sâya ’naq memilih tempat-tanăm-benih (perse-mâyan). Wanneer de loods en de putten klaar zijn, zal ik een plek uitkiezen om ’t zaad te planten. (zaadbed.)
Bila sudah tanăm benih itu, buat jamba dăngăn dâun-kâyu, maka kâlaw t’âda ujan sa-âri-âri, bôleh disîram dăngăn âir. Wanneer het zaad al geplant is, moet je een dek maken van (lett. met) boomblaren, en als ’t niet iederen dag regent kan het met water begoten worden.
Berâpa kâli sa âri mâu disîram? Hoeveel maal daags moet het begoten worden?
Sa kâli sâja, petăng-âri, pukul lima bagitu. Maar eens, ’s namiddags zoo wat om vijf uur.
Sudah terbit (tumbuh) benih itu? Is dat zaad al opgekomen (gegroeid)?
Sudah, tuan. Tidaq jâdi, tuan. Benih sudah mati. Jawel, mijnheer. ’t Is niet opgekomen (geworden), mijnheer, ’t Zaad is al dood.
Kâlaw benih kahwa-susu2, waktu tanăm endaq lah ôrang jâga bâik-bâik, masuqkăn benih-ña ke dalăm tânah bujur sekâli; kâlaw tidaq, pokoq-ña nanti béngkoq. Bij cacao-zaad (als ’t c. z. is), moet men op den planttijd behoedzaam zijn, en het zaad heel recht in den grond doen; anders worden de boompjes krom.
Tampang-kahwa itu sudah besar, bila datăng ujan, endaq [43]lah ditanămkăn di kebon (dipindahkăn ka kebon). De jonge koffieplantjes zijn reeds groot, wanneer er regen [43]komt, moeten ze in den tuin geplant (overgebracht) worden.
Bila dicâbut, bâik-bâik rusaqkăn akar-ña. Wanneer ze uitgetrokken worden, wees dan voorzichtig, dat je de wortels niet beschadigt.
Kâlaw akar-terus bumi itu rusaq, mati lah pokoq-ña. Als de hoofdwortel (wortel recht in den grond) beschadigd wordt, gaat de plant dood.
Pekâkas bâñaq sudah rusaq. Cangkul dan beliung kûrang, mâu beli lâgi. Van de werktuigen is al veel stuk. Hak en dissel ontbreken, ’t is noodig andere (nog meer) te koopen.
Pekâkas yang surdah rusaq itu beri pâda tukang-besi, sûruh bâiki (betulkăn). Geef de werktuigen, die al kapot zijn, aan den smid, laat hem die in orde maken.
Âpa yang kûrang bôleh beli, sâya ’pu-ña kîra. Wat er ontbreekt kan je koopen, voor mijn rekening.
Sâya minta cuti dua âri, tuan3. Ik vraag twee dagen verlof, mijnheer.
Buat âpa? Waarvoor? (om wat te doen?)
Kepâla sakit, tuan, sâya endaq pegi berôbat. Ik heb hoofdpijn, mijnheer, ik wil me laten genezen (geneesmiddelen gebruiken).
Aku bôleh beri ôbat. Ik kan geneesmiddelen geven.
Ta bôleh, tuan. Sâya ta mengarti ôbat ôrang-putih, sâya endaq meñcâri bumur (dukun) Melâyu. ’t Kan niet, mijnheer. Ik heb geen verstand van Europeesche geneesmiddelen (gen. m. der blanken) ik wil een Maleischen dokter opzoeken.
Pârit-pârit semua mâu didălamkăn lâgi; kâlaw tûrun ujan lebăt, ta berguna macăm bagini. De sloten moeten alle dieper gemaakt worden; als er hevige regen valt, deugt dit soort niet.
Tânah keras, tuan. De aarde is hard, mijnheer.
Buat jâlan deri sini ka peringgâän kebon. Maak een weg van hier naar de grens van den tuin. [44]
Lêbar-ña sa depâ cukup lah. Een vadem breed is voldoende (breedte ervan.…)
Di mâna-mâna jumpa sungay mâu buat titi kâyu (jembâtan kâyu). Overal waar je een rivier tegen komt, moet je een houten vlonder (houten brug met leuningen) maken.
Titi kâyu-utan, jangan pakay pâpan, kâyu bulăt sâja. Vlonders van ruw hout (boschhout), je moet geen planken gebruiken, rond hout (stammen) maar.
Bubuh tânah di âtas-ña, supâya kuda bôleh lâlu (biar kuda bôleh lâlu). Leg er aarde boven op, dat er een paard overheen kan (voorbij kan gaan).


1 Op Java porskot (Holl. voorschot.) 

2 kahwa-susu te Batavia coklat (verb. van chocolaad). 

3 Voor cuti te Batavia: permisi (Holl. permissie).